Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden

Per 1 juni 2012 is de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden (2012A012) van toepassing. Deze aanwijzing vervangt de gelijk genaamde aanwijzing uit 2011 (2011A007).


De Aanwijzing is op een tweetal plaatsen gewijzigd, waardoor deze een nieuw registratienummer heeft gekregen en de datum van vaststelling en de geldigheidsduur is gewijzigd.

De volgende wijzigingen zijn aangebracht in de volgende onderdelen van de aanwijzing.

In hoofdstuk 2, Bijzondere opsporingsbevoegdheden, paragraaf 2.5 Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, onderdeel Woningen, is de volgende zin geschrapt:

‘Ook het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een penitentiaire inrichting, daaronder begrepen de bezoekersruimte in die inrichting, dient via de CTC ter toetsing te worden voorgelegd aan het College.’  

In Hoofdstuk 5. Procedurele voorschriften; paragraaf 5.1: Centrale toetsingscommissie, legt de officier van justitie de verplichting op om, na advies van de CTC, toestemming te vragen aan het College bij; het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel in een woning of een daaraan gelijk te stellen ruimte, waaronder een penitentiaire inrichting (artt. 126l en 126s Sv);

De vetgedrukte zinsnede is geschrapt.


Klik hier voor de geldende versie van de Aanwijzing.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF