Raadsman heeft geen recht op toezending akte van uitreiking, gelet op het inzagerecht is er geen sprake van onthouding

Gerechtshof Amsterdam, 4 oktober 2012, LJN BY3429 Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich aan de hand van zijn op schrift gestelde pleitnotities op het standpunt gesteld dat onderzoek ter terechtzitting dient te worden geschorst, teneinde de verdediging in de gelegenheid te stellen adequaat te onderzoeken of de betekening van de oproeping rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. De raadsman heeft daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de verdediging ingevolge artikel 6, derde lid, aanhef en onder b, van het EVRM recht heeft op adequate voorbereiding en dat dit recht mede omvat de toezending van een kopie van de akte van uitreiking van de oproeping aan de verdachte, voorafgaand aan de zitting, zodat de verdediging reeds op voorhand een standpunt kan formuleren omtrent de geldigheid van de oproeping, of – indien zij op voorhand al met zekerheid kan vaststellen dat de oproeping nietig is zodat een inhoudelijke behandeling van de zaak achterwege zal blijven – een overbodige voorbereiding van de zaak kan voorkomen. Een dergelijk recht vloeit ook voort uit artikel 51 van het Wetboek van Strafvordering, aldus de raadsman.

Het verweer wordt verworpen. Daartoe wordt als volgt overwogen.

Naar het oordeel van het hof omvat het recht als bedoeld in art. 51 Sv op het verkrijgen van processtukken en overige stukken die ter kennis van de verdachte worden gebracht, zoals de dagvaarding, niet mede een recht op afschriften van de bijbehorende aktes van uitreiking. Anders dan een dagvaarding of oproeping is een akte van uitreiking geen zelfstandig stuk dat op grond van de wet ter kennis van de verdachte wordt gebracht. Het betreft een standaard (invul)formulier van procedurele aard en met een accessoir karakter aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of de dagvaarding op rechtsgeldige wijze ter kennis van de verdachte is gebracht, althans dat zulks is getracht.

Ook op grond van de ministeriële circulaire ‘Kennisneming door raadslieden van dossiers in strafzaken tegen verdachten’ van 22 februari 1971 komt de raadsman geen recht tot toezending van de akte van uitreiking toe, nu de daarin vervatte limitatieve opsomming niet rept van deze stukken.

Wel bestaat naar het oordeel van het hof een bevoegdheid van de raadsman tot kennisneming van de akte van uitreiking in eerste aanleg voor zover in het dossier aanwezig. Daarvoor dient hij zich echter – zoals gangbare praktijk is – bij de griffie te vervoegen om de stukken aldaar in te zien.

Ten aanzien van de gestelde schending van art. 6 EVRM overweegt het hof dat uit vaste jurisprudentie van het EHRM (onder meer Foucher t. France, app. no. 22209/93 en laatstelijk Leas t. Estland, 6 maart 2012, app. 59577/08) volgt dat het recht op voldoende tijd en faciliteiten ter voorbereiding van de verdediging ziet op de mogelijkheid kennis te nemen van stukken die van belang zijn voor de voorbereiding van de materiële vragen van het strafproces, zoals de bewezenverklaring en de strafoplegging:

“Article 6 § 3 (b) guarantees the accused “adequate time and facilities for the preparation of his defence” and therefore implies that the substantive defence activity on his behalf may comprise everything which is “necessary” to prepare the main trial. The accused must have the opportunity to organise his defence in an appropriate way and without restriction as to the possibility to put all relevant defence arguments before the trial court and thus to influence the outcome of the proceedings. Furthermore, the facilities which should be enjoyed by everyone charged with a criminal offence include the opportunity to acquaint himself, for the purposes of preparing his defence, with the results of investigations carried out throughout the proceedings. The issue of adequacy of time and facilities afforded to an accused must be assessed in the light of the circumstances of each particular case.” (EHRM r.o. 80, Leas t. Estland)

Thans leidt het hof uit het nationale recht en uit de jurisprudentie met betrekking tot art. 6 EVRM niet af dat een raadsman een aanspraak toekomt op toezending van bijvoorbeeld een kopie van de akte van uitreiking van de oproeping van de verdachte.

Overigens is van onthouding van de stukken geen sprake, nu de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep in de gelegenheid is gesteld de aktes in te zien. Van die gelegenheid heeft de raadsman geen gebruik gemaakt. Door de raadsman is niet gesteld dat hij niet in staat zou zijn deze aktes ter zitting adequaat te bestuderen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF