Conclusie AG HvJ EU: Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, recht op schadeloosstelling van slachtoffers van strafbare feiten


Conclusie van Advocaat-Generaal Sharpston d.d. 15 mei 2012, C-79/11, Giovanardi e.a.  

“De algemene regel die is vastgesteld in het eerste deel van artikel 9, lid 1, van het kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure dient aldus te worden uitgelegd dat wanneer het nationale recht van een lidstaat erin voorziet dat rechtspersonen kunnen worden vervolgd wegens onrechtmatig gedragingen, het feit dat dit recht de aansprakelijkheid voor een dergelijke gedraging als „indirect en subsidiair” en/of „bestuurlijk” kwalificeert, de lidstaat niet vrijstelt van zijn verplichting om dat artikel toe te passen op rechtspersonen ingeval 1) de criteria ter omschrijving van de onrechtmatige gedraging verwijzen naar het strafwetboek, 2) de aansprakelijkheid voor die gedraging noodzakelijkerwijs vereist dat een natuurlijke persoon een onrechtmatige gedraging heeft gesteld en 3) de tegen rechtspersonen gerichte procedures voor de strafrechter worden gebracht, door het wetboek van strafvordering worden geregeld en in beginsel worden gevoegd met de procedures die tegen de van de betrokken onrechtmatige gedraging verdachte natuurlijke persoon of personen worden ingeleid. De in het tweede deel van artikel 9, lid 1, vastgestelde uitzondering op deze algemene regel moet strikt worden uitgelegd. Deze uitzondering kan niet aldus worden uitgelegd dat alle gevallen waarbij een specifieke categorie daders – zoals rechtspersonen – betrokken zijn, van de in het eerste deel van dat artikel vastgestelde algemene regel worden uitgesloten.”

Klik hier voor de volledige conclusie.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF