De verdachte heeft, om zijn ondernemingen te kunnen financieren, een aantal aangiften omzetbelasting, van zijn B.V. en van zijn éénmanszaak, doelbewust onjuist gedaan

Gerechtshof 's-Gravenhage 20 februari 2013, LJN BZ6585

De verdachte heeft, om zijn ondernemingen te kunnen financieren, een aantal aangiften omzetbelasting, van zijn B.V. en van zijn éénmanszaak, doelbewust onjuist gedaan.

De verdachte, die zowel de aangiften voor zijn B.V. als die voor zijn eenmanszaak heeft ingevuld en die zelf de constructie met de zogenaamde 'future' contracten heeft bedacht, heeft op grond van de in dezelfde maand tussen zijn beide ondernemingen over en weer verstuurde facturen ter zake van die contracten (inclusief in rekening gebrachte omzetbelasting) telkens uitsluitend de van de belastingdienst terug te ontvangen voorbelasting op de aangiften vermeld en niet tevens de aan de belastingdienst af te dragen belasting. De verdachte wist bovendien in het onderhavige geval dat de verzender van de facturen (respectievelijk zijn B.V. of zijn éénmanszaak) géén omzetbelasting had afgedragen, zodat van een recht op teruggave nog geen sprake kon zijn.

Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat verdachte de bedoeling heeft gehad de verschuldigde omzetbelasting op een hem conveniërend moment in de toekomst alsnog aan te geven en af te dragen, heeft hij door het op deze wijze selectief opgeven van bedragen de belastingdienst in wezen gebruikt als financier van zijn ondernemingen. Het hof is van oordeel dat deze wijze van financiering van ondernemingen zeer ongebruikelijk is. Door op deze wijze gebruik te maken van zogenaamde 'future' contracten bediende de verdachte zich van een dermate buitenissige constructie, dat hij, door te verzuimen tevoren contact op te nemen met de Belastingdienst over de toelaatbaarheid van deze constructie, willens en wetens de aanmerkelijke kans op de onjuistheid van de aangiften heeft aanvaard en op de koop toe heeft genomen.

Naar het oordeel van het hof handelde de verdachte derhalve minst genomen met voorwaardelijk opzet.

Bewezenverklaring

Feit 1: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

Feit 2: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF