Derdenwerking Salduz-norm, art. 6 EVRM, rechtsbijstand

Rechtbank Zwolle 1 mei 2012, LJN BW4903


De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van de medeverdachte dienen te worden uitgesloten van het bewijs, omdat hij geen raadsman heeft geconsulteerd voorafgaand aan het afleggen van die verklaringen.
De rechtbank verwerpt het beroep, omdat de medeverdachte uitdrukkelijk heeft verklaard afstand te doen van het recht op consultatie en/of bijstand van een advocaat.
In deze uitspraak lijkt de rechtbank er ten onrechte vanuit te gaan dat de Salduz-norm derdenwerking heeft. De Salduz-norm strekt tot bescherming van het in art. 6 lid 1 EVRM besloten liggende recht van een verdachte op een eerlijk proces en in het bijzonder tot bescherming van diens recht om niet aan zijn eigen veroordeling mee te hoeven werken. De norm is hier beperkt tot de verklaring die de verdachte in zijn eigen strafzaak heeft afgelegd en strekt zich niet uit tot verklaringen van bijvoorbeeld medeverdachten. Indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, zal in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg behoeven te worden verbonden aan het verzuim (zie Hoge Raad 7 juni 2011, LJN BP2740 en Gerechtshof Arnhem 6 april 2012, LJN BW1079).




Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF