Verdachte klaagt in cassatie zelf over de niet niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep

Hoge Raad 23 oktober 2012, LJN BX6765 Feiten

Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens

  1. overtreding van art. 8 van de Wegenverkeerswet 1994;
  2. overtreding van art. 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
  3. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 weken (feit 1 en 2) en tot hechtenis voor de duur van 2 weken (feit 3). Voorts heeft het hof de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van (in totaal) 12 maanden (feiten 1, 2 en 3).

Door verdachte is tegen deze uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

Middel

Het middel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte heeft ontvangen in het hoger beroep.

Zoals AG Vellinga terecht opmerkt, lijkt het erio dat het cassatieberoep voornamelijk is ingegeven door de (fors) hogere straf die in appèl aan de verdachte is opgelegd. In plaats van de door de Politierechter opgelegde werkstraf van 36 uren en de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van (in totaal) 10 maanden, legt het hof een gevangenisstraf van 5 weken op en een rijontzegging van (in totaal) 12 maanden.

Het lijkt dus niet een te gewaagde veronderstelling dat de verdachte door het instellen van het onderhavige beroep in cassatie alsnog de realisering van het aan het instellen van hoger beroep verbonden, door hem (aanvankelijk) geaccepteerde risico op een hogere straf poogt ongedaan te maken, aldus Vellinga.

Beoordeling Hoge Raad

Ingevolge art. 408, eerste lid aanhef en onder a, Sv moet het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend.

Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank Maastricht van 25 maart 2010 aan de verdachte in persoon is uitgereikt, dat de Politierechter op 25 maart 2010 uitspraak heeft gedaan en dat de verdachte eerst op 6 augustus 2010 hoger beroep heeft ingesteld, heeft het hof de verdachte ten onrechte ontvangen in zijn hoger beroep.

Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF