OVAR witwassen: Deel geld eigen misdrijf, geen verhullingshandeling

Rechtbank Amsterdam 25 september 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:6403 De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Het geld

Met betrekking tot het aangetroffen geld heeft verdachte verklaard dat zij een deel van dat geld heeft gekregen van medeverdachte. Ter terechtzitting heeft zij dit genuanceerd. Zij heeft €60.000 van hem ter bewaring gekregen. Dit geld zou afkomstig zijn van gokwinsten, hetgeen wordt ondersteund door een schriftelijke verklaring van het Holland Casino waaruit blijk dat medeverdachte ruim €49.000 heeft gewonnen. Ook een bedrag van €3.100 en een bedrag aan Britse ponden (£ 660) zouden van medeverdachte zijn en afkomstig zijn van verdiensten voor het IUCC. Dit heeft hij haar verteld, en zij had geen reden om aan zijn verklaring te twijfelen. Van witwassen van dit deel van het geld door verdachte is dan ook geen sprake.

Het overige geld heeft zij gespaard en is legaal uit arbeid verkregen, namelijk door op te passen en door te werken als hulp in de huishouding. De vraag is of het geld dat zij hiermee heeft verdiend afkomstig is uit misdrijf. Het geld is niet afkomstig uit een criminele activiteit. Dat zij geen belasting hierover heeft afgedragen maakt nog niet dat het van misdrijf afkomstig is. Het valt derhalve niet onder de reikwijdte van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Mocht door de rechtbank worden vastgesteld dat het geld dat aan verdachte toebehoort van misdrijf afkomstig is, dan geldt dat daarmee geen witwashandelingen zijn verricht. Het geld lag contant in huis. Het is niet op een bankrekening gezet. Ook hier heeft verdachte een verklaring voor gegeven. Zij had aanvankelijk geen bankrekening. Deze heeft zij gekregen toen zij in de asielprocedure kwam. Als deze procedure niet zou slagen dan moest zij alles inleveren, ook de rekening en het pasje, en zou ze haar geld kwijt zijn. Om die reden heeft zij het geld in huis bewaard en, om te voorkomen dat bij een eventuele inbraak al het geld zou worden gevonden, op verschillende plaatsen verstopt. Dit is volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad geen verhullingshandeling.

Nu niet kan worden bewezen dat het geld dat verdachte voorhanden heeft gehad van enig misdrijf afkomstig is, noch dat ten aanzien van het geld verhullingshandelingen zijn verricht, dient verdachte van witwassen van deze geldbedragen te worden vrijgesproken.

De sieraden

Ten aanzien van de sieraden heeft verdachte ter zitting van de raadkamer van 13 november 2014 een handgeschreven lijst overgelegd waarop zij per sieraad heeft aangegeven hoe zij dit heeft verkregen en wat de waarde ongeveer was ten tijde van de verkrijging. Dat het veel sieraden zijn is niet verwonderlijk. In Rusland is geld niet veel waard, goud wel. Daarom worden veel gouden voorwerpen, sieraden, gekocht. Het goudgehalte van de sieraden is niet gangbaar in Nederland. Het meeste komt dan ook uit Oost-Europa, Italië of Egypte.

Voorts is er geen bewijs dat de sieraden van misdrijf afkomstig zijn, noch dat deze met geld dat afkomstig is van enig misdrijf zijn verkregen.

Ook van het witwassen van de sieraden dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

In de woning aan het adres, te plaats, waar verdachte samen met medeverdachte verblijft, is een grote hoeveelheid contant geld (€89.190) en een groot aantal sieraden met een geschatte waarde van €58.455 aangetroffen. Dit rechtvaardigt in principe het vermoeden van witwassen.

Beoordelingskader

Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, witwassen bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

De toetsing door de zittingsrechter dient daarbij de volgende stappen te bevatten.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen.

Indien zo’n geval zich voordoet mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Tegen de achtergrond van dit kader wordt het volgende overwogen en opgemerkt.

De sieraden

Bij verdachte is een groot aantal sieraden in beslag genomen. Er is geen direct bewijs dat deze sieraden van enig misdrijf afkomstig zijn. Verdachte heeft aan de raadkamer in het kader van een verzoek tot teruggave van inbeslaggenomen goederen, in een handgeschreven lijst gedetailleerd aangegeven hoe zij aan deze sieraden is gekomen. Ter terechtzitting heeft de verdediging hiernaar verwezen. Het is de rechtbank aan de hand van deze lijst gebleken dat twee van de sieraden, een paar oorbellen en een ring, van medeverdachte afkomstig zijn. De rechtbank acht deze uitleg over de herkomst van de sieraden niet op voorhand ongeloofwaardig. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te brengen waaruit de feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid waaruit zou moeten blijken dat het niet anders kan dan dat deze voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Hier is het openbaar ministerie, naar het oordeel van de rechtbank, niet in geslaagd. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het witwassen van deze sieraden.

Het geld

Verdachte heeft verklaard dat een deel van dit geld, te weten een bedrag van €60.000 (uit een plastic tas) en een geldbedrag van €3.100 (uit een zwart mapje in de la van het dressoir) niet van haar, maar van medeverdachte is. De rechtbank acht dit ter terechtzitting voldoende aannemelijk geworden.

De vraag die vervolgens voorligt is of verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit aan medeverdachte toebehorende geld van misdrijf afkomstig was. Verdachte heeft hierover verklaard dat medeverdachte haar heeft verteld dat hij €50.000 heeft gewonnen bij het Holland Casino en dat hij inkomsten had uit werk bij een internationale organisatie, het IUCC. Niet is gebleken dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld van medeverdachte afkomstig was uit enig misdrijf.

Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van witwassen van deze geldbedragen.

Het overige geld, zijnde €12.000 in een bruine portemonnee, €1.100 in een envelop, €6.000 in een envelop, €6.450 in een rode portemonnee en €543,65 in een portemonnee, is, zo verklaart verdachte, van haar.

Verdachte heeft inzicht gegeven in de herkomst van dit geld. Zij heeft dit in de loop der jaren verdiend met schoonmaak- en oppaswerk, hetgeen bevestiging vindt in de getuigenverklaringen van persoon 1 en persoon 2, afgelegd bij de politie. Verdachte heeft aangegeven dat zij over deze inkomsten geen belasting heeft betaald. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 oktober 2008 beslist dat vermogensbestanddelen waarover men de beschikking heeft doordat belasting is ontdoken, kunnen worden aangemerkt als voorwerpen “afkomstig (…) van enig misdrijf” in de zin van artikel 420 bis en 420quarter Sr.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een niet nader bepaald deel van het geld, dat aan verdachte toebehoorde en dat zij voorhanden had, afkomstig is van enig misdrijf. Immers, dit niet nader bepaalde deel is van belastingontduiking en dus uit eigen misdrijf afkomstig.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 23 januari 2014, te Amsterdam, een geldbedrag voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Strafbaarheid

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat verdachte ten aanzien van het bewezen geachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging aangezien de rechtbank aannemelijk acht dat dit geldbedrag uit eigen misdrijf (belastingontduiking) afkomstig is en verdachte dit bedrag enkel voorhanden heeft gehad. Niet is gebleken dat verdachte gedragingen heeft verricht om de criminele herkomst van het geldbedrag te verbergen of te verhullen. Het enkele feit dat het bedrag in de woning was verstopt, is daarvoor niet voldoende. Het bewezen verklaarde kan daarom niet als witwassen worden gekwalificeerd.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF