Overtreding van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Rechtbank Den Haag 28 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:5047 Een hobbyboer heeft zich verschillende malen schuldig gemaakt aan overtreding van de Regeling identificatie en registratie van dieren. Hij heeft op verschillende tijdstippen ten aanzien van 31 runderen niet voldaan aan het tijdig registreren bij het identificatie- en registratiesysteem voor runderen. Daarnaast heeft hij in strijd met een op zijn bedrijf rustende blokkade runderen verplaatst. Ondanks eerdere toezeggingen heeft de hobbyboer de blokkade op zijn bedrijf niet weten op te heffen en zijn dieren niet verkocht.

Geldigheid van dagvaarding

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de dagvaarding met parketnummer 09/994522-14 onvoldoende feitelijk is omschreven en derhalve nietig dient te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

In de tenlastelegging is omschreven dat verdachte op een tijdstip in de periode van 26 oktober 2012 tot en met 17 december 2012 te Voorburg zeven schapen met in de tenlastelegging genoemde identificatiecodes niet overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde regelgeving heeft geregistreerd en vervolgens heeft afgevoerd zonder deze schapen op de voorgeschreven wijze af te melden.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding voldoende feitelijk is en aan het bepaalde in artikel 261 Sv voldoet. Zoals ook tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, was het voor de verdediging voldoende duidelijk waartegen verdachte zich moest verdedigen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van dagvaarding 2

De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit omdat niet is gebleken dat er runderen in de tenlastegelegde periode zijn overleden en vervolgens afgemeld hadden moeten worden.

De rechtbank overweegt dat uit het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal met nummer 78325 van 3 april 2014 volgt dat verbalisanten op 26 februari 2014 een bezoek hebben gebracht aan de schuur van verdachte, gelegen aan de Straatnaam te Hoek van Holland. Volgens stallijsten, afkomstig uit het Identificatie- en Registratiesysteem (I & R-systeem), zouden er toen 42 runderen aanwezig moeten zijn. De verbalisanten constateerden dat er 28 runderen aanwezig waren. Verdachte heeft op 31 maart 2014 verklaard dat hij zijn vee op een stal in Nootdorp-Pijnacker had geplaatst. Ter terechtzitting van 18 november 2014 heeft verdachte verklaard dat hij de aan- en afvoer van veertien runderen op de Straatnaam niet tijdig heeft geregistreerd.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande genoegzaam volgt dat verdachte op 26 februari 2014 niet had voldaan aan op de hem rustende verplichtingen. Immers, hij had in strijd met de blokkade op zijn bedrijf runderen afgevoerd en een rund aangevoerd. Deze runderen had hij niet aangemeld of afgemeld. Dat verdachte naderhand op 24 maart 2014 respectievelijk 27 maart 2014, zes runderen dood heeft afgemeld, die volgens de stallijsten op 26 februari 2014 in de stal aanwezig hadden moeten zijn, doet aan het voorgaande niet af. Nog minder van belang is de reden van deze afmelding, zoals door de raadsman is aangevoerd. Het verweer wordt verworpen.

De verplichtingen waaraan verdachte zich niet heeft gehouden, betreffen:

  • het registreren van afgevoerde en aangevoerde dieren (feit 1);
  • het zich onthouden van het afvoeren en aanvoeren van dieren omdat er een blokkade gold (feit 2).

Nu deze beide door verdachte overtreden strafbepalingen een andere strekking hebben, kan er – anders dan de officier van justitie van oordeel is – geen sprake zijn van eendaadse samenloop. De rechtbank is wel van oordeel dat beide verboden handelingen in een zodanig verband met elkaar staan dat zij als voortgezette handeling moeten worden beschouwd.

Ten aanzien van dagvaarding 3 en 4

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat er ook tussen deze feiten sprake is van een voorgezette handeling.

Bewezenverklaring

Parketnummer 09/994522-14 (dagvaarding 1):

  • opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd;

Parketnummer 09/994523-14 (dagvaarding 2):

  • Feiten 1 en 2: de voortgezette handeling van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd; en
  • opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd;

Parketnummer 09/994524-14 (dagvaarding 3) en parketnummer 09/994527-14 (dagvaarding 4):

  • de voortgezette handeling van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd; en
  • opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Voorwaardelijke taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. Onderbewindstelling van maximaal een jaar teneinde de dieren te verkopen. Aangezien de rechtbank van oordeel is dat onmiddellijk ingrijpen is vereist, zal zij bij afzonderlijke uitspraak ook de voorlopige maatregel van onderbewindstelling bevelen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly and PDF