Herziening toezicht op rechtspersonen

Om het toezicht op rechtspersonen te verbeteren, is op 1 juli 2011 de Wet controle op rechtspersonen (de Wet Cor) in werking getreden. De verklaring van geen bezwaar, die was vereist bij de oprichting en bij een statutenwijziging van een besloten vennootschap of naamloze vennootschap, is met de inwerkingtreding van de Wet Cor komen te vervallen. Bij de uitvoering van de wet worden de medewerkers van Justis ondersteund door het ict systeem RADAR dat hiervoor is ontwikkeld. Met behulp van onder meer dit systeem maakt Justis een drietal producten:

  1. De risicomelding uit het systeem
  2. De risicomelding op verzoek
  3. De netwerkanalyse (ook wel informatieverstrekking genoemd)

Risicomelding uit het systeem

Een wijziging in het handelsregister, bijvoorbeeld de toetreding van een nieuwe bestuurder tot een B.V., leidt ertoe dat RADAR geheel geautomatiseerd een zogeheten ‘automatische analyse’ uitvoert. RADAR brengt in kaart welke bedrijven en personen betrokken zijn bij deze wijziging. Van deze bedrijven en personen gaat het systeem RADAR na of zij betrokken zijn geweest bij een faillissement dan wel een strafrechtelijk antecedent op hun naam hebben.

Als deze antecedenten aanleiding daartoe geven, maakt het systeem een zogeheten ‘tussentijdse risicomelding’. Deze wordt door een medewerker van Justis beoordeeld. Met behulp van extra, handmatig te raadplegen bronnen zoals bijvoorbeeld van de Belastingdienst en de politie, wordt nagegaan of een risico op misbruik van de rechtspersoon bestaat. Als dat zo is, wordt een risicomelding gemaakt en verstrekt.

Risicomelding op verzoek

Een risicomelding op verzoek lijkt op de risicomelding uit het systeem. Het ziet er hetzelfde uit en dezelfde informatiebronnen worden ervoor gebruikt. Het belangrijkste verschil is dat het product niet ontstaat wegens een wijziging in het handelsregister die tot een ‘tussentijdse risicomelding’ leidt, maar door een specifiek verzoek van één van de afnemers die een risicomelding uit het systeem mogen ontvangen. Een ander verschil met de risicomelding uit het systeem is dat het gaat om een rechtspersoon die al wel in het vizier is van de afnemer. Afnemers doen een verzoek om een risicomelding, omdat zij bezig zijn met een onderzoek naar de betreffende rechtspersoon of overwegen deze te gaan onderzoeken.

Netwerkanalyse

Een netwerkanalyse oftewel informatieverstrekking is een product dat voorziet in de behoefte van een groot aantal afnemers. Het betreft een tekening van een rechtspersoon en het netwerk van personen en rechtspersonen om deze rechtspersoon heen. Dit kan een eenvoudige tekening betreffen van enkele entiteiten en hun onderlinge verbanden, het kan ook gaan om ingewikkelde netwerken met vele honderden entiteiten en hun onderlinge verbanden. Het doel van de netwerkanalyses is veelzijdig. Opsporingsinstanties die een groot onderzoek uitvoeren gebruiken de netwerkanalyse om overzicht te houden in grote netwerken van rechtspersonen. Het werkt tijdbesparend voor deze opsporingsinstanties om dit specialistische onderzoek uit te besteden. Curatoren doen ook regelmatig een beroep op Justis voor een netwerkanalyse. Zij doen dit in het kader van een faillissement, bijvoorbeeld na aanvraag op grond van de Garantstellingsregeling curatoren, en trachten via de netwerkanalyse inzicht te krijgen in vermogensbestandsdelen (verhaalsmogelijkheden). Ook wordt de informatie gebruikt bij onderzoeken naar bestuurdersaansprakelijkheid en bij mogelijke faillissementsfraude.

Netwerkanalyses werden ook al onder het preventieve toezicht gemaakt. Voor het opstellen van een netwerkanalyse wordt met name het handelsregister geraadpleegd. Gevoelige gegevens zoals strafrechtelijke gegevens of informatie van de Belastingdienst komen hier niet in voor. Daarom is de kring van afnemers van de netwerkanalyses ook groter dan de kring van afnemers van risicomeldingen.

De Memorie van Toelichting geeft aan dat de Wet Cor is bedoeld om een bijdrage te leveren aan de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen. Het toezicht staat niet op zichzelf maar Justis vormt een schakel in de keten die faillissementsfraude bestrijdt. De afnemers zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke opsporing of handhaving. Met de hierboven genoemde producten kunnen afnemers maatregelen treffen als:

  • opsporing en vervolging van (rechts)personen het intrekken van BTW-nummers
  • het starten van een onderzoek
  • het weigeren van een vergunning
  • het afleggen van een bedrijfsbezoek het opleggen van een boete.

Ontwikkeling systeem RADAR en producten

Op 1 juli 2011 is gestart met het herziene toezicht op rechtspersonen door risicomeldingen op verzoek te maken. Begonnen is met het onderzoeken van concrete situaties die door Belastingdienst, AFM, DNB, Inspectie SZW, NVWA en de politie zijn aangedragen.

Begin januari 2012 is een eerste versie van het systeem RADAR in productie genomen. Hiermee werd een eerste vorm van de automatische analyse mogelijk. Vanaf dat moment is gestart met het onderzoeken van tussentijdse risicomeldingen die mogelijk tot een risicomelding uit het systeem konden leiden.

Tussen 9 januari en 22 oktober 2012 heeft RADAR 619 tussentijdse risicomeldingen gegenereerd. Hiervan zijn er 611 nader onderzocht, en hebben uiteindelijk 12 tot een risicomelding geleid. Enkele van de 611 zaken waren per 22 oktober 2012 nog in onderzoek. In dezelfde periode zijn 10 risicomeldingen op verzoek ingediend. Van alle risicomeldingen op verzoek die in deze periode zijn behandeld (17 uit de werkvoorraad van 2011 en de 10 nieuw ingediende) hebben 10 onderzoeken tot een risicomelding geleid. Zeven analyses zijn gestaakt.

In oktober 2012 is versie 1.0 van het systeem RADAR in productie genomen. Hiermee worden tussentijdse risicomeldingen van een hogere kwaliteit gerealiseerd en is een deel van het handmatige werk geautomatiseerd.

In de periode 22 oktober tot en met 31 december 2012 heeft Justis 253 tussentijdse risicomeldingen onderzocht, die door RADAR zijn gegenereerd. Er zijn in deze periode 4 risicomeldingen uit het systeem verstuurd. In dezelfde periode zijn twee risicomeldingen op verzoek ingediend. Van alle risicomeldingen op verzoek die in deze periode zijn behandeld (10 uit de werkvoorraad van vóór 22 oktober 2012 en de twee nieuw ingediende verzoeken) zijn er in deze periode 4 afgehandeld en verzonden.

 

Bron: Rijksoverheid

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF