Tweede tranche Wis in consultatie: modernisering van het bedrijfsvoeringstoezicht onder sanctiewetgeving
/Op internetconsultatie.nl is de tweede tranche van de Wet internationale sanctiemaatregelen (Wis) ter openbare consultatie gepubliceerd. Dit wetsvoorstel vult hoofdstuk 4 van de Wis in met een nieuw normenkader voor de bedrijfsvoering van onder toezicht staande instellingen en moderniseert daarmee het bestaande Sanctiewet-toezicht (Sw-toezicht). Waar de eerste tranche op 19 februari 2026 bij de Tweede Kamer is ingediend en op hoofdlijnen ziet op bestuursrechtelijke handhaving, een centraal meldpunt sancties en uitbreiding van de kring van onder toezicht staande instellingen, richt deze tweede tranche zich specifiek op de inrichting van de interne processen van instellingen. De voorgestelde bepalingen verankeren grotendeels wettelijk wat nu in lagere regelgeving is geregeld en brengen het Nederlandse kader in lijn met het Europese antiwitwaspakket. Voor de financieel-economisch strafrechtpraktijk is het voorstel onder meer van belang omdat kernverplichtingen straks zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk, via de Wet op de economische delicten, kunnen worden gehandhaafd. In deze bijdrage lopen we de belangrijkste onderdelen van het voorstel langs.
Positionering binnen het sanctienalevingsstelsel
De tweede tranche is een aanvulling op de eerste tranche en volgt uit de aanbevelingen van de Nationaal Coördinator Sanctienaleving en Handhaving uit mei 2022. Volgens de wetgevingskalender is de modernisering van het bedrijfsvoeringstoezicht oorspronkelijk bedoeld als onderdeel van de eerste tranche. Door de recente ontwikkelingen op Europees niveau, in het bijzonder de inwerkingtreding van de Verordening (EU) 2024/1624 betreffende antiwitwassen (hierna: AMLR), is gekozen voor een afzonderlijk wetsvoorstel dat optimaal op het Europese kader aansluit. Bij inwerkingtreding van de tweede tranche wordt de Sanctiewet 1977 definitief ingetrokken en gaan de resterende onderdelen op in de Wis.
Op 1 mei 2026 organiseert het Ministerie van Buitenlandse Zaken een sanctiedag, waarbij belanghebbenden nader over de inhoud van het wetsvoorstel in gesprek gaan. Reacties op de consultatie kunnen daarnaast via het reguliere kanaal van internetconsultatie worden ingediend.
Reikwijdte en toezichthouders
Hoofdstuk 4 Wis is van toepassing op een brede groep instellingen: banken, betaal- en elektronischgeldinstellingen, beleggingsinstellingen en -ondernemingen, beheerders van icbe's, trustkantoren, aanbieders van cryptoactivadiensten, schadeverzekeraars, pensioenfondsen, belastingadviseurs, accountants, advocaten en notarissen. Nieuw ten opzichte van de bestaande reikwijdte is de opname van bepaalde kansspelaanbieders, waarvoor de kansspelautoriteit als toezichthouder wordt aangewezen. Daarmee sluit het wetsvoorstel aan bij de reikwijdte van de AMLR voor kansspeldiensten. De bestaande toezichtverdeling tussen De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten, het Bureau Financieel Toezicht en de deken blijft ongewijzigd.
Voor schadeverzekeraars en pensioenfondsen geldt een bijzonder regime. Deze instellingen vallen niet onder de AMLR. Zij baseren hun naleving, inclusief die van gerichte financiële sancties, dus volledig op de Wis. Artikel 4.1.2, zevende lid, biedt een grondslag om deze groepen bij algemene maatregel van bestuur geheel of gedeeltelijk van de regels vrij te stellen als voor hun werkzaamheden een laag risico op sanctieovertreding bestaat. Bij de consultatie zijn specifieke vragen uitgezet over de wenselijke invulling daarvan, onder meer over welke kenmerken moeten worden gehanteerd om laag risico vast te stellen.
Kern van het bedrijfsvoeringskader
Het voorstel verankert een risicogebaseerde benadering. Instellingen moeten op grond van artikel 4.2.1 een doorlopende risicobeoordeling uitvoeren die onder meer rekening houdt met de geldende sanctiemaatregelen, de nationale risicobeoordeling op grond van de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering en risicofactoren verbonden aan klanten, transacties, leveringskanalen en geografische gebieden. De uitkomsten vormen de basis voor een door het bestuur goedgekeurd sanctierisicobeleid (artikel 4.2.2), dat onder meer waarborgen moet bevatten tegen categorische uitsluiting van klantgroepen.
Daarnaast worden nalevings- en auditfunctie, opleidingseisen, bewaartermijnen van vijf jaar en uitbestedingsvoorschriften opgenomen. De kernverplichtingen in paragraaf 4.3 betreffen de informatie-inwinning (artikel 4.3.1) en de daaropvolgende controle van klanten en transacties (artikelen 4.3.2 en 4.3.3). Instellingen moeten informatie inwinnen over klanten, uiteindelijk begunstigden, eigendoms- en zeggenschapsstructuren en het doel van de zakelijke relatie, en deze informatie toetsen aan de geldende sanctiemaatregelen. In geval van twijfel over de toepasselijkheid van een sanctiemaatregel schrijft het voorstel opschorting van de beoogde activiteit voor, totdat voldoende informatie is ingewonnen.
Verhouding tot de antiwitwasverordening
De memorie van toelichting benadrukt dat de Wis de AMLR niet doubleert. Voor instellingen die zowel onder de Wis als onder de AMLR vallen, gelden de vereisten van de verordening voor de naleving van gerichte financiële sancties, en niet een aanvullend nationaal regime. Nationaal recht blijft daarnaast noodzakelijk voor de naleving van EU sectorale sancties en nationaal geldende maatregelen ter bestrijding van terrorismefinanciering, die niet onder de AMLR vallen. Ook de bedrijfsvoeringsvereisten bij geldovermakingen en cryptoactivatransacties onder de TFR en de regels rondom instantovermakingen onder de IPR blijven integraal van toepassing.
Het wetsvoorstel maakt daarnaast uitzonderingen mogelijk op de transactiecontrole. Een instelling kan de transactiecontrole onder voorwaarden achterwege laten als de transactie plaatsvindt met een instelling die zelf onder de AMLR valt en de verplichtingen uit artikel 20 van die verordening toepast. Dit betreft uitsluitend gerichte financiële sancties. Voor EU sectorale sancties en nationale terrorismefinancieringsmaatregelen blijft de controle verplicht.
Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving
Het voorstel bouwt voort op de handhavingssystematiek die in de eerste tranche is geïntroduceerd. De toezichthouders krijgen aanwijzings-, dwangsom- en boetebevoegdheden, met publicatiebevoegdheden naar analogie van de Implementatiewet antiwitwassen en terrorismefinanciering. Het voorstel hanteert drie boetecategorieën met maximumbedragen van respectievelijk € 10.000, € 1 miljoen en € 5 miljoen. Voor categorie 3 kan de toezichthouder een boete opleggen tot 10% van de netto-omzet van de overtreder, voor zover dit meer bedraagt dan het reguliere maximum. Ook bestaat de mogelijkheid tot het opleggen van tweemaal het behaalde voordeel en een verdubbeling bij recidive binnen vijf jaar.
Nieuw is dat de verplichtingen over informatie-inwinning, risicogebaseerde controlemaatregelen, de bewaarplicht en de geheimhoudingsplicht voor instellingen via artikel X van het voorstel onder de Wet op de economische delicten worden gebracht. Overtreding van onder meer de artikelen 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.7.1, 4.7.2, 4.7.3 en 4.8.5, eerste en derde lid, wordt daarmee een economisch delict. De memorie van toelichting plaatst deze keuze in het perspectief van vergelijkbare domeinen waar toezicht op financiële of economische integriteitsnormen centraal staat, zoals de Wwft en de toekomstige Implementatiewet antiwitwassen en terrorismefinanciering. Het strafrecht wordt nadrukkelijk als ultimum remedium gepositioneerd. De regering verwacht dat primair bestuursrechtelijk wordt opgetreden en dat bij samenloop afstemming plaatsvindt tussen toezichthouders en Openbaar Ministerie, conform het bestaande convenant ter voorkoming van ongeoorloofde samenloop tussen onder meer AFM, DNB, FIOD en het Openbaar Ministerie. De in de eerste tranche door de fracties opgeworpen samenloop- en ne-bis-in-idemvragen, zoals eerder op BijzonderStrafrecht.nl besproken, zullen ook bij deze tranche in beeld blijven.
Centraal meldpunt, gegevensuitwisseling en strafvorderlijke gegevens
Het voorstel bouwt voort op het in de eerste tranche opgerichte centraal meldpunt sancties. Artikel 8.2.1 wordt zo gewijzigd dat het meldpunt rechtstreeks gegevens kan verstrekken aan instellingen over meldingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun controlemaatregelen. Daarmee wordt voorzien in een terugkoppeling naar de onder toezicht staande instellingen, bijvoorbeeld wanneer een gesanctioneerde partij via een complexe structuur actief blijkt in Nederland.
Een nieuwe paragraaf 8.4 introduceert een grondslag voor de Minister van Buitenlandse Zaken om persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verwerken voor het doen van voorstellen voor listings op EU-sanctielijsten. Gekoppeld daaraan worden de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens gewijzigd zodat het College van procureurs-generaal onder voorwaarden justitiële en strafvorderlijke gegevens kan verstrekken aan de Minister, ten behoeve van voorstellen op grond van artikel 29 VEU en artikel 215, tweede lid, VWEU. Deze aanpassing raakt direct het grensvlak van strafrecht en buitenlands beleid.
Nationale risicobeoordeling en consultatievragen
In aansluiting op de AMLR en de daarop gebaseerde Implementatiewet antiwitwassen en terrorismefinanciering wordt een nationale risicobeoordeling ingevoerd voor de risico's op niet-naleving en ontduiking van gerichte financiële sancties. Omdat deze beoordeling nieuw is, stelt de consultatie een reeks thematische vragen aan instellingen, experts en toezichthouders over onder meer het gewenste detailniveau, de frequentie van actualisering en de rol van de private sector bij de totstandkoming. Een vergelijkbare benadering wordt gevolgd voor de vrijstellingsbevoegdheid voor schadeverzekeraars en pensioenfondsen, waarvoor afzonderlijk consultatievragen zijn uitgezet.
Regeldruk, uitvoerbaarheid en uitvoeringstoets
Volgens de memorie van toelichting introduceert de tweede tranche geen nieuwe structurele nalevingskosten of toezichtslasten. De kosten beperken zich, zo stelt de regering, tot kennisnamekosten en worden indicatief geraamd op 8 tot 12 uur per instelling tegen een uurtarief van € 54. De toezichtpopulatie wordt op ongeveer 52.000 instellingen geschat, waarbij belastingadviseurs, accountants, advocaten en notarissen het grootste aandeel vormen. Gedurende de consultatie worden uitvoeringstoetsen aangevraagd bij de betrokken toezichthouders. Deze zullen samen met de consultatiereacties in het wetsvoorstel en de memorie worden verwerkt, voorafgaand aan de indiening bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Afsluiting
De tweede tranche van de Wis vormt het sluitstuk van de modernisering van het Nederlandse sanctienalevingsstelsel en brengt het bedrijfsvoeringstoezicht in de Wis zelf onder. Kernkeuzes zijn de wettelijke verankering van risicogebaseerde bedrijfsvoeringsvereisten, de aansluiting bij de AMLR, de uitbreiding van het toezicht naar bepaalde kansspelaanbieders en de onderbrenging van kernverplichtingen onder de Wet op de economische delicten. De komende consultatie en de sanctiedag van 1 mei 2026 zullen duidelijk maken hoe de praktijk de voorgestelde keuzes beoordeelt, met in het bijzonder aandacht voor de samenloop tussen bestuurs- en strafrecht, de positie van pensioenfondsen en schadeverzekeraars en de uitvoerbaarheid voor de juridische beroepsgroepen. De parlementaire behandeling van de eerste tranche, die in het verslag van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 21 april 2026 op een reeks kritische vragen is gestuit, zal bovendien mede richting geven aan de uiteindelijke vormgeving van deze tweede tranche.
