Specialisatie rechters geen oplossing voor alles

Regelmatig klinkt de roep om (meer) gespecialiseerde rechters. Eerder deze maand was dat ook weer het geval in de zaak van de Twentse neuroloog J.S.; gebrek aan medische kennis bij rechters zou er de oorzaak van zijn dat J.S. nog niet voor de rechter stond. Maar klopt dat? Voor het overgrote deel van de rechtszaken is geen specialistische kennis nodig. Acht vragen en antwoorden over specialisatie.

Was een verondersteld gebrek aan medische kennis inderdaad de oorzaak van vertraging in deze zaak?

Nee, dit klopt niet. Persrechter Martijn van Wees van de rechtbank Oost-Nederland legde eerder op rechtspraak.nl uit dat medische kennis niets te maken heeft met het feit dat J.S. nog niet voor de rechter stond. Bij de rechtbank speelt de zaak sinds september vorig jaar, toen het dossier binnenkwam. De tenlastelegging van het openbaar ministerie kwam een maand later, waarna op 28 november de eerste regiezitting plaatsvond. Tijdens die zitting kondigde het openbaar ministerie aan dat het vooronderzoek nog niet helemaal klaar is en de advocaat van de verdachte stelde dat hij nog niet voldoende tijd had gehad om het dossier van duizenden pagina’s te lezen. Dat was de rechtbank met hem eens. Daardoor kan de volgende regiezitting pas op 3 april plaatsvinden.

Hoe gaan rechters in de regel te werk?

Als een rechter (of rechters, als het een meervoudige kamer betreft) een zaak toebedeeld krijgt, bestudeert hij het dossier. Rechters zijn erin getraind om met hun juridische kennis en vaardigheden snel tot de kern van de zaak en tot een afgewogen beslissing te komen. Het kan natuurlijk voorkomen dat een rechter vindt dat hij in een specifieke zaak te weinig kennis van een bepaald aspect heeft. In dit soort gevallen kan hij een beroep doen op geregistreerde, externe deskundigen. Dit is het standaardmodel. Voor de bulk van de circa 1,8 miljoen rechtszaken per jaar is het niet nodig dat er een gespecialiseerde rechter en/of externe deskundige aan te pas komt.

Maar er zijn wel gespecialiseerde rechters?

Zeker. Voor geschillen op het gebied van sociaal-economisch bestuursrecht is er het College van Beroep voor het bedrijfsleven in Den Haag, voor octrooizaken de IE-kamer in de rechtbank Den Haag, voor juridische geschillen in vennootschappen de Ondernemingskamer in het gerechtshof Amsterdam en voor mededingingszaken het Mededingingsteam in de rechtbank Rotterdam. Zo zijn er meer gespecialiseerde kamers. Ze behandelen zaken onafhankelijk van de plaats in Nederland waar het geschil zich voordoet. Verder kent de Rechtspraak nog de ‘natte kamer’: specialist in havenzaken. Deze specialisatie is door de rechtbank Rotterdam zelf ingesteld vanwege de vele zaken die met de Rotterdamse haven te maken hebben.

Zijn er niet meer gebieden die specialistische kennis van rechters vragen?

Ja, soms wel. Daarom zijn er ook kenniscentra. Die fungeren als vraagbaak voor rechters en ondersteunend personeel. Op dit moment telt de Rechtspraak er zes: voor Economisch Strafrecht, voor Fraude, voor Milieu en Gezondheid, voor Cybercrime, voor Financieel en Economisch Recht en voor Verzekeringsrecht. Deze centra spreken zelf geen recht. Rechters of ondersteunend personeel kunnen bij de centra aankloppen met vragen. Ze leveren de benodigde informatie die voor rechters relevant kan zijn in een specifieke zaak.

Daarmee hebben we het gehad?

Niet helemaal. De gerechten kennen zelf ook gespecialiseerde rechters. Een voorbeeld: op elk gerecht behandelen sinds kort een select aantal rechters en juridisch medewerkers mensenhandelzaken (zie ook Rechterlijke specialisatie in mensenhandelzaken). Een belangrijke reden voor deze specialisatie is dat het wetsartikel op grond waarvan mensenhandelaren worden vervolgd (273f Sr), complex is. Het artikel is gebaseerd op internationale instrumenten en alle mensenhandelvarianten zijn in één artikel vervat. Verder is het artikel opgebouwd uit meerdere uiteenlopende gedragingen, waarbij ook de strafwaardigheid verschilt. Door een select aantal rechters deze zaken te laten behandelen, bouwen zij een specialisme op.

Zitten er nog meer specialismen aan te komen?

De Raad voor de rechtspraak onderzoekt de mogelijkheden daartoe. Vorig jaar verscheen het onderzoek ‘Specialisatie gewenst? De behoefte aan gespecialiseerde rechtspraak binnen het Nederlandse bedrijfsleven’ (Zie ook Roep om gespecialiseerde rechtspraak). Dit onderzoek werd verricht in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. De uitkomst was dat het bedrijfsleven behoefte heeft aan meer specialisatie wat betreft aanbestedingen, bouwen en informatica, dan de Rechtspraak nu biedt. Deskundigen op deze drie terreinen zijn vrijwel unaniem van mening dat een zekere specialisatie gewenst is; ze vinden dat rechters voldoende ook niet-juridische bagage moeten hebben om economische, financiële of technische achtergronden van het geschil te kunnen begrijpen – ze moeten kortom de taal van de sector spreken. Ook advocaten specialiseren zich op deze terreinen.

Kunnen rechters zelf bepalen of ze zich specialiseren of niet?

Soms bepaalt de wetgever dat, zoals in het geval van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de IE-kamer, de Ondernemingskamer en het Mededingingsteam. Soms kan de Rechtspraak zelf beslissen. Dit kan binnen gerechten, zoals de natte kamer in Rotterdam, maar ook op landelijke schaal, zoals bij mensenhandelzaken. De vergroting van de gerechten door de nieuwe gebiedsindeling, biedt de Rechtspraak meer mogelijkheden. Door de schaalvergroting kunnen er meer zaken van de desbetreffende specialisatie worden behandeld. Gerechten kunnen zich daarom veroorloven er gespecialiseerde rechters op na te houden.

Waarom kan de Rechtspraak niet aan elke oproep om over te gaan tot meer specialisatie voldoen?

Voor een efficiënte bedrijfsvoering is er een bepaald volume aan rechtszaken nodig. Het voorbeeld van de Twentse neuroloog is dan ook geen goed voorbeeld voor een pleidooi voor meer specialistische kennis op medisch gebied. Een dergelijke zaak komt maar heel sporadisch voor, het zou niet logisch zijn rechters speciaal te trainen, aparte huisvesting te zoeken, ondersteunend personeel aan te trekken – de bedrijfsvoering zou gezien het beperkte aantal zaken te duur worden. En het is ook niet zo dat medische kennis nodig is om in dit geval recht te spreken.

 

Bron: de Rechtspraak

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF