Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde valselijk opgemaakte schadeaangifte-formulier indienen bij de verzekeraar heeft begaan

Gerechtshof Den Haag 31 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2880

Aan de verdachte is medeplegen van, subsidiair medeplichtigheid aan, poging tot oplichting ten laste gelegd, feitelijk bestaande uit het in verband met schade als gevolg van een aanrijding tussen twee auto’s in strijd met de waarheid opmaken van een formulier.

Het hof stelt vast dat op 1 februari 2010 een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen een auto en een bestelwagen. Naar aanleiding van die aanrijding is een aanrijdingsformulier opgemaakt. Daarop is een situatieschets van de aanrijding gemaakt, waaruit het hof begrijpt dat de bestelwagen vanuit een parkeerplaats achteruit is gereden, waarbij de bestelwagen tegen de achterlangs rijdende auto is aangereden. Op het formulier is onder ‘11. zichtbare schade’ ingevuld: “De hele rechte zijkant”.

In het door de aangever overgelegde rapport van Bosscha ongevallenanalyse B.V. staat dat op de auto diverse beschadigingen zijn waargenomen die kunnen zijn veroorzaakt door de bestelwagen. Daarnaast zijn ook beschadigingen waargenomen die waarschijnlijk niet door de bestelwagen zijn veroorzaakt.

Het vorenstaande is niet in strijd met wat op het aanrijdingsformulier is ingevuld. Voor zover het Openbaar Ministerie meent dat met “De hele rechte zijkant” is bedoeld te zeggen dat alle schade aan de rechterzijkant van de auto door de aanrijding met de bestelwagen is veroorzaakt, berust dat op een naar het oordeel van het hof te extensieve uitleg van voornoemde zinsnede.

Het hof acht reeds daarom niet wettig bewezen dat het aanrijdingsformulier in strijd met de feitelijke situatie is opgemaakt. De vraag of het de verdachte is geweest die dat aanrijdingsformulier heeft ingevuld, kan om die reden onbesproken blijven.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding Allianz Nederland Schadeverzekering NV

In het onderhavige strafproces heeft Allianz Nederland Schadeverzekering NV zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.636,11.

In hoger beroep is deze vordering van rechtswege aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van € 3.636,11.

Nu de verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF