Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim vier jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de illegale productie, invoer en handel in/van Masterboxen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:824

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim vier jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de illegale productie, invoer en handel in/van Masterboxen. Er was sprake van grootschalige namaak, gepleegd als bedrijf, dat de markt ernstig heeft verstoord, alleen al door de enorme winst die hierbij ten koste van anderen is gemaakt.

Daarnaast heeft verdachte deel uitgemaakt van een professioneel opererende criminele organisatie, die het oogmerk had illegale Masterboxen te produceren en te verkopen. In dit gestructureerde samenwerkingsverband hadden alle verdachten een eigen rol. Zij hebben op deze wijze op grote schaal inbreuk gemaakt op auteursrechten en hebben daardoor grote economische schade toegebracht aan de rechthebbenden.

Verdachte en zijn medeverdachten zijn veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Daarnaast is verdachte veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf. Bij de strafbepaling is (onder meer) rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging van verdachte om de volgende redenen:

  • de onredelijke lange termijn van berechting;
  • de schending van de verbaliseringsplicht.

De onredelijke lange termijn van berechting

De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 17 juni 2008 (ECLI: BD2578) bepaald dat een overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. De Hoge Raad heeft voormelde uitspraak niet op enig moment herzien. De rechtbank is derhalve van oordeel dat een overschrijding van de redelijke termijn – nog daargelaten de vraag in hoeverre daarvan in het onderhavige geval sprake is – niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De schending van de verbaliseringsplicht

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het proces-verbaal van 6 september 2011 inzake de op 22 november 2010 tegenover de verbalisanten van de FIOD afgelegde verklaring van verdachte over de betrokkenheid van medeverdachte 3 bij de productie van en handel in Masterboxen in strijd met de in artikel 152, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde verbaliseringsplicht is opgemaakt.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat – gelet op het tijdsverloop tussen 22 november 2010 en 6 september 2011 – de FIOD, onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie, bij de vastlegging van voormelde verklaring van verdachte niet heeft voldaan aan het vereiste dat een proces-verbaal als hier aan de orde ten spoedigste dient te worden opgemaakt. De rechtbank overweegt dat het Wetboek van Strafvordering geen rechtsgevolgen aan de niet naleving van dit artikel verbindt. Eerst in het geval dat het vormverzuim niet kan worden hersteld, dient aan de hetgeen opgenomen in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering te worden getoetst. Volgens vaste jurisprudentie dient dit verzuim tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte te leiden, indien sprake is van ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde, waarmee doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte inbreuk is gemaakt op zijn recht op een eerlijke behandeling. De rechtbank is van oordeel dat hiervan geen sprake is, gezien de op 13 november 2012 door de verbalisanten van de FIOD afgelegde verklaringen tegenover de rechter-commissaris. De verbalisanten hebben verdachte bewust in bescherming willen nemen, door de verklaring van verdachte – inhoudende dat medeverdachte 3 de opdrachtgever en financier van de Masterboxen is – in eerste instantie niet op te nemen in het proces-verbaal. Gelet op de hiervoor genoemde verbaliseringsplicht hadden zij dat niet mogen doen, maar de rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van een dusdanige veronachtzaming van de processuele belangen van verdachte dat dit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zou moeten leiden.

De vraag welke betekenis voormeld vormverzuim moet hebben bij de beantwoording van de bewijsvraag, zal de rechtbank beantwoorden onder punt 4.3 van dit vonnis.

Conclusie van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat geen van de door de verdediging gevoerde verweren doel treffen, zodat zij – ook in onderlinge samenhang bezien – niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De rechtbank acht derhalve het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft in haar requisitoir geconcludeerd tot een bewezenverklaring van feit 1 en feit 2. Zij heeft zich hierbij gebaseerd op de aangiftes van Stichting Brein, de stichting Buma Stemra, de Nederlandse Vereniging van de Producenten- en Importeurs van beeld- en geluidsdragers en op de aangifte van Höcker advocaten. Uit deze aangiftes blijkt dat de werken, die in de Masterboxen zitten, zonder toestemming van de rechthebbenden zijn vervaardigd en verspreid, aldus de officier van justitie. Zij heeft voorts als bewijsmiddelen gebezigd de rapporten van Stichting Brein, het IFPI-rapport, de processen-verbaal over de doorzoekingen van de firma’s bedrijf 1, bedrijf 2 en bedrijf 3, het proces-verbaal over de onderschepping van de Bulgaarse vrachtauto en de verklaring van verdachte dat hij betrokken is geweest bij de productie van Masterboxen in Bulgarije. Op grond van deze bewijsmiddelen heeft de officier van justitie de landen Polen, Italië, Tsjechië en Bulgarije als productielanden aangemerkt. De betrokkenheid van de vier verdachten bij de productie van en handel in Masterboxen volgt – volgens de officier van justitie – uit de verklaringen van de getuigen getuige 1, getuige 2, getuige 3, getuige 4 en getuige 5, de telecomgegevens, de tapgesprekken, de processen-verbaal over de doorzoekingen van de woningen, bedrijven, auto, garage en/of loods van verdachte(n), de processen-verbaal over de verrichte onderzoeken aan de in beslag genomen computers en telefoons, alsmede uit de (deels) bekennende verklaringen van verdachte en medeverdachte 2. Op grond van voormelde bewijsmiddelen komt de officier van justitie tot een zekere rolverdeling tussen verdachten. Zij meent dat medeverdachte 3 vanaf de totstandkoming van de Masterboxen tot de verkoop de regie in handen heeft gehad en dus de spilfiguur is geweest, dat verdachte en medeverdachte 1 zich bezig hebben gehouden met de productie, verpakking, distributie en verkoop van Masterboxen en dat medeverdachte 2 betrokken is geweest bij de productie en verkoop van de Masterbox Walt Disney edities en bij de distributie en verkoop van Masterboxen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten voor zover het betreft de ten laste gelegde periode van 1 januari 2006 tot eind 2008, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Zij heeft betoogd dat verdachte pas vanaf november 2008 in aanraking is gekomen met Masterboxen. Hij is begonnen met het kopen en verkopen van geringe aantallen en pas in de laatste maanden verkocht hij ongeveer 700 stuks, aldus de verdediging. Met betrekking tot de inkoop van verpakkingsmaterialen heeft de verdediging aangevoerd, dat verdachte dit op geheel legale wijze heeft gedaan in het kader van de bedrijfsactiviteiten van zijn bedrijf 4. Verdachte heeft bekend zich mede schuldig te hebben gemaakt aan de productie van Masterboxen in Bulgarije, in welke verband de verdediging aan de rechtbank heeft verzocht om rekenschap te nemen van de omstandigheid, dat verdachte dit onder druk van anderen heeft gedaan.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Op 1 juni 2006 werd Stichting Brein tijdens een voorlichtingsbijeenkomst aan videotheekhouders door een videotheekhouder in het bezit gesteld van een Masterbox, welke bestond uit dvd’s en een cd. Stichting Brein is vervolgens een civiel onderzoek gestart, dat onder meer bestond uit het online aankopen van Masterboxen. Zij concludeerde dat de door haar verkregen Masterboxen bestonden uit kopieën van originele werken en dat deze kopieën zonder toestemming van de rechthebbenden van de betreffende film- en muziekwerken werden geproduceerd en verspreid. Het verloop en de resultaten van het civiele onderzoek werden door Stichting Brein samengevat in een rapport. Dit rapport is op 31 augustus 2006 overhandigd aan de FIOD. De FIOD besloot een dossier aan te leggen met betrekking tot de illegale handel in Masterboxen, waarin soortgelijke meldingen en relevante informatie opgenomen kon worden. Zij zag destijds nog geen aanleiding voor het starten van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek. In de periode na 31 augustus 2006 ontving de FIOD CIE-informatie, alsmede diverse meldingen van verschillende instanties (Stichting Brein, politie en douane) en rapporten van Stichting Brein over de illegale handel in Masterboxen en personen die mogelijk hierbij betrokken zouden zijn. Er werd besloten een tripartiet overleg te houden, welk overleg heeft plaatsgevonden op 10 februari 2009. In dat overleg is besloten een strafrechtelijk opsporingsonderzoek te starten. Tijdens dit onderzoek is onder andere het volgende naar voren gekomen.

De maandelijkse uitgifte van illegale Masterboxen

Zowel door Stichting Brein als door de stichting Buma Stemra, de Nederlandse Vereniging van de Producenten- en Importeurs van beeld- en geluidsdragers en Höcker Advocaten is aangifte gedaan ter zake van overtreding van de Auteurswet. Uit deze aangiftes blijkt dat de werken die in de Masterboxen zitten, zonder toestemming van de rechthebbenden zijn vervaardigd en verspreid.

Tijdens het opsporingsonderzoek van de FIOD werd geconstateerd, dat op een website op 6 maart 2006 een bericht was geplaatst, waarvan de inhoud als volgt luidde: “Ik ben op zoek naar een handelaar in masterbox dvd sets er zijn er al 2 in omloop (…)”. Verder heeft medeverdachte 2 op 27 oktober 2010 verklaard, dat hij sinds 2006 bij de Masterbox betrokken is geraakt en dat hij nu op Masterbox 57 zit. De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat de Masterbox maandelijks is uitgebracht sinds januari 2006.

De productie van Masterboxen

De International Federation of the Phonographic Industry (IFPI) te Londen is door diverse instanties gevraagd om 38 verschillende edities van de Masterbox forensisch te onderzoeken, teneinde vast te stellen waar de discs van de betreffende Masterboxen zijn vervaardigd. Door de FIOD is vastgesteld dat de edities 3 tot en met 23 gebrande recordables betreffen.

Polen

De IFPI heeft in haar verklaring van 16 augustus 2011 als conclusie vermeld dat de discs van de Masterboxen 24 tot en met 38(a), de Masterbox Disney Classics en de Masterbox Family Special zijn geproduceerd in Polen bij het bedrijf 1 of bij het bedrijf 6.

Italië

De IFPI heeft in haar verklaring van 16 augustus 2011 als conclusie vermeld dat de discs van Masterbox 41(a) zijn vervaardigd in Italië bij het bedrijf  2.

Tsjechië

De IFPI heeft in haar verklaring van 16 augustus 2011 als conclusie vermeld dat:

  • 25 van de 36 discs uit de Masterboxen 38b, 39 en 40 zijn vervaardigd in Tsjechië bij het bedrijf  3;
  • 92 van de 144 discs afkomstig uit de Masterboxen 41(b) tot en met 52 zijn vervaardigd in Tsjechië bij het bedrijf  3.

Van de resterende discs was de herkomst niet te herleiden.

Bulgarije

De IFPI heeft in haar verklaring van 16 augustus 2011 als conclusie vermeld dat:

  • de discs van de Masterboxen 53 en 54 zijn vervaardigd in Bulgarije bij het bedrijf  7;
  • 19 van de 36 discs van de Masterboxen 55, 56, 58 zijn vervaardigd in Bulgarije bij het bedrijf  3.

Van de resterende discs was de herkomst niet te herleiden.

De productie van Masterbox discs in Polen

Naar aanleiding van de verkregen informatie van Stichting Brein en de IFPI werd door de FIOD contact gelegd met de politie in Warschau. Aan de FIOD werd medegedeeld dat de politie van Warschau op 12 februari 2009 de fabriek bedrijf 1 was binnengetreden in het kader van een eigen strafrechtelijk onderzoek ter zake van piraterij en dat een partij Masterboxen nummer 38 in beslag was genomen. Na het bekend worden van deze informatie is de FIOD op 9 maart 2009 afgereisd naar Polen, teneinde na te gaan of er in het onderzoek van de Poolse politie relevante informatie naar voren was gekomen voor het in Nederland gestarte opsporingsonderzoek. Door een medewerker van de Poolse politie werd aan de FIOD medegedeeld dat uit de tot dan toe verkregen informatie de betrokkenheid van een Nederlander naar voren was gekomen, welke bij de Poolse verdachten bekend stond onder de naam medeverdachte 1. Deze medeverdachte 1 zou gebruik maken van het telefoonnummer 8. Medeverdachte 1 zou de tussenpersoon zijn tussen de Nederlandse organisatie en de Poolse verdachten en hij zou contante betalingen hebben gedaan aan de Poolse verdachten voor het persen van illegale dvd’s.

De Poolse politie heeft onder meer de heer getuige 1 als verdachte gehoord. Getuige 1 heeft verklaard dat hij eind 2007 begin 2008 een persoon genaamd medeverdachte 1 heeft ontmoet in Polen. Medeverdachte 1 zei dat hij een Nederlander was. Op verzoek van deze medeverdachte 1 heeft getuige 1 dvd’s en cd’s laten persen. Medeverdachte 1 zei de auteursrechten te hebben, maar getuige 1 heeft nooit een schriftelijke verklaring hiervan ontvangen. De schijven werden gemaakt door de bedrijven bedrijf 9 en bedrijf 6. Het bedrijf  1 perste datgene wat getuige 1 bij bedrijf 9 had besteld. Vervolgens werden de schijven bedrukt door de firma van getuige 1. De eerste productielijn bestond enkel uit dvd’s en is onderschept in Nederland of Duitsland. Tijdens een ontmoeting in Warschau tussen getuige 1 en medeverdachte 1 beweerde laatstgenoemde dat dit was gebeurd, omdat de IFPI code ontbrak. Hij heeft vervolgens getuige 1 gevraagd of de volgende keer de dvd’s verstuurd zouden kunnen worden zonder factuur.medeverdachte 1 heeft getuige 1 5 titels (matrijzen), projecten van de bedrukking en een telefoon gegeven, met het verzoek om hem per sms te contacten. Getuige 1 heeft vervolgens 30.000 schijven laten maken en bedrukt, waarna de schijven naar het door medeverdachte 1 opgegeven adres zijn verstuurd. Dit adres was van de firma bedrijf 10 te Eindhoven. De schijven zijn daadwerkelijk gelost in Tilburg. Medeverdachte 1 is naar Polen gekomen om de schijven contant af te rekenen. Nadien hebben nog diverse producties van schijven plaatsgevonden. Medeverdachte 1 heeft getuige 1 op enig moment gevraagd om bij de schijven een zak productieafval toe te voegen. Getuige 1 heeft medeverdachte 1 voor het laatst gezien in januari 2009 tijdens een ontmoeting in Polen.

De FIOD heeft nader onderzoek gedaan naar de gebruiker van het telefoonnummer.

telefoonnummer 8. Uit dit onderzoek bleek dat voormeld nummer op naam stond van medeverdachte 1, hetgeen ook door medeverdachte 1 zelf is bevestigd. Uit de gebruikergegevens bleek dat medeverdachte 1 in de periode 22 oktober 2008 tot en met 13 januari 2009 tijdens zijn verblijf in Polen vijf keer telefonisch contact heeft gehad met het telefoonnummer van bedrijf 11, van welk bedrijf medeverdachte 3 enig aandeelhouder is. Daarnaast bleek dat medeverdachte 1 in de periode 18 december 2008 tot en met 18 maart 2009 32 contacten heeft gehad met Poolse nummers en dat hij in genoemde periode 318 contacten heeft gehad met het nummer telefoonnummer 1, zijnde het nummer van bedrijf 11.

Verdachte heeft verklaard dat hij eind 2007 samen met medeverdachte 1 in Polen is geweest, waar zij samen diverse bedrijven hebben bezocht. Beiden hebben visitekaartjes van bedrijf 4 onder hun eigen naamgegevens achtergelaten.

De productie van Masterbox discs in Italië

Op 21 april 2009 werd door Stichting Brein telefonisch aan de FIOD medegedeeld dat in Italië een fabriek bekend was geworden, waar mogelijk Masterboxen geproduceerd zouden worden. Tevens deelde Stichting Brein mede dat Guarda di Finanza een strafrechtelijk onderzoek hiernaar zou gaan instellen. Voormelde informatie werd op 24 april 2009 gevolgd door schriftelijke informatie van Europol, waarin werd vermeld dat gedurende het onderzoek in Italië de naam van de Nederlander medeverdachte 1, ook genaamd verdachte, was opgedoken. Deze Nederlander had een Italiaans bedrijf in Bologna gevraagd om 90.000 cd’/dvd’s te produceren met muziek en films en had hierbij een visitekaartje van bedrijf 4 achtergelaten.

Op 27 mei 2009 heeft Guarda di Finanza een doorzoeking gedaan bij de firma bedrijf 2 in Bologna. Bij deze doorzoeking zijn 80.230 dvd’s/cd’s met daarop auteursrechtelijke beschermde werken in beslag genomen, waarvan 42.670 op een verhullende wijze waren verpakt, door het aanbrengen van afvalmateriaal bovenop de spindels. Daarnaast is een kopie van de order afkomstig van de Nederlandse vennootschap bedrijf 10 in beslag genomen. De order betrof een productie van 84.000 stuks met betrekking tot 12 video en audio titels. In de bedrijfsruimte van bedrijf 2 werd een machine aangetroffen, waarop op dat moment dvd’s van Masterbox editie 41 werden vervaardigd. De FIOD heeft vastgesteld dat deze dvd’s qua uiterlijke kenmerken en titels identiek waren aan dvd’s van de Masterbox editie 41, die volgens het IFPI zijn vervaardigd in Tsjechië.

Bij voormelde doorzoeking was aanwezig de heer getuige 2, vennoot van bedrijf 2. Hij heeft verklaard dat begin mei 2009 ene medeverdachte 1 contact met bedrijf 2 heeft opgenomen, omdat hij geïnteresseerd was in het maken van kopieën van dvd’s en cd’s voor de Nederlandse markt. Vervolgens heeft diezelfde medeverdachte 1 een bezoek gebracht aan bedrijf 2 en is een offerte aan hem uitgebracht, met welke offerte medeverdachte 1 akkoord is gegaan. Hij maakte gebruik van het Skypecontact skype adres 1. Met betrekking tot de in beslag genomen 42.640 dvd’s/cd’s heeft getuige 2 verklaard, dat deze op verzoek van de klant op spindels moesten worden aangeleverd, met daarbovenop een laag afval. Getuige 2 heeft een omschrijving gegeven van het uiterlijk van medeverdachte 1; het is een man van ongeveer 40 jaar oud, 1.80 meter lang, blond haar en hij heeft een normaal postuur. Aan getuige 2 zijn foto’s getoond. Ten aanzien van één van de aan hem getoonde foto’s heeft getuige 2 verklaard: “geloof met redelijke zekerheid, dat het zou kunnen gaan om de persoon afgebeeld op de foto met nummer 42 (…) ik zou er zekerder van zijn als ik een kleurenfoto zou kunnen zien.” Getuige 2 is een kleurenfoto van medeverdachte 1 getoond tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris. Hij heeft toen te kennen gegeven dat hij de man die op de foto is te zien, herkent als de medeverdachte 1 die met hem contact heeft opgenomen met betrekking tot de productie van de Masterbox DVD’s/CD’s.

Ook was bij de doorzoeking aanwezig mevrouw getuige 3, de wettelijke vertegenwoordiger van bedrijf 2. Zij heeft verklaard een schriftelijke opdracht te hebben gekregen van de vennootschap bedrijf 10.

De productie van Masterbox discs in Tsjechië

Op 22 juni 2010 is een doorzoeking gedaan bij de firma bedrijf 3 te Praag. Bij deze doorzoeking zijn uit de administratie van bedrijf 3 documenten in beslag genomen.

Eén document betreft een orderbevestiging van 4 maart 2009, waarop onder ‘customer information’ de firma bedrijf 10 te Schijndel wordt genoemd. Het betreft een orderbevestiging van de vervaardiging van 77.000 dvd’s en 7.000 cd’s. De dvd’s zijn afzonderlijk voorzien van een titel, waarin steeds het nummer 45 wordt genoemd.

De rechtbank memoreert in dit verband, dat de IFPI heeft geconcludeerd dat er discs van de Masterbox editie 45 zijn vervaardigd bij bedrijf 3. Onder ‘Packing specification’ wordt telkens vermeld ‘on spindle’.

De productie van Masterbox discs in Bulgarije

Op 25 oktober 2010 werd in Tilburg door de politie een Bulgaarse vrachtwagen onderschept, met als lading dvd’s en cd’s van Masterbox editie 58. Op de ‘packing list’ werd vermeld dat het in totaal 97.200 stuks betrof. De goederen waren afkomstig van het bedrijf  8 te Bulgarije en bestemd voor bedrijf 12 te België. In werkelijkheid moest de lading, anders dan op de vrachtbrief vermeld, afgeleverd worden bij de firma bedrijf 13 te Tilburg.

Op 2 februari 2011 is in het kader van een rechtshulpverzoek van Nederland aan Bulgarije mevrouw getuige 6 gehoord. Getuige 6 is werkzaam als technisch secretaresse bij bedrijf 8. Zij heeft verklaard dat bedrijf 8 Masterboxen heeft vervaardigd in opdracht van een Belgische of Nederlandse opdrachtgever. De discs werden niet in doosjes verpakt, maar zaten op spindels en werden steeds naar hetzelfde adres gestuurd. Getuige 6 meent dat dit een adres in Tilburg betrof. De naam verdachte komt haar bekend voor.

Verdachte bekent betrokken te zijn geweest bij de productie van Masterboxen in Bulgarije. In het najaar van 2009 heeft hij voor de eerste keer een bezoek gebracht aan de firma bedrijf 8. Ook medeverdachte 1 was bij dit eerste bezoek aanwezig. Tijdens een tweede bezoek in het voorjaar van 2010 is gevraagd of bedrijf 8 Masterboxen kon produceren. Tijdens dit tweede bezoek zijn afspraken gemaakt met betrekking tot productieaantallen, prijzen, invullingen van documenten, de wijze van verzending van de dvd’s en cd’s, de wijze van informatie-uitwisseling en het doen van betalingen. Dit heeft geleid tot de daadwerkelijke productie van Masterboxen door bedrijf 8. Verdachte heeft verklaard zich te hebben beziggehouden met het onderhouden van de contacten met bedrijf 8 en met het versturen van de masters. Daarnaast moest hij ervoor zorgen dat het geproduceerde op tijd aankwam in Nederland en dat bedrijf 8 in het bezit werd gesteld van een contract en ‘declarations’. Uit deze ‘declarations’ moest blijken dat de opdrachtgever over de auteursrechten beschikte. De ‘declarations’ werden door verdachte voorzien van valselijke informatie, waarbij hij de naam van de firma bedrijf 12 heeft gebruikt. Ook heeft verdachte UPS Waybills vervalst en contante betalingen gedaan aan bedrijf 8.

Verdachte stelt te hebben gehandeld in opdracht van zijn opdrachtgever, met wie hij communiceerde via zijn hushmail account, zijnde e-mailadres 1. Op de computer van verdachte zijn e-mailgesprekken aangetroffen tussen voormeld e-mailadres en e-mailadres 2. In deze e-mailberichten wordt gesproken over stampers, masters, dvd’s, cd’s en de nummers 55-12, 56, 57-1, 57-2, 57-8 en 57-9. Deze e-mailberichten zijn vergeleken met sms-berichten die zijn verstuurd tussen de telefoonnummers telefoonnummer 3 en telefoonnummer 4. Hieruit bleek dat kort na een verstuurd e-mailbericht een sms werd verstuurd, die betrekking leek te hebben op het verzonden e-mailbericht. Verdachte heeft bekend de betreffende sms’jes te hebben verstuurd. Hij heeft de telefoon met het nummer telefoonnummer 3 gekregen om te communiceren met de persoon die hem de telefoon heeft gegeven. Het telefoonnummer 4 hoort bij een telefoontoestel dat is aangetroffen in de woning van medeverdachte 3.

Verdachte heeft verklaard dat medeverdachte 3 de financier en de opdrachtgever was voor de vervaardiging en verspreiding van Masterboxen.

Op 19 oktober 2010 is bij de doorzoeking van de auto van medeverdachte 3 een dvd met opschrift 58-9 aangetroffen. De inhoud van deze dvd is vergeleken met een dvd van de op 25 oktober 2010 onderschepte lading Masterboxen. De inhoud van deze dvd’s kwamen met elkaar overeen. De rechtbank stelt op basis hiervan vast, dat medeverdachte 3 beschikking had over een kopie van de Masterbox disc 58-9, reeds vóórdat deze in Nederland op de markt was gebracht.

Bedrijf 10

De rechtbank stelt op basis van de hierboven gebezigde bewijsmiddelen vast, dat bij het onderzoek naar de productielocaties in Polen, Italië en Tsjechië de naam bedrijf 10 ofbedrijf 10 naar voren is gekomen, als zijnde de afnemer van de dvd’s en cd’s.

De heer naam 1 is eigenaar/enig aandeelhouder van de firmabedrijf 10, officieel geheten bedrijf 10(hierna: ‘bedrijf 10’). naam 1 heeft ten overstaan van de FIOD verklaard, dat de namen Masterbox en bedrijf 3 hem niets zeggen en dat het laten persen van dvd’s niet tot de werkzaamheden van bedrijf 10 behoort. bedrijf 10 houdt zich enkel bezig met cd-recycling. De namenmedeverdachte 1, medeverdachte 3, verdachte en medeverdachte 2 komen hem niet bekend voor. Wanneer naam 1 in de administratie van bedrijf 10 nazoekt of de namen van verdachten hierin voorkomen, ziet hij dat op 30 mei 2007 een bezoek is gebracht aan het bedrijf  4. naam 1 weet bijna zeker dat zijn vroegere werknemer naam 2 bijbedrijf 4 is geweest en dat naam 2 zaken heeft gedaan met medeverdachte 1, die gebruik maakte van het e-mailadres 3.

Invoer van Inlays

In het kader van het strafrechtelijk opsporingsonderzoek is op 4 maart 2010 een telefoontap geplaatst op het telefoonnummer 8, in gebruik bij medeverdachte 1. Tijdens een telefoongesprek op 1 juni 2010 tussen medeverdachte 1 en ene naam 3 vraagt medeverdachte 1 of een man kan komen helpen bij het lossen van een container om 11:00 uur. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de FIOD op 2 juni 2010 een observatie uitgevoerd in de omgeving van het bedrijfspand gelegen aan het adres 1 te Eersel. Op dit adres was sinds 1 januari 2008 het bedrijf  4 van verdachte gevestigd. Medeverdachte 1 maakte gebruik van de faciliteiten van bedrijf 4 en zijn bedrijf  5 was ook gevestigd op hetzelfde adres. Het observatieteam van de FIOD zag dat door twee mannen een container werd gelost bij voormeld bedrijfspand. De container was beladen met pallets met daarop kartonnen dozen. Een deel van de lading werd in een bestelauto, een Mercedes Benz met het kentekenkentekennummer, geplaatst en het andere deel werd opgeslagen in de opslagruimte van het bedrijfspand. Uit gegevens van de douane bleek dat de container was ingevoerd onder de naam bedrijf 4, met als eigenaar verdachte, onder het containernummer nummer 1. Deze container was beladen met “12 pallets s.t.c. 546 cartons 3 disc digi tray met een bruto gewicht van 5747,8 kg zonder merken of nummers”.

Op 11 Juni 2010 wordt voormelde bestelauto opnieuw gezien bij het adres 1 te Eersel, met een blanke man als bestuurder. Ook medeverdachte 1 wordt opnieuw gezien op dit adres. Medeverdachte 1 opent de roldeur van het bedrijfspand. In de loods staan lege pallets en bruine dozen. Vanuit de loods worden vier pallets met bruine dozen in de bestelauto geladen. De bestuurder van de bestelauto rijdt (uiteindelijk) naar het adres 2 te Goirle. Daar worden de bruine dozen door de bestuurder uitgeladen en naar binnen gereden in het betreffende pand. De bestuurder rijdt weg omstreeks 12:50 uur. Om 12:59 uur wordt medeverdachte 1 gezien op het adres 2 te Goirle.

Uit onderzoek kwam naar voren dat de bestelauto op 2 juni 2010 was gehuurd op naam van getuige 7. De heer getuige 7 heeft als getuige verklaard dat hij twee maal op de adres 1 is geweest om dozen op te halen. Dit heeft hij gedaan in opdracht van een man die door getuige 7 ‘de man in het zwart’ wordt genoemd. De tweede keer heeft hij de dozen naar adres 2 in Goirle gebracht. Op 16 augustus 2010 heeft getuige 7 in opdracht van de man in het zwart dozen en tafels weggehaald bij de adres 2 te Goirle. Hierbij heeft getuige 7 de hulp van medeverdachte 3 ingeschakeld, die hem heeft geholpen bij het inladen. Getuige 7 is in een later stadium gehoord als verdachte. Tijdens dit verhoor gaf hij te kennen eerder niet helemaal de waarheid te hebben gesproken. Niet de man in het zwart, maar Smulders heeft getuige 7 gevraagd om de tafels weg te halen bij de adres 2. De verklaringen van getuige 7 worden ondersteund door camerabeelden waarop is te zien, dat een man en medeverdachte 3 samen op 16 augustus 2010 tafels in een vrachtauto laden, vanuit de loods gelegen aan de adres 2. De vrachtauto rijdt weg en komt op een later moment weer terug bij de loods. Medeverdachte 3 is ook dan aanwezig en laadt samen met een andere man een pallet vol met opgevouwen bruine dozen vanuit de loods in de vrachtauto.

Op een onder medeverdachte 3in beslag genomen computer zijn afbeeldingen van inlays aangetroffen.

Op 19 oktober 2010 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de loods gelegen aan de adres 2 te Goirle. In de loods werden vier plastic inlays aangetroffen, welke gelijk zijn aan de inlays zoals aangetroffen in de Masterboxen. Daarnaast werden in totaal 14 losse dvd’s van Masterbox 55 aangetroffen, alsmede gescheurde verpakkingen van Masterboxen van de edities 1, 4, 5, 6, 12, 13, 15, 21, 22, 30, 31 en 51. Van de edities 56 tot en met 58 is niets aangetroffen.

Op 9 september 2010 wordt tijdens een telefoongesprek tussenmedeverdachte 1 en verdachte gesproken over een container die morgen wordt afgeleverd en dat ze dat met z’n tweeën moeten doen. Naar aanleiding van dit gesprek wordt wederom een observatie uitgevoerd door de FIOD in de omgeving van de adres 1. Gezien wordt dat door medeverdachte 1 en een man op 9 september 2010 een container wordt gelost bij het pand aan de adres 1. De container is beladen met een aantal pallets met daarop kartonnen dozen. De lading wordt door medeverdachte 1 en de andere man binnengereden in het pand. Uit gegevens van de douane bleek dat voormelde container is ingevoerd onder de naam bedrijf 4, met verdachte als geadresseerde, onder het containernummer nummer 2. In deze container zaten 109.200 stuks van kunststofverpakkingsmiddelen.

Uit gegevens van de douane bleek dat in de periode 27 oktober 2008 tot en met 3 september 2010 op negen verschillende data containers met cd doosjes dan wel verpakkingsmateriaal van kunststof zijn geïmporteerd door bedrijf 4, waaronder de twee containers die zijn waargenomen op 2 juni 2010 en 9 september 2010.

Verdachte heeft over het lossen van containers aan de adres 1 verklaard, dat de goederen in de containers verpakkingsmaterialen waren en bedoeld waren voor het verpakken van dvd’s en cd’s. Hij bestelde deze verpakkingsmaterialen bij een fabriek in plaats (China).

In het kader van het opsporingsonderzoek is ook de heer getuige 4 als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij in verband met zijn eigen bedrijf  14 bekend is geraakt met het bedrijf  4. Medeverdachte 1 heeft hem gevraagd om plastic verpakkingsmateriaal in te kopen van bedrijf 4 en dit vervolgens door te verkopen aan een bedrijf genaamd bedrijf 15. Getuige 4 heeft de goederen zelf nooit gezien, hij factureerde alleen maar. Een en ander is gestopt in augustus 2009 door het faillissement van bedrijf 14. De opdracht tot factureren kreeg getuige 4 van medeverdachte 1.

De verkoop van Masterboxen door verdachte

Verdachte bekent Masterboxen te hebben ingekocht en verkocht, waaronder Disney Masterboxen. Hij stelt eind 2008 hiermee te zijn begonnen. In het begin lag zijn omzet rond 500 stuks per maand. In een later stadium betrof het 700 stuks per maand. Verdachte had een winstmarge van € 2,00 per verkochte Masterbox.

Verdachte gebruikte drie telefoons voor de in en verkoop van Masterboxen:

  • het nummer telefoonnummer 3 gebruikte hij voor het plaatsen van bestellingen bij de leverancier;
  • het nummer telefoonnummer 5 gebruikte hij om bestellingen te ontvangen van afnemers;
  • het nummer telefoonnummer 6 gebruikte hij om contact te onderhouden met de chauffeur die de Masterboxen kwam afleveren.

Met betrekking tot het telefoonnummer 3 memoreert de rechtbank dat verdachte vanaf dit nummer sms-berichten heeft verstuurd naar het nummer telefoonnummer 4, behorend bij een toestel dat in de woning van medeverdachte 3 is aangetroffen, alsmede dat verdachte uiteindelijk heeft verklaard dat medeverdachte 3 de leverancier en de financier is van de (handel in) Masterboxen.

Het toestel behorend bij het telefoonnummer 6 is een geëncrypteerde telefoon.

Verdachte maakte ook gebruik van een BlackBerry met het telefoonnummer 7. Dit was zijn privé telefoon. In deze BlackBerry zijn de contacten naam 4 en naam 5 aangetroffen. Onder beide contacten werd het nummer telefoonnummer 2 vermeld. Hierboven is reeds aangehaald dat laatstgenoemd nummer in gebruik is bij medeverdachte 3. Daarnaast merkt de rechtbank op dat naam 4 de voorletters zijn van medeverdachte 3.

De verkoop van Masterboxen door medeverdachte 2

Zoals reeds hierboven vermeld, werd op 25 oktober 2010 in Tilburg een transport Masterboxen van editie 58 uit Bulgarije onderschept. In de cabine van de vrachtauto werd een navigatiesysteem aangetroffen, waarin onder andere het adres 3 in Den Dungen stond geregistreerd. Op dit adres bleek het bedrijfsnaam gevestigd te zijn, welke firma toebehoort aan naam 7 en naam 8. naam 7 is gehoord en heeft verklaard dat medeverdachte 2 één keer per maand zeven Masterboxen aan hem levert. Deze Masterboxen werden vervolgens door naam 7 doorverkocht. Via naam 7 heeft medeverdachte 2 ook Masterboxen aan naam 8 geleverd.

medeverdachte 2 is gehoord door de FIOD. Hij heeft verklaard dat een Masterbox bestaat uit dvd’s en cd’s, met daarop films, tv-series en/of muziekwerken. Hij heeft bekend Masterboxen te hebben ingekocht en verkocht. In 2006 is hij begonnen met de handel in Masterboxen. Het is begonnen met de inkoop van 50 Masterboxen, maar dat werd steeds meer. Hij verkocht aan verschillende klanten en had een winstmarge van € 2,50 tot € 5,00 per Masterbox. De opbrengst bewaarde hij in zijn woning gelegen te woonplaats medeverdachte. De (discs van de) Masterboxen werden door hem opgeslagen in een door hem gehuurde loods gelegen te Wijk en Aalburg en in een door hem gehuurde garagebox gelegen te woonplaats medeverdachte. In de loods zijn 20 Masterboxen en 4 dozen met spindels aangetroffen. In de garagebox zijn 22 Masterboxen aangetroffen.

Medeverdachte 2 werd gebeld als er een nieuwe Masterbox uitkwam. In de woning van medeverdachte 2 zijn twee mobiele telefoons in beslag genomen. In één telefoon werd in de oproepenlijst drie keer het nummer telefoonnummer 2 aangetroffen, welk nummer in gebruik is bij medeverdachte 3. Voormelde oproepen zijn respectievelijk binnengekomen op 5 september 2006, 6 september 2006 en 17 december 2006. Medeverdachte 2 en medeverdachte 3 hebben ook telefonisch contact met elkaar gehad op 11 januari 2010 en 12 februari 2010. In het eerste gesprek wordt gesproken over een telefoon die medeverdachte 2 bij medeverdachte 3 moet ophalen. In het tweede gesprek wordt gezegd dat medeverdachte 3 de telefoon gaat afgooien bij medeverdachte 2.

Criminele organisatie

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat vast staat, dat er in de periode van 1 januari 2006 tot en met 16 oktober 2010 sprake is geweest van een criminele organisatie die tot oogmerk had om strafbare feiten te plegen, te weten de productie, verspreiding en distributie van illegale Masterboxen waarbij sprake was van overtreding van de Auteurswet. Naar het oordeel van de rechtbank was namelijk sprake van een samenwerkingsverband tussen meerdere personen, dat gedurende een periode van bijna 5 jaar op een gestructureerde wijze strafbare feiten pleegde. De rechtbank leidt uit de hierboven gebezigde bewijsmiddelen af, dat de organisatie als volgt te werk ging.

De organisatie stelde maandelijks een Masterbox samen en liet deze Masterboxen in diverse landen produceren. De edities 1 tot en met 23 van de Masterbox betroffen gebrande recordables. De edities 24 tot en met 38 liet de organisatie in Polen produceren. Dit is geweest in de periode van eind 2007 tot en met 9 februari 2009. Een deel van de edities 38 tot en met 52 is in Tsjechië geproduceerd (van eind 2008 tot februari 2010) en nummer 41 in Italië (mei 2009). Tot slot zijn de Masterboxen met nummer 53 tot en met 56 en nummer 58 in Bulgarije geproduceerd (van juni 2010 tot en met oktober 2010). De rechtbank gaat er op basis van hetgeen hiervoor is weergegeven vanuit dat de eerste editie van de Masterbox is verschenen in januari 2006.

De organisatie stuurde de masters van de dvd’s/cd’s naar de producenten op, deed contante betalingen en zorgde voor valse declarations waaruit moest blijken dat de opdrachtgever over de rechten beschikte. Daarbij werd misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van diverse bedrijven waaronder bedrijf 10 te Nederland en bedrijf 12 te België. De organisatie zorgde ervoor dat de dvd’s/cd’s naar Nederland werden vervoerd. Op verzoek van de organisatie gebeurde dit op spindels met bovenop afvalmateriaal. In Nederland werden de Masterboxen verder samengesteld op het adres 2 in Goirle. De verpakkingsmaterialen en/of inlays voor de Masterboxen werden in China besteld, waarbij op papier via het bedrijf van getuige 4 een goederen- en geldstroom gecreëerd werd om de daadwerkelijke bestemming van de goederen te verhullen. Vervolgens werden de Masterboxen opgeslagen en door diverse (tussen)handelaren in (grote) partijen op de markt gebracht. De partijen werden verkocht aan handelaren die de Masterboxen uiteindelijk aan particulieren verkochten.

De diverse deelnemers van de organisatie hadden in het geheel ieder een eigen rol. Zo was er een persoon die de organisatie aanstuurde en zorgde voor de financiering. Daarnaast waren er personen die zich bezighielden met het productieproces, het vervoeren van de dvd’s/cd’s en het verpakken van de Masterboxen en tot slot waren er personen die zich met de verkoop van Masterboxen bezighielden. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte deel heeft uitgemaakt van deze criminele organisatie en zo ja, welke rol verdachte daarin heeft gehad. Die vraag zal de rechtbank hierna beantwoorden.

Betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk inbreuk maken op eens anders auteursrecht en op het ter verveelvoudiging of ter verspreiding voorhanden hebben, het invoeren en het bewaren uit winstbejag van voorwerpen waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat. De rechtbank is namelijk van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat verdachte samen met anderen illegale dvd’s/cd’s heeft geproduceerd, het vervoer van deze dvd’s/cd’s heeft geregeld, de illegale masterboxen heeft samengesteld/ingepakt en dat verdachte heeft gehandeld in illegale masterboxen. Verdachte heeft hierover een uitgebreide verklaring afgelegd en daarnaast blijkt zijn betrokkenheid onder andere uit de tapgesprekken, de verklaringen van getuigen, diverse geschriften en observaties. Gezien de omvang en de stelselmatigheid van de werkzaamheden en de periode waarin verdachte de werkzaamheden heeft verricht, kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden vastgesteld dat verdachte hier zijn bedrijf van heeft gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn handelen ook heeft deelgenomen aan de criminele organisatie, zoals deze hierboven is omschreven. Van deelneming is namelijk sprake wanneer verdachte wist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Door zich actief bezig te houden met onder andere het productieproces en de handel in de illegale Masterboxen, terwijl hij wist dat er nog meer mensen bij betrokken waren om zijn werkzaamheden mogelijk te maken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte onderdeel heeft uitgemaakt van de organisatie. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat er inderdaad sprake was van een gestructureerde organisatie en dat hij begrijpt dat hij daar (weliswaar onder druk) onderdeel van uit heeft gemaakt. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt verder dat ook medeverdachte 1, medeverdachte 2 en medeverdachte 3 deel uitmaakten van de organisatie, zij het dat ieder een eigen rol vervulde in de organisatie.

De rechtbank zal voor wat betreft de bewezenverklaarde periode uitgaan van de verklaring van verdachte, dat hij sinds eind 2008 betrokken is geweest bij de handel in Masterboxen en dat hij zich met de productie en het regelen van het vervoer heeft beziggehouden, vanaf het moment dat de Masterboxen werden geproduceerd in Bulgarije. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verdachte vanaf 27 oktober 2008 betrokken is geweest bij de invoer van inlays en/of verpakkingsmaterialen vanuit China die werden gebruikt voor het samenstellen van Masterboxen. Uit de stukken blijkt namelijk dat er 9 keer containers vanuit Hong Kong met cd-doosjes en verpakkingsmaterialen zijn ingevoerd in de periode van 27 oktober 2008 tot en met september 2010 en desgevraagd heeft verdachte ter zitting aangegeven, dat hij betrokken is geweest bij al deze transporten. De rechtbank gaat er – mede door de verklaring van getuige 4, de resultaten van de zoeking aan de adres 2 te Goirle en de observaties – van uit dat deze goederen waren bedoeld voor het samenstellen/verpakken van de illegale Masterboxen. De rechtbank zal 27 oktober 2008 daarom als uitgangspunt nemen voor de bewezenverklaarde periode. Van de ten laste gelegde periode van periode van 1 november 2007 tot 27 oktober 2008 zal verdachte worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de hiervoor reeds door de rechtbank opgeworpen vraag welke betekenis in het kader van het bewijs dient te worden toegekend aan het proces-verbaal van 6 september 2011 (AH 126) overweegt de rechtbank dat de FIOD blijkens de verklaring van verbalisant naam verbalisant 2 tegenover de rechter-commissaris op 13 november 2012 aan verdachte heeft toegezegd, dat zijn verklaring over de betrokkenheid van medeverdachte 3 bij de productie van en handel in Masterboxen niet in het proces-verbaal zou worden opgenomen. Uiteindelijk heeft de officier van justitie toch opdracht gegeven een en ander in een proces-verbaal vast te leggen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte hierdoor in zijn belangen is geschaad en dat sprake is van schendig van de beginselen van een goede procesorde. Echter, zoals hiervoor reeds is overwogen, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een dusdanige schending, dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging. Wel dient deze schending naar het oordeel van de rechtbank te leiden tot bewijsuitsluiting, in die zin dat de rechtbank AH-126 en de verklaringen die hieromtrent bij de rechter-commissaris zijn afgelegd, niet heeft meegenomen voor het bewijs.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: Medeplegen van opzettelijk inbreuk maken op eens anders auteursrecht, meermalen gepleegd terwijl hij het plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent en medeplegen van opzettelijk ter verveelvoudiging of ter verspreiding voorhanden hebben, invoeren en bewaren uit winstbejag van voorwerpen waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat, meermalen gepleegd terwijl hij het plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent;
  • Feit 2: Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF