Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van de Belastingdienst, door het aanvragen van een Kinderopvangtoeslag onder vermelding van valse gegevens

Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2608

De verdachte heeft de Belastingdienst opgelicht, door met opzet een Kinderopvangtoeslag aan te (laten) vragen waarvan zij wist, dat zij er geen recht op had. Het geldbedrag dat zij vervolgens onterecht van de Belastingdienst heeft ontvangen, heeft zij naar eigen inzicht besteed. 

Standpunt raadsman

De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het haar ten laste gelegde wegens gebrek aan bewijs en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Een persoon genaamd medeverdachte 1 heeft de verdachte voorgehouden dat zij recht had op Kinderopvangtoeslag. De verdachte heeft, gelet op haar opleidingsniveau en omstandigheden, zorgvuldig gehandeld door in haar omgeving navraag te doen met betrekking tot (haar recht op) (een eventuele uitkering door de belastingdienst van) de genoemde toeslag. De raadsman is daarom van mening, dat niet kan worden bewezen dat de verdachte het opzet heeft gehad op oplichting van de Belastingdienst.

Nu verdachte geen opzet had op het (medeplegen van) oplichting, heeft zij dientengevolge evenmin met opzet de verkregen geldbedragen witgewassen.

Bespreking van het verweer

Het hof verwerpt de verweren van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier is het volgende naar voren gekomen.

De verdachte heeft belangrijke persoonlijke gegevens, waaronder haar bankrekeningnummer, haar BSN nummer, haar DigiD-code en de gegevens van haar kind, verstrekt aan een persoon genaamd medeverdachte 1, een haar onbekende vrouw die zij op straat tegenkwam. De verdachte heeft deze vrouw tevens toegezegd dat zij haar zou betalen na ontvangst van de Kinderopvangtoeslag die medeverdachte 1 digitaal voor haar zou aanvragen bij de Belastingdienst (proces-verbaal van verhoor, A-32-V-01 en verklaring ter zitting van de politierechter van 8 februari 2013).

De verdachte heeft verklaard dat haar kind in 2009 en 2010 geen opvang genoot bij de kinderopvang genaamd Villa Topido, gedurende het aantal uren zoals opgegeven in de aanvraag. Voorts is in de aanvraag een ander jaarinkomen opgegeven dan verdachte daadwerkelijk verdiende.

Naar aanleiding van de aanvraag van de verdachte heeft de Belastingdienst op de bankrekening van de verdachte een bedrag van in totaal € 14.432,00 gestort. De verdachte heeft verklaard dat zij van dit geldbedrag € 4.500,00 aan medeverdachte 1 heeft gegeven, verschillende goederen heeft gekocht, een vakantie heeft betaald en € 7.000,00 in bewaring heeft gegeven aan een derde.

Het hof is van oordeel dat de verdachte, door zonder meer haar relevante persoonlijke gegevens waaronder haar DigiD-code aan een onbekende te verstrekken en deze onbekende tegen betaling van een bedrag – waarvan de hoogte volgens de verdediging niet van tevoren tussen de verdachte en deze op straat tegengekomen onbekende was afgesproken – een toeslag voor haar te laten aanvragen, zonder navraag te doen bij de Belastingdienst (de aangewezen informatiebron in dit geval), bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat in haar naam en op grond van onjuiste gegevens de Belastingdienst zou overgaan tot uitbetaling van de aangevraagde Kinder- opvangtoeslag. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel, dat de verdachte minst genomen met voorwaardelijk opzet de Belastingdienst heeft opgelicht.

De raadsman heeft nog betoogd dat het handelen van de verdachte niet kan worden gekwalificeerd als het medeplegen van oplichting, vanwege het geringe aandeel van de verdachte bij de aanvraag. Het hof verwerpt het verweer.

Naar het oordeel van het hof is voorafgaand, tijdens en na afloop van de aanvraag van de genoemde toeslag sprake geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de persoon genaamd medeverdachte 1, gericht op de planning en de uitvoering van het feit en de verdeling van het uitgekeerde geldbedrag, dat is voldaan aan de voorwaarden voor de strafbare vorm van samenwerking die als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Verdachte heeft door het beschikbaar stellen van haar gegevens en haar DigiD-code een essentiële rol gespeeld bij de op- lichting van de Belastingdienst. Zij heeft verder het geld van haar bank- rekening gehaald en met haar mededader gedeeld. Daarbij heeft de verdachte het grootste deel van de buit ontvangen.

Voor zover de raadsman nog heeft bedoeld te bepleiten dat vrijspraak zou moeten volgen omdat het dossier niet volledig is en de verdediging daarom niet heeft kunnen doen wat de verdediging moet doen, namelijk het toetsen van de inhoud van het dossier, wordt dit verweer verworpen. Het dossier bevat voldoende informatie om de schuld of de onschuld van de verdachte ten aanzien van het haar ten laste gelegde op verantwoorde wijze te kunnen beoordelen, en overigens kan op grond daarvan het ten laste gelegde worden bewezen als hierna weergegeven, zodat er voor vrijspraak geen aanleiding is.

Bewezenverklaring

  • Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op: medeplegen van oplichting;
  • Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: witwassen.

Strafoplegging

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 juni 2014 is zij eerder ter zake van een aan fraude met gemeen- schapsgeld gerelateerd delict onherroepelijk veroordeeld. Deze omstan- digheid heeft de verdachte er niet van weerhouden opnieuw op strafbare wijze misbruik te maken van het vertrouwen dat in haar gesteld werd.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF