Verdachte heeft zich gedurende een periode van een half jaar schuldig gemaakt aan meer dan 20 gevallen van verduistering

Gerechtshof Den Haag 3 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2878

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit kan worden bewezen verklaard. De verdachte heeft op internet via de website marktplaats.nl concertkaartjes en fietsonderdelen aangeboden, daarvoor geld ontvangen op verschillende bankrekeningen, maar vervolgens nooit de artikelen geleverd. De verschillende bankrekeningen staan op naam van de verdachte en het is niet aannemelijk dat iemand anders dan de verdachte de betreffende advertenties heeft geplaatst. In dit kader is door de advocaat-generaal een beroep gedaan op het arrest van het hof ’s Hertogenbosch van 23 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:121), waarbij de verdachte voor soortgelijke oplichtingen is veroordeeld.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, aangezien de verdachte zich niet wederrechtelijk heeft bevoor- deeld door de aangevers door een van de in art. 326 Sr genoemde middelen ertoe te bewegen om geldbedragen naar hem over te maken.

Het oordeel van het hof

Naar het oordeel van het hof biedt het strafdossier onvoldoende aan- knopingspunten om te kunnen vaststellen dat het de verdachte is geweest die de onder het primair ten laste gelegde oplichtingshandelingen heeft gepleegd.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat met de overmaking door de aangevers van gelden naar (een van) de bankrekeningnummers van de verdachte wel de begunstiging van de verdachte vaststaat, maar dat daarmee nog niet tevens het bewijs is geleverd dat het de verdachte is geweest die bemoeienis heeft gehad met de advertenties op marktplaats.nl alsmede met de e-mailcorrespondentie naar aanleiding van die advertenties. In dat verband stelt het hof vast dat blijkens het dossier wel onderzoek is gedaan naar de IP-adressen waarvan gebruik is gemaakt bij het aanmaken van één specifieke advertentie alsmede het daarvoor benodigde gebruikers ID, maar toen dat onderzoek erop wees dat gebruik was gemaakt van een proxyserver, verder digitaal onderzoek is uitgebleven. In het bijzonder moet het hof op grond van het dossier aannemen dat in het geheel niet is onderzocht of de verdachte beschikte over een of meerdere computers, laat staan dat nader onderzoek aan dergelijke computers heeft plaatsgevonden.

Het hof merkt hierbij op dat als het de verdachte zou zijn geweest die de advertenties heeft geplaatst, en hij ook degene is geweest die met aangevers per e-mail heeft gecorrespondeerd naar aanleiding van de advertenties, het waarschijnlijk moet worden geacht dat dergelijke handelingen ook digitale sporen op de door verdachte gebruikte computer(s) zouden hebben ach- terlaten. Onderzoek naar eventueel door een verdachte gebruikte compu- terapparatuur, en hetgeen daarop aan sporen is te vinden is dan ook van groot belang voor de beoordeling of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting ex art. 326 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht het dan ook opmerkelijk dat dergelijk onderzoek in deze zaak geheel is uitgebleven.

Het feit dat de bankrekeningen waarnaar door de aangevers geld is overgemaakt op naam staan van de verdachte, vormt weliswaar een aanwijzing dat de verdachte degene is geweest die achter de advertenties en de e-mailcorrespondentie heeft gezeten, maar is op zichzelf onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde te komen, nu er geen (verdere) bewijsmiddelen voorliggen waaruit de relatie tussen verdachte en in het bijzonder de (aanwending van) de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen jegens aangevers kan blijken.

Het hof zal de verdachte dan ook van het primair tenlastegelegde vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, verduistering, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF