EHRM Rivière v. Frankrijk: recht op aanwezigheid bij behandeling van zaak

Het echtpaar Rivière, dat samen met hun zoon in 1996 een stuk grond huurden, is door de rechtbank in Laval veroordeeld voor bouwen zonder vergunning en het begaan van milieuovertredingen. Het echtpaar werd veroordeeld tot het betalen van onder meer een geldboete, daarnaast diende zij de grond in zijn originele staat terug te brengen. Tegen deze uitspraak zijn zij in hoger beroep gegaan.

In hoger beroep heeft het echtpaar om aanhouding van de behandeling verzocht omdat ze niet in staat waren om bij de hoorzitting aanwezig te zijn. De appelrechter wijst het verzoek zonder opgaaf van redenen af en zet op 4 december 2008 de hoorzetting in afwezigheid van het echtpaar door.

In de cassatie klagen zij onder meer over deze afwijzing. De Cour d’appel d’Angers wijst de klacht af, enkel onder verwijzing naar de rechterlijke discretionaire bevoegdheid.

Het Europese Hof acht deze beslissing strijdig met artikel 6 lid 1 en 3 onder c EVRM, omdat zonder motivering niet kan worden geverifieerd of aan de verplichtingen van het EVRM voldaan is. Het Hof benadrukt dat het in beginsel niet snel een schending in kwesties van verzoeken omtrent aanwezigheid constateert (het recht is relatief), zolang er een op de omstandigheden gebaseerde motivering aan ten grondslag ligt.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF