Oplichting & zich voordoen als Essent

Rechtbank Midden-Nederland 9 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3237(gepubliceerd op 10 juli 2014)

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

1. primair: in de periode van 10 september 2008 tot en met 15 september 2008, samen met anderen, dan wel alleen, Linde Gas Benelux BV heeft opgelicht;

subsidiair: in de genoemde periode medeplichtig is geweest aan de oplichting van Linde Gas Benelux BV;

2. primair: in de periode van 26 oktober 2008 tot en met 31 oktober 2008, samen met anderen, dan wel alleen, Atal BV heeft opgelicht;

subsidiair: in de genoemde periode medeplichtig is geweest aan de oplichting van Atal BV;

3. primair: in de periode van 16 december 2008 tot en met 31 december 2008 heeft geprobeerd, samen met anderen, dan wel alleen, Linde Gas Benelux BV op te lichten;

subsidiair: in de genoemde periode medeplichtig is geweest aan de poging om Linde Gas Benelux BV op te lichten;

4. in de periode van 12 september 2008 tot en met 19 februari 2009 samen met anderen, dan wel alleen, geld heeft witgewassen

Standpunt OM

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en zij heeft gevorderd om verdachte van dat feit vrij te spreken. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de primair onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle (vier) ten laste gelegde feiten, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De raadsman heeft toegelicht dat verdachte niet ontkent dat hij zijn rekeningen ter beschikking heeft gesteld en ook niet dat verdachte naar het casino is geweest, terwijl de andere personen buiten zaten te wachten. Uiteindelijk heeft verdachte zijn rekening geblokkeerd. Door het voorgaande heeft hij enkel zijn schuld van 500 euro ingelost. Voorgaande kan echter niet leiden tot een veroordeling van de ten laste gelegde feiten, nu de rechtbank geen nauwe en bewuste samenwerking kan inlezen en er daarnaast bij verdachte de wetenschap ontbrak. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat verdachte onder bedreiging heeft moeten meewerken aan de tenlastegelegde feiten.

Oordeel rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank overweegt dat er zich in het dossier, ten aanzien van de primair ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3, onvoldoende bewijsmiddelen bevinden dat er sprake is van medeplegen van de oplichtingen en de poging tot oplichting en nu verdachte dit heeft ontkend, kan niet worden vastgesteld dat verdachte de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat de onder 1,2 en 3 primair ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden. De rechtbank overweegt verder dat ook het onder 3 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kan worden, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte in de tenlastegelegde periode het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank overweegt dat uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat het bedrijf eenmanszaak in september 2008 reeds is ingeschreven en verdachte ten aanzien van zijn bankrekening(en) heeft verklaard dat hij deze al voor de tenlastegelegde periode heeft geblokkeerd. De rechtbank zal verdachte daarom eveneens van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

Bewijsmiddelen

Aangifte feit 1

Aangever heeft bij de politie verklaard dat er op 10 september 2008 een faxbericht bij Linde Gas Benelux BV binnenkwam ter attentie van de heer A, de debiteuren medewerker. Het faxbericht was afkomstig van de firma Essent, met als ondergetekende de heer naam 2, werkzaam als manager crediteuren administratie. In het faxbericht wordt gerefereerd aan het telefonisch onderhoud dat er inderdaad is geweest met de heer A, waarin een verzoek was gedaan om het verschil tussen credit en debet over 2007, zijnde € 55.456,06, van Linde Gas Benelux BV over te maken naar Essent Facility BV op rekeningnummer 1. Op 11 september 2008 is dit bedrag in twee bedragen zijnde € 6.415,27 en € 49.040,79 in een batch klaargezet voor betaling. Op 12 september 2008 is de betaling geaccordeerd en feitelijk gedaan. In de loop van de week bleek echter dat het bovengenoemde bedrag niet was aangekomen bij Essent.

Aangifte feit 2

Aangever heeft op 24 maart 2009 bij de politie verklaard dat Atal BV op 30 oktober 2008 een emailbericht kreeg. In deze email stond beschreven dat zij nog een bedrag terug moesten storten naar het bedrijf van Essent op rekeningnummer 2. Naar aanleiding van dit emailbericht heeft Atal BV een bedrag van € 2.325,26 naar het rekeningnummer gestort dat in het emailbericht stond vermeld.

Overige bewijsmiddelen

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat rekeningnummer 1 op naam staat van verdachte en dat het bedrag van € 55.456,06 op deze rekening is terechtgekomen. Tevens blijkt uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat op 4 september 2008 de heer verdachte zich met een eenmanszaak onder de naam eenmanszaak te Zeist heeft ingeschreven en dat de rekening met nummer rekeningnummer 3 op naam staat van eenmanszaak, met als procuratiehouder verdachte.

Verdachte heeft ook bij de politie verklaard dat hij zowel zijn bedrijfsrekening van eenmanszaak alsook zijn privérekening ter beschikking van een ander heeft gesteld.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat het geld dat op 15 september 2008 op de rekening van verdachte is terechtgekomen, nog diezelfde dag is opgenomen dan wel is doorgestort naar andere bankrekeningen. Onder andere is er geld (€ 2.500,00) opgenomen bij Holland Casino Utrecht, er is geld (€ 1.000,00) gepind en er is geld (€ 4.500,00) opgenomen bij het postkantoor in Utrecht. Op 3 november 2008 is er geld (€ 1.250,00) overgemaakt van de bedrijfsrekening van verdachte naar zijn privérekening. Verdachte heeft bovenstaande bij de politie bevestigd.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte medeplichtig is aan de ten laste gelegde oplichtingen (feit 1 en 2) en de poging tot oplichting (feit 3). Verdachte heeft ook niet ontkend zijn bankrekeningen ter beschikking te hebben gesteld en zijn pinpassen te hebben afgestaan. Anders dan de raadsman, is de rechtbank wel van oordeel dat verdachte medeplichtig is.

Ook is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat ook het onder 4 ten laste gelegde witwassen wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu verdachte geld heeft gepind, fiches heeft gekocht en geld heeft overgeboekt naar een andere rekening.

Strafoplegging

De rechtbank verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf.

Bij soortgelijke delicten zou de rechtbank wellicht overgegaan zijn tot het opleggen van een aanzienlijke werkstraf, maar gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en het belang dat de rechtbank hecht aan het terugbetalen van het bedrag aan de benadeelde partij, is de rechtbank van oordeel dat een schuldigverklaring zonder oplegging van straf passend is.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF