Cheatsoftware, crypto en witwassen: wanneer is omzetten in crypto verhullen?
/Op 28 september 2026 deed de Noordelijke Fraudekamer van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak in een zaak die op het eerste gezicht vooral over gamen gaat. Een jonge man verkocht via eigen webshops cheatsoftware en zogenoemde spoofers voor gameservers, had ruim tweehonderd combolijsten met inloggegevens van meer dan een miljoen accounts op zijn pc staan en dreef daarnaast een handeltje in hennep en hasj. De opbrengst zette hij voor een deel om in cryptovaluta. De rechtbank veroordeelde hem tot achttien maanden gevangenisstraf, maar ontsloeg hem van alle rechtsvervolging voor het witwassen. Op dezelfde dag werd de ontnemingsvordering van ruim 450.000 euro afgewezen. Samen laten de twee uitspraken zien hoe lastig het is om de opbrengst van cybercrime strafrechtelijk te pakken te krijgen.
Client-side of server-side
Eerst de cybercrimefeiten. Het OM had tien tools tenlastegelegd als technische hulpmiddelen met het oogmerk om een gameserver te beschadigen of onbruikbaar te maken (art. 350d Sr). De rechtbank hanteerde een heldere toets: werkt de software alleen bij de gebruiker zelf, of beïnvloedt zij de server? Slechts twee menu's bleken gegevens op de server te kunnen toevoegen of wijzigen en zo het spel onspeelbaar te maken. Voor de rest volgde vrijspraak. Een spoofer voegt immers geen gegevens toe aan de server, aldus de rechtbank.
Interessant is wat de rechtbank vervolgens wel met die spoofers deed. Het omzeilen van een ban door spoofing kan volgens de rechtbank worden gelijkgesteld aan het onrechtmatig verkrijgen van toegang, voor zover het niet alleen gebruikersvoorwaarden schendt maar ook opnieuw toegang geeft tot de multiplayeromgeving. Daarmee kwam art. 139d Sr in beeld, met computervredebreuk (art. 138ab Sr) als doelmisdrijf. Ook het bezit van de combolijsten leverde een bewezenverklaring op grond van art. 139d Sr op. Wie de volledige uitspraak leest, ziet dat de kwalificatie bij feit 3 spreekt van het verkopen van een wachtwoord of toegangscode, terwijl de bewezenverklaring over een technisch hulpmiddel gaat. Dat is een merkwaardige slordigheid.
Omzetten in crypto als verhullende handeling
Dan het witwassen. Tenlastegelegd was gewoontewitwassen van ruim 450.000 euro en ruim 213.000 euro aan cryptovaluta. De verdachte had nauwelijks legaal inkomen en een fors deel van het geld was volgens de rechtbank onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf. Het geld ging via diverse crypto-exchanges, waaronder Coinbase, de cryptowereld in.
De rechtbank paste de bekende lijn van de Hoge Raad toe. Wie opbrengsten van eigen misdrijf enkel verwerft of voorhanden heeft, wast niet wit. Daarvoor is een gedraging nodig die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst. Die lijn is uitgewerkt in het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 13 december 2016. De rechtbank oordeelde dat het omzetten in cryptovaluta in dit geval geen verhullende handeling opleverde. Uit het dossier bleek niet dat de crypto op ontraceerbare of moeilijk traceerbare accounts terecht was gekomen. Dat leidde tot ontslag van alle rechtsvervolging.
Opmerkelijk is dat de rechtbank het omzetten wel bewezen verklaart. Volgens de Hoge Raad geldt de kwalificatie-uitsluitingsgrond in beginsel alleen voor verwerven en voorhanden hebben, en niet voor onder meer het omzetten van een voorwerp (HR 6 december 2022, rov. 2.4.3 en 2.4.4). Het vonnis gaat op dat onderscheid niet in. Moet de vraag of crypto verhult dan niet pas bij het vereiste van een verhullende handeling aan de orde komen, nadat al is vastgesteld dat sprake is van omzetten? Een hof zou daar in hoger beroep zomaar anders over kunnen denken.
Ontneming: schatten mag, maar niet uit de losse pols
In de ontnemingsbeslissing van dezelfde dag stond niet ter discussie dat er wederrechtelijk voordeel was genoten. Het probleem zat in de berekening. De politie had alle webshopontvangsten bij elkaar opgeteld en wegens vermenging alles als crimineel aangemerkt, terwijl van een deel van de verkochte producten de wederrechtelijkheid volgens de politie zelf niet was komen vast te staan. Bovendien eindigde de hoofdzaak voor een groot deel in vrijspraak. De rechtbank mag schatten, maar daarvoor moet een gedegen basis aanwezig zijn. Die ontbrak. De vordering van 450.098,46 euro werd afgewezen.
Crypto in het internationale vizier
Ondertussen beweegt het kader rond crypto. Sinds 30 december 2024 gelden MiCA en de travel rule voor cryptotransfers. Vanaf 10 juli 2027 verbiedt de AMLR in art. 79 aanbieders van cryptoactivadiensten om anonieme cryptorekeningen aan te houden. En op 14 oktober 2026 is in Straatsburg het Aanvullend Protocol bij de Warschau-conventie opengesteld voor ondertekening. Het protocol definieert virtual assets en hun aanbieders, regelt een centraal mechanisme om houders van onder meer cryptorekeningen te identificeren en maakt het mogelijk om buitenlandse informatieverzoeken ook aan aanbieders van virtual assets te richten. BijzonderStrafrecht.nl schreef er eerder over. Hoe beter crypto traceerbaar wordt, hoe lastiger het straks wordt om te betogen dat omzetten in crypto per definitie verhult.
Verdieping in de Specialisatieopleiding Cybercrime
De Noord-Nederlandse zaak raakt precies aan de onderwerpen van bijeenkomst 3 van de Specialisatieopleiding Cybercrime 2027, op 11 juni 2027: darkweb, crypto's en witwassen. Rolf van Wegberg, universitair docent Cybercrime Governance aan de TU Delft, neemt de deelnemers mee in de werking van darknet markets en de rol van crypto in de criminele economie. Dat is de technische kennis die nodig is om te beoordelen of een cryptotransactie het geldspoor aan het zicht onttrekt. Frank Demmers, officier van justitie High Tech Crime bij het Landelijk Parket, behandelt de opsporingskant, van operaties op het darkweb tot de vraag wat het OM moet vastleggen om witwassen via crypto bewezen te krijgen. In bijeenkomst 1 komen bovendien de strafbaarstellingen van cybercrime aan bod, waaronder de hulpmiddelenbepalingen van art. 139d en 350d Sr waar deze zaak om draaide. De opleiding bestaat uit zes bijeenkomsten en is fysiek in Den Haag, live online en achteraf terug te kijken te volgen. Bij aanmelding vóór 10 januari 2027 geldt het early bird-tarief. Meer informatie en inschrijven via de opleidingspagina.
