Gebruikmaken van andermans rijbewijs geen valsheid in geschrifte

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 januari 2013, LJN BY8887 Verdachte heeft op 1 oktober 2009 toen hem door de verbalisant gevraagd werd zich te legitimeren een rijbewijs getoond dat niet op zijn naam was gesteld, maar op naam van een vriend van hem. Dat rijbewijs was niet vals of vervalst. De vraag rijst of het op een dergelijke manier gebruikmaken van een rijbewijs van een ander het gebruikmaken van een vals of vervalst geschrift oplevert als bedoeld in artikel 225 lid 2 Sr.

Bij de beantwoording van die vraag acht het Hof van belang dat het Wetboek van Strafrecht een soortgelijke bepaling kent voor zover het reisdocumenten betreft, te weten artikel 231, tweede lid. Artikel 231 Sr is in die zin een specialis van artikel 225 lid 2 Sr. In artikel 231 Sr maakt de wetgever expliciet onderscheid tussen het gebruik maken van een vals of vervalst reisdocument enerzijds en het gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument anderzijds. Een soortgelijke strafbaarstelling bestaat niet voor het gebruik maken van een rijbewijs gesteld op naam van een ander. Het gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld rijbewijs, niet zijnde een reisdocument, wordt door de wetgever aldus niet (als valsheid in geschrifte) strafbaar gesteld.

Het tonen van een rijbewijs van een ander kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als het gebruik maken van een van een vals of vervalst rijbewijs. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF