Column: Maatschappelijke schade

Door Jan-Paul Verboom(Ivy Advocaten) 

Het is alweer enkele maanden geleden: ik spreek op het politiebureau met mijn dakloze cliënt. Hij wordt verdacht van de diefstal van een aantal krantjes. Ik leg hem uit dat de kans aanwezig is dat de rechter-commissaris zijn bewaring zal bevelen; de kleine recidive grond (van art 67a lid 2 onder 3) zou daarvoor weleens kunnen worden aangegrepen. Deze grond is destijds ingevoerd om de grote maatschappelijke schade die kleine vermogensdelicten tot gevolg (kunnen) hebben te beteugelen. Mijn vrees blijkt gegrond te zijn.

In dezelfde periode wordt de jonge, getalenteerde Londense UBS-handelaar Adoboli veroordeeld tot 7 jaar cel (waarvan de helft voorwaardelijk) nadat UBS door zijn toedoen 1,8 miljard dollar verloor; over maatschappelijke schade gesproken. Ik heb geprobeerd uit te rekenen hoeveel krantjes mijn client kan stelen om aan dat bedrag te komen. Zonder succes. Adoboli wordt alleen veroordeeld voor fraud by abuse of position (section 4 The Fraud Act 2006).

Het Engelse delict 'abuse of position' kennen wij in Nederland niet. De kern van het delict wordt gevormd door het misbruiken van een positie die iemand (bijvoorbeeld binnen een bedrijf) inneemt "in which he was expected to safequard, or not to act against, the financial interests of another person". Anders dan in de Nederlandse vermogensdelicten is een oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling niet vereist, voldoende is het “intending by that abuse to make a gain/cause a loss".

Bij mijn weten is het enige Nederlandse delict dat het veroorzaken van ernstig nadeel ("cause a loss") - buiten faillissementsfraude - strafbaar stelt art 347 Sr; het in strijd met enige wettelijke bepaling of de statuten verrichten van een handeling die de rechtspersoon ernstig benadeeld. Maar op dit delict staat slechts een geldboete.

Ook Frankrijk (Jérôme Kerviel: De bank Société Générale verloor door zijn toedoen 4,9 miljard euro) en sinds kort ook Nederland (de Vestia affaire) kennen zijn miljardenaffaires. De maatschappelijke schade in dergelijke affaires is zo groot dat we terecht de vraag kunnen stellen of een grove mate van wanbestuur dat ernstig nadeel tot gevolg heeft niet – net als in Engeland – zelfstandig strafbaar zou moeten worden gesteld. Banken en woningbouwcorporaties vallen niet om; de strafbaarstelling van faillissementsfraude biedt dan ook geen soelaas.

Nederlandse vermogensdelicten eisen voor strafbaarheid steeds een direct tegenstrijdig belang tussen dader en benadeelde: de dader moet het vermogen van de benadeelde zich willen toe-eigenen. Hij moet er beter van worden. Het in rook laten opgaan van andermans vermogen is niet strafbaar. Vergelijk het met de delicten diefstal en beschadiging: voor de eerste is bevoordeling vereist, voor de tweede is voldoende dat je het bezit van een ander aantast. Natuurlijk is het je toe-eigenen van andermans vermogen kwalijker. Maar het ernstig aantasten van andermans vermogen zou (onder voorwaarden), net als aantasting van het fysieke vermogen bij beschadiging, toch ook strafbaar moeten zijn? Zeker wanneer dit vermogen je is toevertrouwd, wanneer verwacht mag worden dat je de financiële belangen van een ander (het bedrijf waar je dienst bent) dient.

Diefstal van krantjes leidt tot maatschappelijke schade. Jazeker. Maar als maatschappelijke schade het toverwoord is voor de beoordeling van ontoelaatbaar gedrag, dan is een herbeoordeling gewenst.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF