Ondanks eindigen beklagprocedure in niet-ontvankelijkheidsverklaring van verzoekster toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand, reiskosten en tijdsverzuim

Rechtbank Midden-Nederland 8 augustus 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4115

  • Op 3 november 2014 heeft de politie bij bevel ex artikel 126a Sv bevolen opgave te doen of inzage of afschrift te geven van alle inhoudelijke gegevens inzake alle sale-lease-back transacties waarin verzoekster en/of aan haar gerelateerde (rechts)personen betrokken zijn en/of waarbij (mede) betrokkenheid is van één of meerdere van een zevental (rechts)personen;
  • Op 14 november 2014 heeft verzoekster ex artikel 552a Sv een klaagschrift ingediend, welk klaagschrift bij beschikking van 24 maart 2015 ongegrond is verklaard;
  • De Hoge Raad heeft bij beschikking van 23 februari 2016 voormelde beschikking van 24 maart 2015 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank;
  • Bij beschikking van 6 juli 2016 (en de herstelbeslissing van 7 juli 2016) is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag omdat het bevel tot uitlevering was ingetrokken. De intrekking was op 3 juni 2016 per e-mail aan de rechtbank en de raadsman medegedeeld en bij de behandeling in raadkamer door de officier van justitie bevestigd;
  • De Hoge Raad heeft bij beschikking van 10 januari 2017 verzoekster niet-ontvankelijk verklaard;

Verzoek

Verzoekster verzoekt een vergoeding voor de reiskosten, tijdsverzuim en de kosten van de raadsman die gemaakt zijn in verband met een beklagprocedure ex artikel 552a Sv tegen een bevel ex artikel 126a Sv. Deze beklagprocedure is geëindigd in een niet-ontvankelijkheidsverklaring van verzoekster en daarom heeft de officier van justitie aangevoerd dat een wettelijke grondslag ontbreekt om een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman.

Overwegingen rechtbank

Reis- en verblijfkosten

De rechtbank is van oordeel dat voor zover het verzoek ziet op reis- en verblijfkosten, deze voor vergoeding in aanmerking komen, zij het dat de vergoeding krachtens artikel 591a Sv moet worden berekend aan de hand van het bij of krachtens de Wet Tarieven in Strafzaken bepaalde. Dat brengt met zich dat nu reizen met het openbaar vervoer redelijkerwijs niet aan de orde was, een kilometervergoeding wordt berekend van € 0,28 per kilometer, derhalve in totaal € 169,12.

Tijdverzuim

Voor zover het verzoek ziet op de kosten van tijdverzuim voor de behandeling van de zaak in raadkamer, overweegt de rechtbank dat kosten waar verzoeker vergoeding van heeft gevraagd voor vergoeding in aanmerking komen. Daartoe overweegt de rechtbank dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten van tijdverzuim voor de behandelingen van de zaak in raadkamer redelijk en billijk zijn. De gevraagde vergoeding van € 754,40 zal dan ook worden toegekend.

Kosten rechtsbijstand

De officier van justitie heeft aangevoerd dat een wettelijke grondslag ontbreekt om een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman nu de zaak is geëindigd in een niet-ontvankelijkheidsverklaring van verzoekster.

De raadsman heeft aangevoerd dat de kosten voor rechtsbijstand, ondanks dat de zaak is geëindigd in een niet-ontvankelijkheidsverklaring van verzoekster, wel in aanmerking komen voor vergoeding, omdat het onredelijk zou zijn om de kosten niet te vergoeden.

De rechtbank overweegt dat een redelijke wetstoepassing met zich mee brengt dat, ondanks dat de zaak is geëindigd in een niet-ontvankelijkheidsverklaring van klaagster, verzoekster recht heeft op een vergoeding. De officier van justitie heeft pas het bevel tot uitlevering ingetrokken nadat de Hoge Raad klaagster in het gelijk had gesteld. Daarnaast heeft de officier van justitie – blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 28 juni 2016 – aangevoerd dat, indien klaagster ontvankelijk zou zijn in haar klaagschrift, het klaagschrift gegrond diende te worden verklaard omdat de intrekking van het bevel heeft plaatsgevonden als gevolg van de procedure.

De rechtbank overweegt gezien het bovenstaande dat de raadsman namens verzoekster in raadkamer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat alle verrichte en gedeclareerde werkzaamheden met het oog op een behoorlijke verdediging noodzakelijk zijn geweest. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties en het beloop daarvan valt niet als bovenmatig aan te merken. De gevraagde vergoeding van € 19.905,91 zal dan ook worden toegekend.

Kosten indienen en mondeling toelichten verzoek

De rechtbank is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling toelichten van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten €550,- (inclusief btw).

In totaal is derhalve naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking nemend, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 21.379,43.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Deze uitspraak is onherroepelijk, er is geen rechtsmiddel aangewend. 

 

Print Friendly and PDF