Veroordeling voor o.a. bezit en (doen) uitgeven van valse bankbiljetten & bezit van valse merkartikelen

Rechtbank Den Haag 2 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7098 De verdachte heeft valse bankbiljetten gekocht, waarna hij die heeft uitgegeven en laten uitgeven. Hij heeft loopjongens gezocht en hen onder druk gezet om vals geld voor echt geld om te wisselen en heeft op die manier dat valse geld in het dagelijkse economische verkeer ingebracht en zodoende personen die in goed vertrouwen voor een vals biljet echt geld of goederen hebben gegeven, schade toegebracht. Ook heeft hij schade toegebracht aan de maatschappij in het algemeen omdat handelen zoals verdachte heeft gedaan, het vertrouwen in de betaalmiddelen in het economisch verkeer aantast.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en het handelen in professioneel vuurwerk. Het is algemeen bekend dat niet-professioneel omgaan met opslag, vervoer en gebruik van dergelijk vuurwerk een aanzienlijk risico met zich brengt op schade aan personen en goederen. Daarom gelden hiervoor zeer strenge regels en is gespecialiseerde kennis vereist. De verdachte heeft hierop geen acht geslagen en heeft niet stilgestaan bij de levensgevaarlijke gevolgen die onprofessioneel gebruik met zich kan brengen.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van valse merkgoederen. Goederen die lijken op dure merkgoederen maar dat niet zijn, kunnen als zij worden verhandeld, schade toebrengen. Niet alleen aan de maker van de echte goederen die omzet misloopt en imagoschade lijdt bij een tegenvallende kwaliteit, maar ook aan de koper of opvolgende koper die voor een minder waardevol goed een hogere prijs betaalt, valselijk in de waan gebracht door het op het merkgoed gelijkende uiterlijk van het aangekochte.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: opzettelijk bankbiljetten waarvan de valsheid hem toen hij ze ontving, bekend was, als echte en onvervalste bankbiljetten uitgeven en met HET oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of uit te doen geven, in voorraad hebben, meermalen gepleegd;
  • Feit 2: opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, meermalen gepleegd;
  • Feit 3: opzettelijk in voorraad hebben van waren, die valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft;
  • Feit 4: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen EN MUNITIE van categorie III, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 102 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF