HR: Veroordeling schenden plicht tot gegevensverstrekking (art. 227b Sr), slagende bewijsklachten

Hoge Raad 9 oktober 2012, LJN BX5475 Feiten

Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam  veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren wegens medeplegen van het in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of een tegemoetkoming, meermalen gepleegd (art. 227b Sr).

Eerste middel

Het eerste middel klaagt over het bewijs van het weten althans redelijkerwijze moeten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor het verstrekken van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad verwerpt het middel met toepassing van art. 81 RO.

Conclusie AG

Naar het oordeel van AG Vellinga faalt het middel: “In aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen onder meer inhouden dat op de verdachte en haar man verstrekte formulieren (ROF) was aangekruist dat zij niet hebben gewerkt en geen inkomsten hebben genoten en zij er aldus uitdrukkelijk op zijn gewezen dat gegevens omtrent werkzaamheden en inkomsten van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een uitkering kan het bewezenverklaarde voor zover behelzende dat verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor het verstrekken van bedoelde uitkering uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.”

Tweede en derde middel

De middelen klagen dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.

Het tweede middel klaagt dat enkele onderdelen van de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. In de eerste plaats wordt geklaagd dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte werkzaamheden had verricht in een hennepkwekerij en/of inkomsten had uit een hennepkwekerij. In de toelichting op het middel wordt erop gewezen dat in geval meerdere alternatieven zijn bewezenverklaard elk van deze alternatieven uit de gebezigde bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid. In de tweede plaats wordt geklaagd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het nalaten de benodigde gegevens te verstrekken opzettelijk is geschied.

Het derde middel klaagt dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte opzettelijk geen opgave heeft gedaan van en heeft verzwegen dat haar echtgenoot in het bezit is geweest van een motorboot.

Beoordeling Hoge Raad

Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat de verdachte werkzaamheden heeft verricht in een hennepkwekerij. Evenmin kan daaruit worden afgeleid dat zij een motorboot in haar bezit heeft gehad. Het enkele feit dat haar echtgenoot (en medeverdachte) een motorboot bezat doet daaraan niet af nu het Hof niet tevens heeft vastgesteld dat zij daarvan op de hoogte was.

Voor zover de middelen hierover klagen zijn deze terecht voorgesteld.

 

Klik hier voor het volledige arrest.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF