Veroordeling voor (gewoonte)witwassen op basis van een eenvoudige kasopstelling

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6730

Door de verdediging is aangevoerd dat de methode van de eenvoudige kasopstelling in de onderhavige zaak niet gebruikt kan worden, omdat er zowel girale als contante betalingen en ontvangsten zijn, die binnen de eenvoudige kasopstelling niet allemaal zichtbaar kunnen worden gemaakt en derhalve tot een vertekend beeld kunnen leiden. Slechts in situaties waarin alleen contant geld in omloop is, zou de eenvoudige kasopstelling gehanteerd kunnen worden.

Anders dan door de verdediging is aangevoerd, is het hof van oordeel dat de gehanteerde (eenvoudige) kasopstelling wel gebruikt kan worden voor het bewijs van het aan het oordeel van het hof onderworpen feit.

De essentie van de eenvoudige kasopstelling wordt met juistheid weer- gegeven op p. 26 van het proces-verbaal van relaas: “De eenvoudige kasopstelling is slechts toepasbaar, indien betrokkene vrijwel uitsluitend zijn geldverkeer contant regelt (contante ontvangsten en uitgaven) en geen gebruik maakt van giraal betalingsverkeer, dan wel, wanneer middels dit giraal betalingsverkeer uitsluitend legale ontvangsten plaatsvinden cq [het girale betalingsverkeer] uitsluitend bestaat uit legale geldstromen.” Uit de eigen verklaringen van verdachte, aan de juistheid waarvan het hof in zoverre niet twijfelt nu uit het onderzoek het tegendeel niet valt af te leiden, volgt dat aan deze laatste voorwaarde is voldaan.

Door de verdediging is voorts aangevoerd dat er mogelijk giraal geld is onttrokken aan het bancair vermogen dat is aangewend voor de (legale) aankoop van auto’s, die zijn doorverkocht tegen contante betaling. Deze contante, legale en hogere inkomsten zouden vervolgens weer zijn gestort op de bank. Hierdoor zou de legale handel in auto’s kunnen leiden tot op het oog onverklaarbare onttrekkingen aan het contante vermogen, immers het verschil tussen het bedrag van de girale onttrekking en het (hogere) bedrag van de contante storting.

Het hof verwerpt deze hypothese. Alle girale transacties zijn traceerbaar, door de verbalisanten als legaal aangemerkt en - aldus in het voordeel van verdachte - bewust buiten de kasopstelling gehouden. Alleen de begin- en eindsaldo’s van het bancaire vermogen zijn vergeleken. De legale contante inkomsten – waaronder ontvangsten uit autohandel – en uitgaven zijn in de kasopstelling verwerkt.

De (contante) legale, bedrijfsmatige uitgaven zijn afgeleid uit de beschikbare boekhouding en hetgeen daar verder over is verklaard door verdachte. Voor wat betreft contante privé-uitgaven is gebruik gemaakt van de rekeningen die verdachte over kon leggen of die zijn aangetroffen. Er zijn ramingen opgesteld, al dan niet aan de hand van verklaringen van verdachte. Deze ramingen komen het hof niet als onaannemelijk over. De verdachte had de contante uitgaven waarover onduidelijkheid of onenigheid bestond aan- nemelijk kunnen en moeten maken. Van omkering van de bewijslast voor wat betreft dit aannemelijk maken is naar het oordeel van het hof geen sprake.

Het hof acht de gehanteerde kasopstelling, die tot stand is gekomen op basis van een zeer uitgebreid onderzoek, waarbij wat redelijkerwijs te onderzoeken was ook daadwerkelijk onderzocht is, deugdelijk en be- trouwbaar.

Uit die kasopstelling volgt dat er een bedrag van € 194.074,45 beschikbaar was voor contante uitgaven. De feitelijke contante uitgaven bedroegen evenwel € 621.305,61.

Voor wat betreft het geconstateerde verschil in die kasopstelling van €427.231,16 heeft verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand als onwaarschijnlijk aan te merken verklaring gegeven. Zo heeft hij niets willen zeggen over de door hem gepretendeerde autohandel in/vanuit Duitsland. De gerelateerde opmerking van zijn boekhouder daarover is een verklaring van horen zeggen, “uit de branche”, die niet gebaseerd is op door verdachte aan die boekhouder verschafte financiële gegevens. Ook ter zitting heeft verdachte daarover niet nader verklaard.

Naar het oordeel van het hof is er in casu sprake van een onverklaarbaar bedrag aan inkomsten, groot € 427.231,16, dat als afkomstig uit enig misdrijf moet worden aangemerkt, nu het – bij het ontbreken van een niet op voorhand als onwaarschijnlijk aan te merken andersluidende verklaring – niet anders kan zijn dan dat dit uit enig misdrijf afkomstig is

Gelet op de omvang van het bedrag en de pleegperiode en op het aantreffen van hennep in een bijgebouw bij de woning van verdachte, alsmede de eerdere veroordelingen van verdachte ter zake van hennepteelt, is het hof van oordeel dat er sprake was van gewoontewitwassen van geld uit criminele activiteiten.

Bewezenverklaring

Gewoontewitwassen

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF