Internetoplichting: verdachte heeft vele bedrijven en particulieren opgelicht door e-marketing diensten aan te bieden

Rechtbank Noord-Nederland 26 februari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:825 Verdachte heeft zich diverse malen schuldig gemaakt aan oplichting, pogingen daartoe en aan diefstal van geld van zijn oma. Verdachte heeft in een periode van ongeveer een jaar een groot aantal bedrijven en personen opgelicht door de schijn te wekken dat hij diensten voor hen kon verrichten in e-mailmarketing en deze vervolgens na betaling niet te leveren. Ook heeft hij een groot aantal personen onder druk gezet om bedragen aan hem te betalen, waarbij verdachte zich onder meer voordeed als (medewerker van) een gerechtsdeurwaarder. Door zo te handelen heeft verdachte niet alleen de gedupeerden financieel benadeeld en misbruik gemaakt van hun vertrouwen, maar ook in het algemeen schade berokkend aan het vertrouwen dat bedrijven en consumenten in het (digitale) handelsverkeer moeten kunnen hebben.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van een groot geldbedrag van zijn oma door middel van diverse pintransacties. Verdachte had de beschikking over de pinpas en de pincode om voor zijn oma betalingen te doen via internet.

Toen zijn oma van haar bank het bericht kreeg dat er geen geld meer op haar bankrekeningen stond, heeft verdachte door middel van leugens geprobeerd te voorkomen dat zij contact hierover kon opnemen met de bank. Verdachte heeft door zo te handelen ernstig misbruik gemaakt van het door zijn oma in hem gestelde vertrouwen. De oma van verdachte is door het handelen van verdachte in financiële problemen gekomen, onder meer omdat de huur van haar woning niet meer betaald kon worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het in de zaak met parketnummer 18/740014-15 onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/740067-15 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Tevens heeft de raadsman aangegeven dat het ad informandum gevoegde strafbare feit met parketnummer 18/740002-15 kan worden meegenomen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 18/740014-15 onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/740067-15 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank rekening houden met het ad informandum gevoegde feit dat door verdachte is bekend.

Strafoplegging

Bij verdachte is onder meer sprake van een autistische stoornis. Gedragsdeskundigen adviseren diverse therapieën binnen een strak kader om de kans op herhaling te verkleinen. De rechtbank legt een gedragsbeïnvloedende maatregel op met het geadviseerde behandelprogramma en elektronisch toezicht. Voorts een deels voorwaardelijke jeugddetentie.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF