EHRM: Verhoogd platform met tafel van officier van justitie in rechtszaal is geen schending van recht op equality of arms van de verdachte

EHRM 31 mei 2012, Diriöz t. Turkije

Klager in deze zaak is gearresteerd na een schietincident waarbij vier mensen gewond raakten en een vijfde overleed. Tijdens zijn gevangenhouding is hij geïnformeerd over zijn recht om een advocaat te consulteren maar hij verklaarde schriftelijk dat hij hiervan geen gebruik hoefde te maken. Diriöz wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 jaar en een boete voor moord, poging tot moord en het veroorzaken van letsel door middel van een vuurwapen.

Voor het Hof klaagt Diriöz over een schending van het beginsel van ‘equality of arms’ omdat de openbare aanklager op een verhoogd platform had gestaan tijdens de strafzaak terwijl hij en zijn advocaat op een lager niveau in de zittingszaal hadden gezeten. Ook klaagde hij over het feit dat de openbare aanklager en de rechters door dezelfde deur van de zittingszaal binnenkwamen, terwijl zijn advocaat de deur voor het publiek moest gebruiken. Ten slotte stelt hij dat hij tijdens het politieverhoor niet is bijgestaan door een raadsman.

De Turkse autoriteiten leggen uit dat er regels zijn voor wat betreft de zitplaatsen van rechters en openbare aanklagers in de rechtszaal en dat dit een gebruikelijke praktijk is in Turkije. De positie van de openbare aanklager, op een hoger niveau dan de verdachte en zijn/haar advocaat maar op een afstand van de rechters, is symbolisch.

Het Hof overweegt dat de openbare aanklager misschien een bevoorrechte plek heeft in de rechtszaal, maar dit plaatst de verdachte niet in een nadelige positie met betrekking tot de verdediging van zijn belangen. Het Hof constateert dat er geen sprake is van een schending van het beginsel van ‘equality of arms’. Voor wat betreft de rechtsbijstand tijdens het politieverhoor stelt het Hof dat klager is geïnformeerd over het recht om bijgestaan te kunnen worden door een advocaat, maar dat hij zelf schriftelijk heeft getekend dat hij hiervan geen gebruik wilde maken. Het Hof oordeelt dat er geen gronden zijn om te vermoeden dat Diriöz niet vrij en ondubbelzinning afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor.
Het Hof concludeert dat er geen sprake is van een schending van artikel 6 EVRM.
NB. de uitspraak is slechts beschikbaar in het Frans!
Zie hier de reactie op de uitspraak op de website van de Orde van Advocaten.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF