Het beroep dat de staande- en aanhouding van verdachte(n) onrechtmatig heeft plaatsgevonden nu sprake is van grenscontrole (handelen in strijd met de Schengengrenscode) wordt verworpen. Bestuursrechtelijk wel sprake van een onrechtmatige staandehouding.

Rechtbank Almelo 22 december 2012, LJN BZ2017 Verdenking

De verdenking komt er op neer dat verdachte: op 14 december 2010 in de gemeente Losser en al dan niet in vereniging met een ander geld heeft witgewassen.

Feiten

Op 14 december 2010 worden verdachte en zijn medeverdachte als inzittenden van een auto met Duits kenteken kort na het passeren van de Duits-Nederlandse grens gecontroleerd door twee wachtmeesters van de Koninklijke Marechaussee op grond van artikel 50 van de Vreemdelingenwet ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status. Vervolgens blijkt dat beiden in een gehuurde auto zitten en dat verdachte in het bezit is van een zogenaamde “Duldung”, zodat hij feitelijk als illegaal persoon kan worden beschouwd. Verdachte is eerder in Nederland geweest en heeft in Duitsland antecedenten terzake van de Opiumwet. Beide inzittenden hadden een aanzienlijk bedrag aan geld bij zich bijna uitsluitend in coupures van vijfhonderd euro.

Medeverdachte verklaarde daarnaar gevraagd ten overstaan van de wachtmeesters van de Koninklijke Marechaussee dat hij en zijn passagier verdachte op weg waren naar Deurne om daar een auto te bezichtigen en eventueel een aanbetaling te doen. Medeverdachte had een bedrag van ongeveer 8000 euro bij zich en verdachte een bedrag van ongeveer 4500 euro. Medeverdachte en verdachte verklaarden dat het familiegeld was.

Op grond van die feiten en omstandigheden werden medeverdachte en verdachte aangehouden ter zake van verdenking van overtreding van de witwasbepalingen ingevolge artikel 420 bis e.v. Wetboek van Strafrecht.

Bij nader onderzoek is vervolgens komen vast te staan dat ook verdachte medeverdachte antecedenten heeft bij de Duitse justitie, namelijk in verband met zware diefstal en aanbouw van een illegale kwekerij. Daarnaast komt uit het onderzoek naar voren dat in de bij verdachte inbeslaggenomen telefoon een Nederlands telefoonnummer is aangetroffen, dat de politie in verband brengt met een hennepplantage in een woning. Een eigen inkomen die het aangetroffen geld kan verklaren hebben beide verdachten niet.

De rechtbank is van oordeel dat de vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, het sterke vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van crimineel geld. Een dergelijk gerechtvaardigd vermoeden kan vervolgens door bijvoorbeeld (consistente) verklaringen van verdachte en/of zijn medeverdachte en/of door het overleggen van bescheiden weerlegd worden, maar daarin is verdachte en zijn medeverdachte naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd.

Ontvankelijkheid OvJ

Ter terechtzitting heeft de raadsman mr. Stegeman aangevoerd dat de staande- en aanhouding van verdachte (en die van zijn medeverdachte) onrechtmatig is geschied, aangezien er sprake is geweest van grenscontrole, hetgeen in strijd is met de Schengengrenscode.

De rechtbank verwerpt dat verweer.

Verdachte is staande gehouden op grond van artikel 50 van de Vreemdelingenwet ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status door opsporingsambtenaren van het zogenaamde MTV (Mobiel Toezicht Vreemdelingen). Uitgaande van een onder de gestelde omstandigheden plaatsgevonden staandehouding van verdachte, levert dat bestuursrechtelijk gezien weliswaar een onrechtmatige staandehouding op, maar deze onrechtmatigheid is geen strafvorderlijk vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De staandehouding heeft immers niet plaatsgevonden in het kader van het strafrechtelijk voorbereidend onderzoek van het in deze zaak tenlastegelegde misdrijf. De rechtbank volgt daarbij het arresten van de Hoge Raad van 26 juni 2012, LJN BV1642 en LJN BW9199.

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van witwassen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF