Veroordeling van feitelijk leidinggever en B.V.: geen suppletie-aangifte ingediend voor bedrijf, hetgeen ertoe heeft geleid dat de Belastingdienst omzetbelasting is misgelopen.

Rechtbank Overijssel 25 juli 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:2901 (Feitelijk leidinggever)

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte ervan beschuldigd wordt dat hij als feitelijk leidinggevende van verdacht bedrijf B.V. in de periode van maart 2015 tot en met oktober 2015 opzettelijk niet heeft voldaan aan de verplichting tot het doen van een suppletie-aangifte. Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Opzettelijk een feit begaan omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten het, als degene die ingevolge artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelastingen 1968, verplicht is alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken, deze niet verstrekken, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Benadelingsbedrag

De officier van justitie is uitgegaan van een benadelingsbedrag van €462.397, als gevolg van de niet ingediende suppletie-aangifte omzetbelasting over 2014.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het benadelingsbedrag moet worden bijgesteld. Daartoe heeft hij verwezen naar bijlage 1 van doc. 027, pag. 95, waaruit blijkt - volgens de berekening van accountantskantoor, accountant van verdacht bedrijf B.V. - dat het bedrag van €462.397 na een correctie ten aanzien van af te dragen BTW uit niet verzonden facturen (te weten bedragen van in totaal €247.966, €19.478, €49.760 en €33.247) bijgesteld moet worden naar een benadelingsbedrag van €111.946.

De overwegingen van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

In bijlage 1 op pag. 95 is opgenomen een “Beschrijving uitgevoerde werkzaamheden en feitelijke bevindingen behorend bij brief DK/150607”. Daarin staan de bevindingen van het accountantskantoor van accountant. Deze bevindingen zijn gebaseerd op de interne administratie van verdacht bedrijf B.V. over de jaren 2013, 2014 en 2015. Er is onderzoek gedaan naar de geboekte facturen, de omzet en de geboekte inkoopfacturen. Naar aanleiding hiervan is een herberekening gemaakt. Deze herberekening is aan de FIOD overhandigd en verdachte heeft ermee ingestemd. Gelet op deze herberekening gaat de rechtbank ervan uit dat het benadelingsbedrag €111.946 moet zijn in plaats van het door de officier van justitie gestelde bedrag van €462.397. De rechtbank neemt mede in aanmerking dat niet getwijfeld wordt aan de integriteit van de heer accountant, nu uit diverse e-mails van de heer accountant aan verdachte en aan de FIOD blijkt dat hij objectief gehandeld heeft.

De rechtbank stelt vast dat de discussie tussen de officier van justitie en de raadsman in feite neerkomt op een verschil van mening over de te trekken conclusie naar aanleiding van de herberekening. Over de feiten die daaraan ten grondslag liggen zijn zij het met elkaar eens. De rechtbank is van oordeel dat bij de strafmaat moet worden uitgegaan van het daadwerkelijke benadelingsbedrag en niet van het bedrag dat destijds bij wijze van suppletie had moeten worden ingediend. De rechtbank zal derhalve ervan uitgaan van een benadelingsbedrag van €111.946.

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Hij heeft daarbij aangegeven deze keuze bewust te hebben gemaakt, omdat hij het benodigde geld nog niet voorhanden had, ondanks het feit dat hij door de accountant meerdere malen op deze verplichting en de daaraan verbonden gevolgen is gewezen. Met de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit is komen vast te staan dat deze keuze van verdachte is uitgemond in een delict. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Het niet indienen van de suppletie-aangifte door verdachte, de feitelijke leidinggever van verdacht bedrijf B.V., heeft ertoe geleid dat de Belastingdienst een bedrag van €111.946 aan omzetbelasting is misgelopen.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur op.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Rechtbank Overijssel 25 juli 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:2903 (rechtspersoon)

De rechtspersoon wordt in verband met het niet indienen van de suppletie-aangifte over 2014 veroordeeld tot een geldboete van 10.000 euro.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF