Raad van State adviseert over uitvoeringsbesluiten bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering
/Het nieuwe Wetboek van Strafvordering vraagt om een groot aantal nieuwe of omgezette algemene maatregelen van bestuur. Een deel daarvan is een technische omzetting van bestaande besluiten naar de structuur en nummering van het nieuwe wetboek; een ander deel geeft invulling aan nieuwe delegatiebepalingen. De ministerraad stemde op 31 oktober 2025 in met de internetconsultatie van een eerste tranche van twaalf conceptbesluiten, die liep tot 31 januari 2026. Inmiddels heeft de Afdeling advisering van de Raad van State over meerdere van deze besluiten advies uitgebracht. In het advies van 21 oktober 2026 over het Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek gaat het onder meer over de vraag welke opsporingsbevoegdheden alleen met toestemming van het College van procureurs-generaal mogen worden ingezet. Het advies van 14 oktober 2026 over het Besluit inrichting en orde politieverhoor ziet op de rol van de raadsman tijdens het verhoor en op deelname op afstand. Beide adviezen eindigen met het dictum dat de Afdeling een aantal opmerkingen heeft en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
Het wetgevingsprogramma rond het nieuwe wetboek
De vaststellingswetten van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zijn gepubliceerd in Stb. 2026, 56 en 57. Als datum van inwerkingtreding is 1 april 2029 beoogd. Naast de aanvullingswetten en de invoeringswet worden de onderliggende besluiten herzien. In de eerste tranche zaten onder meer het Besluit kennisgeving van rechten in strafzaken, het Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek, het Besluit aangifteplicht en klacht langs diplomatieke weg, het Besluit inrichting en orde politieverhoor, het Besluit strafbeschikkingen en het Besluit aanwijzing Halt-feiten. Het College van procureurs-generaal bracht op 3 februari 2026 een consultatieadvies uit over de tranche. Ook de Raad voor de rechtspraak en de NOvA reageerden.
Toestemming van het College van procureurs-generaal
Het Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek werkt Boek 2, Hoofdstuk 1, van het nieuwe wetboek uit. De minister van Justitie en Veiligheid legde het ontwerp op 24 juli 2026 voor aan de Raad van State. Op grond van artikel 2.1.6 van het nieuwe wetboek wijst het besluit de bevoegdheden aan waarvoor voorafgaande toestemming van het College van procureurs-generaal nodig is. Artikel 2.1.1 van het ontwerp noemt een uitzondering op het doorlaatverbod, infiltratie, het op afstand binnendringen in een digitale gegevensdrager of geautomatiseerd werk, de ingrijpende variant van stelselmatige informatie-inwinning door een burger en burgerinfiltratie.
De Afdeling stelt vast dat de Aanwijzing advisering door de Centrale toetsingscommissie, die sinds 1 mei 2026 de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden deels vervangt, voor meer bevoegdheden toestemming van het College vereist. Het gaat om het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een woning, het doorlaten van personen bij mensensmokkel, toezeggingen aan getuigen, grootschalig DNA-onderzoek, DNA-verwantschapsonderzoek, onorthodoxe opsporingsmethoden en bepaalde rechtshulpverzoeken. Volgens de nota van toelichting is geen uitputtende lijst beoogd en mag het College zelf in een aanwijzing vastleggen wanneer toestemming nodig is.
De Afdeling wijst erop dat ook deze bevoegdheden een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer kunnen maken of de integriteit van de opsporing kunnen raken. Dat zijn de criteria die de toelichting zelf hanteert. Als voorbeeld noemt zij dat het doorlaten van gevaarlijke voorwerpen wel in het besluit staat, maar het doorlaten van personen bij mensensmokkel niet. Wie wil weten of toestemming nodig is, moet nu zowel het besluit als de aanwijzing raadplegen. De Afdeling adviseert de bevoegdheden waarvoor toestemming vanwege de persoonlijke levenssfeer of de integriteit van de opsporing vereist is, in het besluit op te nemen. Verder merkt zij op dat de toelichting nog verwijst naar de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden.
Bevelen, machtigingen en vorderingen
Het ontwerpbesluit brengt de gegevens bijeen die in bevelen, machtigingen en vorderingen in het opsporingsonderzoek moeten staan. Die eisen staan nu verspreid over het huidige wetboek en uitvoeringsbesluiten. In het ontwerp worden gemeenschappelijke eisen zoveel mogelijk in één bepaling ondergebracht, met afwijkende eisen per bevoegdheid. Het Openbaar Ministerie wees in de consultatie op het risico dat vastleggingsvoorschriften door de gelaagde opzet worden vergeten. De Afdeling vindt de regeling door de vele verwijzingen niet zelfstandig leesbaar en adviseert het aantal verwijzingen te verminderen.
Inhoudelijk stelt de Afdeling enkele vragen:
Het vereiste van dagtekening en ondertekening geldt alleen voor bevelen tot vrijheidsbeperking en vrijheidsbeneming (artikel 3.2.1). De Afdeling vraagt waarom het niet in de gemeenschappelijke bepalingen staat.
Bij het ontsleutelingsbevel en bij conservatoir beslag onder een ander dan de verdachte hoeft niet te worden vermeld op wie het stuk betrekking heeft.
Bij het bevel in verband met het doorlaatverbod en het bevel tot uitstel van melding van onbekende kwetsbaarheden schrijft het ontwerp voor dat het zwaarwegend opsporingsbelang “zo mogelijk” wordt omschreven. De artikelen 126ff en 126ffa van het huidige wetboek eisen die omschrijving onverkort. De Afdeling vraagt deze afwijking toe te lichten en het ontwerp zo nodig aan te passen.
Ook adviseert de Afdeling de modernisering te gebruiken om de voorschriften voor bevelen, machtigingen en vorderingen opnieuw tegen het licht te houden. Tot slot vraagt zij om meer uitleg over de uitvoeringsgevolgen voor werkprocessen, ICT-voorzieningen en opleiding. Volgens de toelichting zijn die er niet.
De raadsman bij het politieverhoor
Het Besluit inrichting en orde politieverhoor geeft invulling aan artikel 2.3.9, vierde lid, van het nieuwe wetboek. Het implementeert Richtlijn 2013/48/EU over het recht op toegang tot een advocaat. De inhoud is nagenoeg ongewijzigd overgenomen uit het besluit van 2017 (Stb. 2017, 29). De raadsman richt opmerkingen en verzoeken tot de verhorende ambtenaar, en doet dat direct na aanvang en direct voor afloop van het verhoor. Tijdens het verhoor mag hij wijzen op een vraag die de verdachte niet begrijpt, op het niet naleven van het pressieverbod en op een fysieke of psychische toestand die voortzetting van het verhoor in de weg staat. Hij mag geen onredelijk gebruik maken van zijn bevoegdheden en de orde van het verhoor niet verstoren.
De Afdeling wijst op ontwikkelingen sinds 2017. Verhoorbijstand is inmiddels reguliere praktijk. Het WODC heeft in twee monitors de feitelijke rol van de raadsman en de door advocatuur en politie ervaren knelpunten onderzocht. Daarnaast is de rol van de raadsman verder geduid in Europese rechtspraak, waaronder EHRM 27 november 2018, nr. 57837/09, Soytemiz t. Turkije, en de conclusie van advocaat-generaal Capeta in zaak C-681/24, Commissie t. Tsjechië. De toelichting gaat hier niet op in. De Afdeling adviseert dat alsnog te doen, met aandacht voor de vraag hoe deze ontwikkelingen zich verhouden tot de regels in het besluit.
Deelname via telefoon of video
Het besluit van 2017 gaat uit van een fysieke verhoorruimte. In het ontwerp is de bepaling over verwijdering van de raadsman aangepast: er staat nu “het verlaten van het verhoor” in plaats van verwijdering uit de verhoorruimte. Verder bevat het besluit geen regels voor een raadsman die via telefoon of video deelneemt, bijvoorbeeld over een veilige verbinding en over de waarborg dat de raadsman op afstand afdoende rechtsbijstand kan verlenen. De delegatiegrondslag voor videoconferentie in artikel 1.11.5 van het nieuwe wetboek ziet volgens de Afdeling niet rechtstreeks op deze situatie en dekt geen deelname via alleen geluid. Het Besluit videoconferentie was tot 30 oktober 2026 in consultatie. De Afdeling adviseert het besluit ook voor deelname op afstand van specifieke regels en waarborgen te voorzien.
Overige besluiten uit de eerste tranche
Op 24 juni 2026 bracht de Afdeling advies uit over het Besluit kennisgeving van rechten in strafzaken, de opvolger van het Besluit mededeling van rechten in strafzaken. Op dezelfde datum adviseerde zij over het Besluit uitsluiting oproepingsprocedure enkelvoudige kamer. Daarin vraagt zij de inhoud van artikel 1.1.1 nader toe te lichten, omdat het huidige besluit ook stroperij (artikel 314 Sr) bevat. Eveneens op 24 juni adviseerde zij over het Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken, met een opmerking over de zelfstandige leesbaarheid van toelichtingen.
De ontwerpbesluiten strafbeschikkingen, aangifteplicht en klacht langs diplomatieke weg en aanwijzing Halt-feiten zijn op respectievelijk 5 juni, 15 juni en 1 juli 2026 aanhangig gemaakt. Het Besluit strafbeschikkingen zet het Besluit OM-afdoening om. Het Besluit aanwijzing Halt-feiten volgt het Besluit aanwijzing Halt-feiten 2024 op en hangt samen met artikel 6.1.15 van het nieuwe wetboek. Het Besluit aangifteplicht en klacht langs diplomatieke weg zet onder meer het huidige artikel 166a Sv om naar het niveau van een amvb.
Afsluiting
De Afdeling advisering heeft over meerdere besluiten uit de eerste tranche amvb’s bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering advies uitgebracht. Bij het Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek adviseert zij om de bevoegdheden waarvoor toestemming van het College van procureurs-generaal vereist is in het besluit op te nemen, om de regeling over bevelen, machtigingen en vorderingen minder afhankelijk te maken van verwijzingen en om de uitvoeringsgevolgen toe te lichten. Bij het Besluit inrichting en orde politieverhoor adviseert zij in te gaan op praktijk en rechtspraak sinds 2017 en regels op te nemen voor de raadsman die op afstand deelneemt. De regering geeft haar reactie in de nota’s van toelichting bij de definitieve besluiten. De beoogde datum van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek is 1 april 2029.
Klik hier voor het volledige advies over het Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek en hier voor het advies over het Besluit inrichting en orde politieverhoor.
