Rb acht verdachte als feitelijk leidinggevende van een B.V. schuldig aan valsheid in geschrifte bij het opmaken van verantwoordingsformulieren PGB-ABWZ, verduistering, witwassen en bezit van een stroomstootwapen

Rechtbank Overijssel 18 november 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:2800

Verdachte heeft, met behulp van haar mededader, bijna drie jaar lang zorguren gedeclareerd waarop zij geen recht had. Deze gelden heeft zij vervolgens verduisterd en geprobeerd de criminele herkomst ervan te verhullen. Door zo te handelen hebben verdachte en haar mededader misbruik gemaakt van zorgafhankelijke mensen die vertrouwen hadden in verdachte en haar B.V. Deze personen hebben niet de zorg ontvangen die ze nodig hadden. Daarnaast zijn zij ook blootgesteld aan een financieel risico omdat de budgetverlener, het geld dat niet is besteed aan daadwerkelijke zorg, in beginsel van hen kan terugvorderen. Voorts is er sprake van misbruik van gemeenschapsgeld waarbij verdachten geen oog hebben gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de regeling van de PGB’s en de mensen die met behulp daarvan juist op een adequate manier in hun zorgbehoefte konden voorzien.

Echter, de rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat ook rekening met het tijdsverloop in deze zaak. Op 26 mei 2009 hebben diverse doorzoekingen plaatsgevonden. Op die datum heeft verdachte’s vervolging een aanvang genomen. De zaak is op 6 juni 2011 voor de eerste keer ter terechtzitting behandeld. Op die datum is de zaak - op verzoek van de verdediging - verwezen naar de rechter-commissaris in verband met het verhoor van getuigen en het onderzoek ter terechtzitting is toen voor onbepaalde tijd geschorst.

De volgende zitting heeft pas op 10 december 2012 plaatsgevonden en de inhoudelijke behandeling heeft op 4 november 2013 plaatsgevonden en er wordt op 18 november 2013 uitspraak gedaan. De totale tijdsduur van deze zaak bedraagt ruim vier jaren en de overschrijding van de redelijke termijn (van twee jaren) bedraagt iets meer dan twee jaren. Een deel van deze overschrijding is toe te schrijven aan de omstandigheid dat op verzoek van de verdediging getuigen gehoord moesten worden door de rechter-commissaris, maar dat laat naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat sprake is van een overschrijding van die termijn, die voor ongeveer 18 maanden voor rekening van het openbaar ministerie komt. De rechtbank zal, rekening houdend met die overschrijding een strafvermindering toepassen.

Daarnaast zal de rechtbank bij haar straftoepassing rekening houden met de inhoud van het door de psychloog drs. H.M.E. Mertens uitgebrachte rapportage, waaruit volgt dat verdachte ten tijde van het begaan van de delicten als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Voorts heeft de psycholoog geconcludeerd dat verdachte, gelet op haar huidige psychische toestand, niet in staat is om een detentie te ondergaan. Het recidive-risico wordt door de deskundige als laag ingeschat.

Gelet hierop, acht de rechtbank het niet noodzakelijk, zoals door de officier van justitie is gevorderd, dat verdachte nader psychiatrisch wordt onderzocht en dat de reclassering wordt verzocht een behandelplan voor verdachte op te stellen. Een psychische behandeling is volgens de deskundige wel wenselijk met het oog op verdachtes psychisch welbevinden. De deskundige spreekt van een klinische depressie met nu en dan suïcidale gedachten. Detentie zou tot verergering kunnen leiden en uiteindelijk zelfs fataal kunnen aflopen. De rechtbank ziet door hetgeen hierboven is overwogen geen ruimte meer voor het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, bovenop de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank is van oordeel dat een werkstraf voor de maximale duur van 240 uren passend en geboden is en zal daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden in toekomst soortgelijke feiten te plegen.

Bewezenverklaring

feit 1: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 3: verduistering, meermalen gepleegd;

feit 4: medeplegen van verduistering, gepleegd door een rechtspersoon waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 5: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

feit 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II onder 5, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stoomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de rechtbank veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 uren

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF