Veroordeling medeverdachte in megazaak Oranje tegen ex-gedeputeerde provincie Noord-Holland

Rechtbank Noord-Holland 3 december 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:11737

Verdachte heeft frauduleuze delicten gepleegd waarmee forse bedragen zijn gemoeid.

Op verdachte rustte, als eigenaar van een bedrijf, de plicht van het voldoen aan de normen van een integer en zuiver handels- en betalingsverkeer. Verdachte heeft gedurende langere tijd zijn makelaardij ter beschikking gesteld voor het versturen van valse facturen en het ontvangen en doorbetalen van geldbedragen die op grond van deze valse facturen werden ontvangen. Verdachte heeft aldus misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in facturen en legale bedrijven. Door zijn handelen heeft hij bovendien mogelijk gemaakt dat medeverdachte 1 gedurende de periode dat hij gedeputeerde bij de provincie Noord Holland was, geldbedragen kon blijven ontvangen van bedrijven, zonder dat dit bekend werd bij de Provincie Noord-Holland dan wel daarbuiten, waardoor deze bedrijven mogelijk zijn begunstigd. Voornoemde werkwijze van een hooggeplaatste overheidsfunctionaris is door verdachtes handelen aan het oog onttrokken waardoor het vertrouwen dat burgers in de objectiviteit van overheidsbeslissingen moeten kunnen hebben, in ernstige mate is beschaamd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

  • het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 10 oktober 2012, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder werd veroordeeld.
  • het rapport d.d. 30 september en 9 oktober 2013, opgemaakt door Ton Koot FMW, forensisch maatschappelijk werk.

Gelet op de leeftijd en de verminderde lichamelijke en geestelijke gezondheid van verdachte ten gevolge van dit strafproces, de media-aandacht en de ernstige psychische en financiële gevolgen die dit voor de verdachte heeft veroorzaakt alsmede het feit dat verdachte van het witwassen van een tweetal geldbedragen is ontslagen van rechtsvervolging zal de op te leggen straf iets lager zijn dan door de officier van justitie is geëist.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verdachte tot het verrichten van 180 uren taakstraf.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF