Annotatie Ölçer bij EHRM 12 januari 2012, Trymbach/Oekraïne (Salduz-klacht)

Klager Trymbach wordt verdacht van moord. Tijdens het strafvorderlijk onderzoek wordt Trymbach verhoord door de politie. Hij ziet hierbij af van rechtsbijstand, maar heeft dat volgens hem gedaan omdat een opsporingsambtenaar hem vertelde dat het erg lang zou duren om een advocaat te halen. Pas in een later stadium wordt er een raadsman betrokken bij de procedure.

Trymbach klaagt voor het Hof over een schending van art. 6 lid 3 (b) en (c) EVRM, omdat hij in de eerste fase van het onderzoek geen rechtsbijstand heeft genoten terwijl rechtsbijstand onder het nationale recht verplicht was.
Ondanks dat Trymbach, in strijd met het nationale recht, in de eerste fase van het onderzoek geen rechtsbijstand genoot, stelt het Hof vast dat art. 6 EVRM niet is geschonden omdat niet is gebleken dat de algemene eerlijkheid van het proces door het verzuim is aangetast of dat er sprake was van een concreet nadeel voor Trymbach, die bovendien op geldige wijze afstand van zijn recht heeft gedaan.
Annotator Ölçer bespreekt in zijn noot de Salduz-klacht. Het EHRM heeft tot dusver 125 Salduz-uitspraken gewezen, waaronder een aantal waarin geen schending werd vastgesteld wegens gebrekkige rechtsbijstand in het vooronderzoek, zoals ook in onderhavige zaak het geval. Volgens annotator is de reden waarom het Hof in Trymbach geen Salduz-schending uitsprak opzienbarend en bovendien zorgelijk. Het Hof heeft in deze uitspraak getoetst aan andere criteria dan die in Salduz, welke in deze noot worden besproken.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF