OM-cassatie: Het middel, dat klaagt dat "de afwijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (voorshands) berust op onjuiste gronden", treft doel

Hoge Raad 9 april 2013, LJN BX4536

Feiten

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 15 maart 2010 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.

Het Hof heeft de beslissing tot afwijzing van de ontnemingsvordering als volgt gemotiveerd:

"De vordering van het openbaar ministerie houdt in dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal EUR 100.800,-- (honderdduizendenachthonderd euro), ter ontneming van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit het in zijn strafzaak bewezenverklaarde feit. 

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van EUR 100.800,--. 

Bij de behandeling in hoger beroep van de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is komen vast te staan dat de gewezen verdachte bij arrest van 15 maart 2010 van dit gerechtshof is vrijgesproken van het in zijn strafzaak tenlastegelegde. 

Het openbaar ministerie dient, nu een veroordeling wegens een strafbaar feit ontbreekt, niet-ontvankelijk verklaard te worden in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel met parketnummer 10-600061-07.

BESLISSING (bij verstek) 

Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af." 

Tegen deze beslissing is door mr. S.A. Minks, Advocaat-Generaal bij het Hof, op 22 maart 2010 beroep in cassatie ingesteld.

Middel

Het middel klaagt dat de afwijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (voorshands) berust op onjuiste gronden.

Beoordeling Hoge Raad

Het middel is voorgesteld onder de voorwaarde dat de Hoge Raad het in 's Hofs overwegingen bedoelde arrest van het Hof in de hoofdzaak op het daartegen ingestelde beroep in cassatie zal vernietigen. Nu de Hoge Raad bij het uitgesproken arrest (LJN BX4439) dat arrest heeft vernietigd, is genoemde voorwaarde vervuld.

De Hoge Raad heeft het arrest in de hoofdzaak vernietigd op de grond dat het oordeel van het Hof waarop de vrijspraak van het tenlastegelegde is gebaseerd onvoldoende met redenen is omkleed. Dat brengt mee dat aan de beslissing in de onderhavige zaak de grondslag is komen te ontvallen.

Het middel treft doel.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF