Vennoot van verdachte vennootschap heeft gehandeld i.s.m. artikel 9 van de Flora- en faunawet (oud) en artikel 16 van de Visserijwet 1963

Rechtbank Rotterdam 27 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10297

Een vennoot van de verdachte vennootschap, die als bedrijfsactiviteiten onder meer vishandel en visserij uitoefende, heeft gehandeld i.s.m. artikel 9 van de Flora- en faunawet (oud) (misdrijf) en artikel 16 van de Visserijwet 1963 (overtreding).

Hij heeft met aalfuiken palingen/alen (Anguilla anguilla) gevangen, terwijl de aal een beschermde inheemse diersoort is als bedoeld in artikel 4, derde lid Flora-en faunawet (oud) en het op die wetsbepaling gebaseerde artikel 3 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (oud). Hij heeft voorts i.s.m. art. 4, derde lid (voorheen tweede lid) van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 gevist met aalfuiken zonder zuiver ronde ringetjes.

De vrijstelling a.b.i. art. 20a van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (oud) is niet van toepassing, omdat niet is voldaan aan het bij of krachtens de Visserijwet 1963 bepaalde, waardoor het vangverbod van artikel 9 van de Flora- en faunawet (oud) is blijven gelden. Geen gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van de begane strafbare feiten. De gedragingen van de vennoot kunnen o.g.v. de criteria van het Drijfmestarrest worden toegerekend aan de verdachte vennootschap.

De economische politierechter veroordeelt de verdachte vennootschap tot betaling van geldboetes van € 1.500,- respectievelijk € 2.000,-, waarvan een gedeelte, groot € 1.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF