Verdachte heeft gedurende meerdere jaren grote geldbedragen verduisterd die toebehoorden aan een vereniging en een stichting die de gelden beheerden t.b.v. 14 basisscholen in de gemeente Kampen

Rechtbank Overijssel 11 februari 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:626

Verdachte heeft als penningmeester van een vereniging en een stichting gedurende meerdere jaren opzettelijk op stelselmatige wijze grote geldbedragen verduisterd die toebehoorden aan de vereniging en de Stichting. Door de handelwijze van verdachte is zowel de Vereniging als de Stichting, die de gelden voor 14 basisscholen in de gemeente Kampen beheert, benadeeld voor een totaalbedrag van € 3.571.920.

Het gaat hier om gemeenschapsgeld, te weten gelden die van overheidswege ten algemenen nutte waren uitgekeerd aan de Stichting en die in het bijzonder bestemd waren om de kwaliteit van het basisonderwijs te waarborgen en, mocht dat nodig zijn, te verbeteren. Ten gevolge van de verduistering van die gelden door verdachte zijn niet slechts de Vereniging en de Stichting als zodanig gedupeerd, maar ook een groot aantal particulieren, in het bijzonder de kinderen die naar de betreffende scholen gaan, omdat de beschikbaar gestelde gelden niet aan hen ten goede zijn gekomen. Verdachte heeft zich daarvan ten tijde van het plegen van de strafbare feiten geen enkele rekenschap gegeven.

Een en ander klemt temeer nu verdachte geen first-offender is. Verdachte is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 16 juli 2010 veroordeeld ter zake van valsheid in geschrift. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt onder meer dat verdachte zich ten tijde van die eerdere veroordeling reeds gedurende ruim drie jaren op stelselmatige en zeer omvangrijke wijze schuldig maakte aan verduistering van grote geldbedragen van de Vereniging en de Stichting en ook nadien daarmee is doorgegaan. De aan verdachte bij voornoemd vonnis opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaren, welke naast de maximale werkstraf van 240 uren is opgelegd, heeft hem er evenmin toe gebracht te stoppen met het verduisteren van gelden. Verdachte heeft in totaal 68 maal geldbedragen onttrokken aan de Vereniging en de Stichting, terwijl hij evenzovele malen telkens de keuze had om daarvan af te zien. Zelfs een faillissement van een zakelijke relatie van verdachte, aan wie verdachte voorafgaand aan dat faillissement grote geldbedragen, afkomstig van de Vereniging en de Stichting, heeft geleend, heeft verdachte niet tot inkeer gebracht, terwijl voor verdachte zonder meer duidelijk had moeten zijn dat het door hem gebezigde argument om gelden te (blijven) onttrekken aan de Vereniging en de Stichting, namelijk dat hij dacht dat men hem wel zou terugbetalen, gelet op het faillissement van die zakelijke relatie zeker niet meer aan de orde kon zijn.

Verdachte heeft zich daarnaast, nog geen vier maanden na bovengenoemde veroordeling voor valsheid in geschrift, opnieuw schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van twee geschriften, deze keer een brief van en aan de Belastingdienst, teneinde een zakelijke relatie ter wille te zijn.

De gedragingen van verdachte getuigen naar het oordeel van de rechtbank van een handelwijze die uitsluitend gericht was op het oplossen van zijn eigen problemen en de problemen van zijn zakelijke relaties, terwijl verdachte geen oog heeft gehad voor de belangen van de Vereniging en de Stichting. De rechtbank neemt dit de verdachte uiterst kwalijk en rekent hem zijn frauduleuze handelen zeer zwaar aan, in het bijzonder gelet op zijn positie/functie als penningmeester en de daaruit voortvloeiende vertrouwensrelatie die hij op deze wijze ernstig en blijvend heeft geschaad. Bovendien straalt het handelen van verdachte in negatieve zin af op de overige bestuursleden die zijn betrokken bij de Vereniging en de Stichting. De omstandigheid dat verdachte het merendeel van de door hem verduisterde gelden grotendeels niet ten eigen voordele heeft aangewend, maar met name heeft gebruikt om zakelijke relaties financieel te helpen, doet niet af aan de verwerpelijke handelwijze van verdachte. Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de Vereniging en de Stichting in hem hadden gesteld.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat ten voordele van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte veel berouw toont en inmiddels (op grond van de notariële vaststellingsovereenkomst tussen de Vereniging en de Stichting en verdachte) een aanzienlijk deel van zijn maandelijkse inkomen besteedt aan het terugbetalen van de verduisterde gelden. Ook vindt de rechtbank dat het verdachte siert dat hij, hoewel hij als volledig toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt, hulp heeft gezocht om inzicht te krijgen in zijn persoon, om te achterhalen waarom hij tot zijn daden is gekomen en dat hij bereid is zich te laten behandelen.

De omstandigheid dat verdachte volledig openheid van zaken heeft gegeven omtrent zijn gedragingen zal naar het oordeel van de rechtbank niet als strafmatigend worden aangemerkt, aangezien verdachte dit niet uit eigen initiatief heeft gedaan, maar daartoe is gedwongen door de feitelijke situatie, namelijk nadat door de Vereniging en de Stichting aangifte was gedaan.

Gelet op de aard en ernst van de feiten, de omvang van het nadeel, de zeer lange periode waarin de feiten zijn gepleegd, het stelselmatige karakter ervan en de recidive van verdachte is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een substantiële vrijheidsstraf, waarvan een deel voorwaardelijk, passend en geboden is.

De rechtbank realiseert zich dat door de oplegging van na te noemen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf de continuïteit van verdachtes bedrijf in gevaar zal komen, dat dit de voortzetting van de terugbetalingsovereenkomst zal bemoeilijken of zelfs zal beletten, alsmede dat een en ander grote persoonlijke consequenties zal hebben voor verdachte en zijn gezin. Deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende reden om een andere dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het voorwaardelijk deel van de na te noemen op te leggen gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde een terugbetalingsverplichting van verdachte aan de Vereniging en de Stichting te verbinden nu die terugbetalingsverplichting reeds voortvloeit uit de notariële vaststellingsovereenkomst.

Bewezenverklaring

Feit 1: Verduistering, meermalen gepleegd

Feit 2: Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 12 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF