Veroordeling wegens witwassen: geld afkomstig uit deelname aan pokertoernooi

Rechtbank Oost-Brabant 4 februari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3464 De rechtbank veroordeelt verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van ruim €78.000.

De raadsman heeft ter zitting een tweetal verweren gevoerd. Allereerst heeft de raadsman bepleit dat er geen sprake kan zijn van witwassen, omdat verdachte ten aanzien van de herkomst van het geld een plausibele en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Verdachte heeft immers verklaard dat hij het onder hem in beslag genomen geldbedrag heeft gewonnen met het spelen van de pokervariant Texas Hold´Em, door in besloten setting poker te spelen. Gelet op het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 juli 2010 (ECLI:RBSGR:2010:BN0013) is Poker Hold´Em geen kansspel is in de zin van de Wet op de kansspelen (WOK). De raadsman is van mening dat het door middel van poker verkregen geld niet afkomstig is van enig misdrijf.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De rechtbank is van oordeel dat het spelen van poker waaronder de meest voorkomende variant Texas Hold´em, met name in toernooivorm, een kansspel betreft in de zin van de WOK. De rechtbank ziet zich in dit oordeel gesteund door de conclusies in de arresten van het gerechtshof Leeuwarden (ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1198) en het gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2013:2316), waarnaar zij kortheidshalve verwijst. De rechtbank hecht meer waarde aan deze in 2012 en 2013 gewezen arresten dan aan het door de raadsman aangehaalde vonnis van de rechtbank uit 2010. Verdachte heeft verklaard dat het onder hem in beslag genomen geldbedrag het prijzengeld betreft dat hij heeft gewonnen tijdens een (meerdaags) illegaal pokertoernooi in Nederland. Op grond van artikel 1, eerste lid en onder a, juncto artikel 36 van de WOK is het organiseren van genoemd pokertoernooi strafbaar gesteld als een misdrijf. Het gewonnen prijzengeld van dit toernooi is derhalve middellijk dan wel onmiddellijk van een misdrijf afkomstig.

Verder heeft de raadsman ter zitting bepleit dat geen sprake kan zijn van witwassen, omdat het prijzengeld is verkregen met een door verdachte zelf begaan misdrijf. De raadsman wijst erop dat dan blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad bijzondere eisen worden gesteld ten aanzien van een bewezenverklaring van witwassen (ECLI:NL:2013:150 en ECLI:NL:2014:11). Volgens de Hoge Raad is voor het bewijs van witwassen van door verdachte zelf door misdrijf verkregen voorwerpen, vereist dat blijkt dat “de verdachte het voorwerp niet slechts heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijke verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.”

Het handelen van verdachte ziet naar de mening van de verdediging niet op het verhullen van de herkomst van het geld, maar uitsluitend op het voorkomen dat hij zou worden betrapt op het niet doen van aangifte van het vervoeren van een groot geldbedrag binnen de Europese Unie. Dat laatste is niet strafbaar.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer. De raadsman gaat er aan voorbij dat het geldbedrag dat verdachte onder zich had afkomstig was van een illegaal georganiseerd pokertoernooi. Het zonder vergunning organiseren van een pokertoernooi is als misdrijf strafbaar gesteld in artikel 1, eerste lid en onder a, juncto artikel 36 van de WOK. Het prijzengeld is derhalve afkomstig van enig misdrijf, niet zijnde een misdrijf dat door verdachte zelf is begaan. Gelet hierop is sprake van witwassen. De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen als hierna te melden.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf  van 4 maanden voorwaardelijk  met een proeftijd van 2 jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF