Strafbeschikkingen en afstand vermogen voor 85.532.148 euro in fraudezaak

Het Openbaar Ministerie heeft strafbeschikkingen opgelegd in een fraudezaak waarin grote geldbedragen zijn weggesluisd en waarbij Nederlandse en buitenlandse bedrijven betrokken waren. Het geld was afkomstig van een buitenlands bedrijf dat betrokken is bij grote projecten. Diverse betrokken bedrijven en uit Nederland afkomstige bestuurders van die bedrijven moeten geldboetes betalen van in totaal  3.400.000 euro. Daarnaast wordt crimineel verdiend vermogen, in totaal 82.132.148 euro, afgepakt.

De FIOD startte onder leiding van het Functioneel Parket een strafrechtelijk onderzoek na een onderzoek door de Belastingdienst aan de administratie van een Nederlands bedrijf. Uit onderzoek van het Functioneel Parket is naar voren gekomen dat Nederlandse bedrijven zouden zijn gebruikt om wereldwijd goederen en diensten in te kopen voor projecten van de buitenlandse multinational. In een aantal gevallen werden er geantedateerde contracten gebruikt op basis waarvan gelden werden overgeboekt hetgeen heeft geleid tot het plegen van valsheid in geschrift.  

Geldstromen

De valse stukken werden tussen 2006 en 2009 gebruikt. Daarmee werden geldstromen naar onder andere Zwitserse bankrekeningen afgedekt. Nederlandse vennootschappen uit verschillende delen van het land zijn daarbij betrokken geweest en ontvingen hiervoor enkele miljoenen euro’s aan vergoedingen. Bij een stichting kwam uiteindelijk een bedrag van ongeveer 111 miljoen US-dollar terecht. Dit bedrag is door de stichting geïnvesteerd in buitenlandse waardepapieren. Op deze waardepapieren is door het Functioneel Parket beslag gelegd.

Fraudescript

Uit onderzoek bleek dat er een stappenplan was opgesteld voor het opzetten van een deel van deze constructie. Daarin stond bijvoorbeeld hoe bankrekeningen en transacties moesten worden beheerd. Daarnaast zijn volgens het OM geheime afspraken gemaakt over de verdeling van opbrengsten. Het OM vindt het extra ernstig dat de betrokkenen zo doordacht te werk zijn gegaan om strafbare feiten te plegen.

Snel resultaat

Het OM vindt het belangrijk dat er na lange tijd duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.

De strafbare feiten dateren van lang geleden. De hoofdverdachten zijn inmiddels op leeftijd, sommigen kampen met ernstige gezondheidsproblemen, diverse betrokkenen hebben hun werkzaamheden inmiddels neergelegd en een aantal is overleden. Een proces via de rechter zou nog vele jaren kunnen duren. Het Functioneel Parket heeft besloten om de zaak tegen de verdachten buitengerechtelijk af te doen door het opleggen van strafbeschikkingen aan vier natuurlijke personen en drie rechtspersonen. Er zijn geldboetes opgelegd ter hoogte van  in totaal 3.400.000 euro.

Als onderdeel van de afspraken rondom de buitengerechtelijke afdoening van de strafzaak heeft de stichting afstand gedaan van de verkoopopbrengst van de buitenlandse waardepapieren en is met een aantal verdachten overeengekomen dat afstand wordt gedaan van hun opbrengsten van deze transacties. In totaal gaat het om een bedrag van 82.132.148 euro. Door de zaak nu via een strafbeschikking af te doen, wordt crimineel vermogen ontnomen, wordt recht gedaan aan strafbaar gedrag en – vanwege de hiervoor geschetste omstandigheden -  is de kans op herhaling klein. 

Kritische kanttekeningen

Joep Lindeman, Hoogleraar Strafprocesrecht aan de Universiteit Utrecht, wijst erop dat het OM deze zaak formeel heeft afgedaan via strafbeschikkingen, terwijl de feiten en bedragen sterk doen denken aan wat in het OM-beleid juist wordt aangemerkt als een ‘hoge transactie’. Voor dergelijke zaken bestaat de Aanwijzing hoge transacties, die beoogt dat buitengerechtelijke afdoeningen met zeer grote financiële belangen worden getoetst door de onafhankelijke Commissie Hoge Transacties (CHT).

Door in deze zaak te kiezen voor strafbeschikkingen – wat wettelijk mogelijk is – wordt die toetsing omzeild. Dat roept volgens Lindeman de principiële vraag op wat de functie van de Aanwijzing hoge transacties nog is, als zaken waarbij bijna € 100 miljoen is gemoeid buiten dat kader kunnen worden afgedaan, zonder intrinsiek onafhankelijk toezicht.

Ontneming of vrijwillige afstand?

Daarnaast plaatst Lindeman vraagtekens bij de formulering in het persbericht dat “crimineel vermogen wordt ontnomen”. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is juridisch niet mogelijk via een strafbeschikking, maar juist wél via een (hoge) transactie. Wie het persbericht nauwkeurig leest, ziet volgens hem dat feitelijk geen ontnemingsmaatregel is opgelegd, maar dat verdachten afstand hebben gedaan van vermogensbestanddelen. Dat is juridisch toegestaan, maar veronderstelt wél afspraken tussen OM en verdachten.

Die consensualiteit – het onderhandelen over aard en omvang van de afdoening – past inhoudelijk veel beter bij de figuur van de hoge transactie dan bij de strafbeschikking. Daarmee ontstaat spanning tussen vorm en inhoud van de afdoening.

Beleidsmatige vragen

Lindeman benadrukt dat dit niet de eerste keer is dat het OM strafbeschikkingen inzet in zaken met uitzonderlijk grote bedragen. Hij pleit er niet per se voor om die mogelijkheid af te snijden, maar wel voor duidelijker en consistenter beleid. Zonder nadere toelichting kan de indruk ontstaan van cherry-picking en van het ondergraven van het gezag en de rol van de CHT.

In dat verband verwijst hij ook naar recente beschouwingen van Casper van der Meulen in het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving over de verschillende vormen van buitengerechtelijke afdoening bij zeer grote financiële zaken.

Print Friendly and PDF ^