Directeur en financial controller worden door de OvJ verschillende verwijten gemaakt in het kader van een faillissement (2)

Rechtbank Leeuwarden 4 februari 2013, LJN BZ0462 Aan de verdachte (controller) is tenlastegelegd dat hij opdracht zou hebben gegeven tot dan wel leiding zou hebben gegeven aan door King Metaal Verspaning B.V. (feit 1), dan wel King Metaal Beheer B.V. (feit 2), gepleegde verboden gedragingen.

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat de verdachte uitsluitend werkzaam is geweest voor King Metaal B.V. en dus niet voor King Metaal Verspaning B.V. of King Metaal Beheer B.V., laat staan dat hij aan de voornoemde ondernemingen leiding heeft gegeven.

Verdachte zal derhalve in zoverre van deze feiten worden vrijgesproken.

Voorts is aan verdachte tenlastegelegd (feiten 1, 2e deel, 2, 2e deel en 3) dat hij opdracht heeft gegeven tot dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan door King Metaal B.V. gepleegde verboden gedragingen.

Uit de stukken blijkt niet dat verdachte binnen King Metaal B.V. een functie als bestuurder heeft bekleed of anderszins leidinggevende taken heeft vervuld. Hij was (en is) daar als financieel controller werkzaam. Zijn rol heeft zich, zo kan op grond van de stukken en zijn eigen verklaring worden vastgesteld, beperkt tot het (financieel) adviseren van de medeverdachte (directeur, zie LJN BZ0471). Het contact met de klanten dat de verdachte heeft onderhouden is evenmin op eigen initiatief of bevoegdheid gebeurd, maar in opdracht van medeverdachte. Bij de verweten gedragingen van King Metaal B.V. heeft de verdachte derhalve hooguit een uitvoerende en geen bepalende rol gespeeld. Van het geven van opdrachten tot dan wel het feitelijk leiding geven aan verboden gedragingen kan daarom niet gesproken worden.

Verdachte zal derhalve ook van deze (onderdelen van de) feiten worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4

In het memoriaal staan onder meer een boeking vermeld van € 30.000 met als datum 2 januari 2004 en als omschrijving "Afl lening KMB 2004" en een boeking van € 240.000 met als datum 30 januari 2004, met dezelfde omschrijving. De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat het best mogelijk is dat deze boekingen in het memoriaal zijn opgenomen op een latere datum dan daar als boekingsdatum staat vermeld. Op grond van de nummers die aan deze boekingen zijn toegekend, waarvan de verdachte heeft aangegeven dat deze elkaar in de tijd in oplopende nummering opvolgen, stelt ook de rechtbank vast dat het niet onwaarschijnlijk is dat deze tussen 31 oktober en 31 december 2004 zijn ingevoerd.

De verdachte heeft evenwel ook aangegeven dat het gebruikte systeem uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt om eerder uitgevoerde administratieve handelingen op een later moment te verwerken, waarbij een eerdere datum kan worden ingevoerd dan de datum waarop de boeking wordt verricht. De deskundige, die de rechtbank ter terechtzitting heeft gehoord, heeft daarover verklaard dat dit uit boekhoudkundig oogpunt niet ongebruikelijk en geaccepteerd is. De rechtbank concludeert dan ook dat het gegeven dat een administratieve handeling pas op een later moment is ingeboekt nog niet betekent dat die handeling niet op de aangegeven datum heeft plaatsgevonden en al helemaal niets zegt over een eventueel oogmerk om derden omtrent die datum te misleiden; alleen al niet omdat het bij de boeking behorende nummer (dat niet kan worden gewijzigd en hier ook niet is gewijzigd) een duidelijke indicatie geeft van de tijdsperiode waarin de boeking heeft plaatsgevonden.

Andere aanwijzingen dat de administratie op dit punt bewust door de verdachte zou zijn vervalst zijn er niet. De verdachte zal derhalve ook van dit feit worden vrijgesproken.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF