Nietige dagvaarding? De termen vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken

Hoge Raad 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1105

Feiten

Bij arrest van 13 maart 2012 heeft het Hof te Amsterdam de verdachte wegens mishandeling veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, te vervangen door vijftien dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaren. Tevens heeft het Hof de inleidende dagvaarding nietig verklaard voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde feit.

Mr. R.C. Tdlohreg, Advocaat-Generaal bij het Hof te ‘s-Gravenhage, heeft beroep in cassatie ingesteld.

Middel

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde moet worden nietig verklaard.

Beoordeling Hoge Raad

Aan de verdachte is onder 2 tenlastegelegd dat:

"hij op of omstreeks 7 augustus 2010 te Diemen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een (voor)deur behorende bij perceel [a-straat 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt."

Het Hof heeft wat betreft dat feit de dagvaarding nietig verklaard op de grond dat "het onder 2 ten laste gelegde feit onvoldoende feitelijk is omschreven".

Art. 350, eerste lid, Sr luidt:

"Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."

De tenlastelegging is toegesneden op art. 350, eerste lid, Sr. De in de tenlastelegging voorkomende termen "vernield", "beschadigd" en "onbruikbaar gemaakt" zijn kennelijk gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de dienovereenkomstige uitdrukkingen in die bepaling. Voor zover in het bestreden arrest als oordeel van het Hof besloten ligt dat de termen "vernielen", "beschadigen" en "onbruikbaar maken" niet mede feitelijke betekenis hebben en dat de tenlastelegging wat betreft de opgave van het feit niet voldoet aan de eisen van art. 261 Sv, geeft het blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF