Toetsingskader afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte

Hoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1236 De verdachte is bij vonnis van 17 december 2010 door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren wegens het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Bij de de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een aan het hof gericht handgeschreven faxbericht, verzonden om 8.10 uur op 10 juni 2013, dat is de dag van de zitting van het hof, die eveneens aan de schriftuur is gehecht, afkomstig van de verdachte waarin hij om aanhouding van de behandeling van zijn zaak verzoekt:

“Hierbij bericht ik U dat ik tot mijn zeer grote spijt wegens mijn gezondheidssituatie niet in staat ben persoonlijk aanwezig te kunnen zijn bij de geplande behandeling van mijn strafzaak op maandag 10 juni 2013 om 11.00 uur.

Ondergetekende heeft op 1 september 2012 een zwaar auto ongeval gehad, waarbij o.a. mijn linkerarm op 3 plaatsen is gebroken, mijn wervels zijn verschoven, waardoor ik de hele dag benauwd heb en een zuurstoftekort heb.

Ik moet worden vervoerd in een rolstoel met aangepast vervoer, maar ik ben vanmorgen door een zuurstoftekort en ademhalingsproblemen niet in staat mij naar Arnhem te begeven.

Ik heb bijna het hele weekend op bed gelegen en voel mij dusdanig dat mijn huisarts mij volledige rust heeft voorgeschreven.

Ik kan niet om 11.00 uur aanwezig zijn. Ondanks dat ik hier wel toe naartoe heb gewerkt. Maar ik kan gewoonweg niet.

Ik verzoek U mijn strafzaak eenmalig aan te houden en mij een kans te geven zelf bij de behandeling aanwezig te zijn.”

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 juni 2013 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Ter terechtzitting is aanwezig mr H.O. den Otter, advocaat te Arnhem, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.

De voorzitter deelt mede de inhoud van een door de verdachte gestuurde fax, gedateerd 10 juni 2013, waarin hij om aanhouding van de behandeling verzoekt.

De raadsman voert het woord, zakelijk weergegeven:

Ik wil het aanhoudingsverzoek van mijn cliënt graag toelichten. Ik ben mij ervan bewust dat er geen doktersverklaring is. Ik heb mijn cliënt vanochtend gemaild. Ik heb hem ook verzocht om een doktersverklaring. Het verzoek kwam bij mij ook zeer onverwacht. Ik heb het aanhoudingsverzoek meteen doorgestuurd naar de griffier en de advocaat-generaal. Ik heb mijn cliënt geprobeerd te bellen. Ik heb hem niet gesproken. Mijn cliënt heeft mij wel een sms-bericht gestuurd. Hij heeft mij verteld dat hij doodziek is en dat hij niet kan lopen.

Ik weet niet of u mijn cliënt wel eens heeft gezien. Hij is heel zwaar en kortademig. Ik denk dat er sprake is van een overmachtsituatie. Ik wijs u ook nog op de relevante jurisprudentie. Als de gegevens in redelijkheid niet verschaft kunnen worden, is dat wel een reden om aan te houden. Mijn cliënt wil graag aanwezig zijn. Ik heb de zaak inhoudelijk voorbereid. Mijn cliënt wil een inhoudelijk verweer voeren. Hij wil dat met stukken onderbouwen. Dat heeft hij aan mij laten weten. Zonder dat kan ik de verdediging niet voeren.

Mijn cliënt wil terecht gebruik maken van zijn aanwezigheidsrecht. Ik wijs nog op twee arresten van de Hoge Raad (LJN BH0566 en LJN BH5171). Ik verzoek om aanhouding van de behandeling.

De advocaat-generaal voert het woord, zakelijk weergegeven:

Ik voel niets voor aanhouding van de zaak. Het komt de verdachte blijkbaar goed uit om niet te komen. lk begrijp dat verdachte contact heeft gehad met de huisarts. Ik zie echter geen bericht van de huisarts. Ik zie geen reden om de zaak vandaag aan te houden.

De raadsman voert het woord, zakelijk weergegeven:

Op de vraag van de oudste raadsheer antwoord ik als volgt. Ik heb mijn cliënt gebeld en ik heb een sms-bericht van hem gehad. Ik heb hem vervolgens niet meer gesproken. Ik weet niet of ik mij zou hebben laten machtigen. Het had de hele situatie niet veranderd. De hele voorgeschiedenis is ook belangrijk.

Het hof trekt zich terug voor het houden van beraad.

Na beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek van de verdachte en de raadsman wordt afgewezen, nu het verzoek niet met medische gegevens is onderbouwd.”

Middel

Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

Beoordeling Hoge Raad

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingeval een verdachte wegens ziekte is verhinderd op de terechtzitting te verschijnen en in verband daarmee schorsing van het onderzoek heeft verzocht of doen verzoeken, de rechter aan dit verzoek voldoet teneinde de verdachte alsnog de gelegenheid te geven bij de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting aanwezig te zijn. Dit spruit voort uit het onder meer in art. 6 EVRM gewaarborgde aanwezigheidsrecht van de verdachte. Bijzondere omstandigheden kunnen echter meebrengen dat de rechter tot het oordeel komt dat het belang van een behoorlijke strafvordering - welke omvat afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn - ernstig in het gedrang zou komen, indien het onderzoek op de terechtzitting zou worden geschorst en dat dit belang onder de gegeven omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn.

Het staat ter beoordeling van de rechter of hij de aangevoerde reden aannemelijk en van voldoende gewicht acht en of het belang van een behoorlijke strafvordering de voorrang moet hebben boven het belang van de verdachte bij aanhouding. In de regel mag daarom van de verdachte of diens raadsman worden gevergd dat hij ter staving van het verzoek (alsnog) de gegevens kan verstrekken die de rechter met het oog op de te nemen beslissing wenselijk acht. Aan de rechter staat het vrij om indien een verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd of indien aan diens verlangen tot aanvulling niet of niet genoegzaam is voldaan, daaraan gevolgtrekkingen te verbinden. Oordelen en beslissingen daarover kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. (Vgl. HR 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5730, NJ 2002/466)

Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld stond het het Hof vrij om voor de beoordeling van het verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak wegens ziekte van de verdachte bewijsstukken of nadere inlichtingen te verlangen. In aanmerking genomen dat de raadsman ter terechtzitting is verschenen om namens de verdachte om aanhouding te verzoeken en de verdachte hem blijkens zijn verklaring ter terechtzitting die ochtend per sms heeft laten weten doodziek te zijn en niet te kunnen lopen, kan het oordeel van het Hof dat het verzoek diende te worden afgewezen op grond van de enkele omstandigheid dat de verdachte op dat moment geen medische gegevens had overgelegd, zonder dat was onderzocht of het overleggen van medische gegevens in redelijkheid van de verdachte verlangd had kunnen worden, de afwijzing van het verzoek niet dragen.

Het middel is terecht voorgesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF