Rechtbank spreekt verdachte vrij van witwassen, onduidelijkheden kasopstelling en tekort aan aanwijzingen voor criminele inkomsten

Rechtbank Arnhem 31 oktober 2012, LJN BX7949 (gepubliceerd op 22 oktober 2012) Onder 1 is aan verdachte primair en subsidiair witwassen ten laste gelegd.

Door het onderzoeksteam van de politie is een kasopstelling gemaakt, daaruit blijkt dat verdachte (samen met zijn gezinsleden) in de periode van 1 januari 2005 t/m oktober 2011 aanzienlijk meer contante uitgaven heeft gedaan dan er aan aanwijsbaar legale contante inkomsten is binnengekomen. Het gaat om een verschil van € 427.231,16. Dit verschil zou alleen verklaard kunnen worden doordat verdachte zich heeft bezig gehouden met illegale activiteiten (hennepteelt). Er is immers een grote hoeveelheid te drogen henneptoppen bij verdachte aangetroffen en hij is in het verleden veroordeeld voor hennepteelt.

Standpunt officier van justitie

De OvJ heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De OvJ stelt daarbij dat de gemaakte kasopstelling voldoende duidelijk en onderbouwd is.

Standpant verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken nu de gebruikte (eenvoudige) kasopstelling ontoelaatbaar althans ontoereikend is om tot een veroordeling van witwassen te komen.

Beoordeling rechtbank

Een zeer groot deel van de in aanmerking genomen contante uitgaven bestaat uit kasstortingen, te weten het bedrag van € 310.970. De herkomst daarvan is veelal niet bekend geworden, maar gezien de handelsactiviteiten van verdachte en zijn wijze van zakendoen, is bepaald niet uitgesloten dat een substantieel deel hiervan afkomstig is uit de verkoop van tweedehands auto's.

Mede door de gebrekkige boekhouding van de handelsactiviteiten en het gegeven dat voor een deel van deze handel helemaal geen boekhouding beschikbaar is, bestaat er onvoldoende duidelijkheid over de omvang van deze handel in tweedehands auto's. Dat betekent echter nog niet dat het verschil tussen uitgaven en ontvangsten dús afkomstig moet zijn uit misdrijven, zoals het verwijt luidt.

In het strafrechtelijk onderzoek is ook nadruk gelegd op de waardestijging van de woning van verdachte. Deze is in april 2005 aangekocht voor € 426.693. In 2009 werd de woning getaxeerd op € 875.000. Een dergelijke waardestijging moet wel zijn veroorzaakt door zeer forse verbouwingen en investeringen door verdachte, zo is de gedachte die in het dossier naar voren komt, en die verbouwingen moeten wel zijn bekostigd uit illegale activiteiten, zo is de impliciete suggestie.

Feitelijk zijn er facturen aangetroffen die kunnen worden gerelateerd aan de verbouwing, tot een bedrag van € 50.662. Verdachte heeft verklaard dat hij veelal slechts de materialen kocht en de verbouwing zelf heeft uitgevoerd, al dan niet met behulp van familie, vrienden en kennissen, die hiervoor niet betaald hoefden te worden. Dat is op zichzelf niet ongebruikelijk en in het dossier zijn geen aanwijzingen te vinden die erop wijzen dat dit niet waar zou zijn. Voorts wordt in het dossier volledig voorbijgegaan aan de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt in de relevante periode, waarbij - toen nog wel - substantiële waardestijgingen, zeker voor grote, vrijstaande panden, niet ongewoon waren.

Verdachte is in 2000, in 2004 en in 2006 veroordeeld ter zake van hennepteelt, telkens tot een werkstraf, en in okt 2010 is een partij henneptoppen bij hem aangetroffen, die verdachte namens een ander zou drogen tegen een vergoeding van € 1.500. Voor het overige bevat het dossier geen aanknopingspunten voor het verwijt dat verdachte al die tijd gewoon is doorgegaan met de hennepteelt, noch komen er op enigerlei wijze strafbare gedragingen in beeld, waaruit verdachte het onverklaarbaar geachte deel van de vastgestelde uitgaven zou hebben kunnen bekostigen. Verdachte hield een slordige boekhouding bij, als hij al een boekhouding bijhield, en het is niet uitgesloten dat hij net zo slordig was met het doen van belastingaangifte. Dit levert echter op zichzelf geen aanwijzingen op voor witwassen.

Gelet op de onduidelijkheden die de gehanteerde methode van kasopstelling meebrengen omtrent de uitgaven en (met name) de inkomsten (uit de autohandel en ook anderszins) en gelet op het ontbreken van aanwijzingen dat verdachte het – vermeende - tekort aan legale inkomsten heeft aangevuld uit crimineel handelen, moet de stelling dat "het niet anders kan dan dat er sprake is van criminele inkomsten" van de hand worden gewezen en is de rechtbank niet overtuigd dat verdachte de in de tenlastelegging opgesomde goederen en geldbedragen heeft witgewassen, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF