Benadeelde partij & vertegenwoordigingsbevoegdheid

Gerechtshof Den Haag 5 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2519

Een 28 jarige Poolse man is veroordeeld voor diverse vormen van computercriminaliteit. De verdachte had, met 1 of meerdere personen, (via spamruns) onschuldig ogende e-mails verstuurd naar duizenden ontvangers. Deze e-mails bevatten als bijlage een gemanipuleerd Word-bestand. Zodra dat bestand werd geopend, werd automatisch op de computer van de ontvanger malware geïnstalleerd. Het ging daarbij om gemanipuleerde software (een zogenaamde Remote Access Tool) waarmee op afstand toegang tot computers kon worden verkregen.

Op die manier kon door de verdachten worden meegekeken op het computerscherm van de slachtoffers, toetsaanslagen worden bijgehouden en de controle over de muis en het toetsenbord worden overgenomen. Vervolgens werden in de internetbankieromgeving bankrekeningnummers met betrekking tot betaalopdrachten gewijzigd waardoor o.a. loonbetalingen niet op de bankrekeningen van de rechthebbenden terecht kwamen maar op die van door de verdachten ingeschakelde derden (money mules).

In totaal zijn langs deze weg tienduizenden euro’s weggesluisd. In dit geheel vervulde de verdachte vooral de essentiële computer-technische rol.
 

Benadeelde partijen

Een aantal slachtoffers van verdachte hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd.
 

Vordering tot schadevergoeding benadeelde partij 1

Benadeelde partij 1 heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade tot een bedrag van € 12.869,69.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat uit de vordering van de benadeelde partij niet of onvoldoende blijkt dat degene die als gemachtigde de vordering heeft ingediend, hiertoe daadwerkelijk gemachtigd was. Volgens de raadsman dient de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij benadeelde partij 1 is ingediend door gemachtigde 1. Met de raadsman is het hof van oordeel dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van gemachtigde 1 geenszins uit het dossier blijkt. Nu ook uit de stukken van het dossier niet duidelijk is welke functie gemachtigde 1 binnen het bedrijf bekleedt, is het hof van oordeel dat het verweer van de raadsman slaagt.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Op basis van de stukken in het dossier heeft het hof echter wel vastgesteld dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Die schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 3 en 5 bewezenverklaarde. In het licht hiervan acht het hof termen aanwezig om aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op te leggen aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer benadeelde partij 1 een bedrag van € 12.869,69 te betalen.
 

Vordering tot schadevergoeding benadeelde partij 2

Gemachtigde 2 heeft zich als gemachtigde van benadeelde partij 2 als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade tot een bedrag van € 12.429,72.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat uit de vordering van de benadeelde partij niet of onvoldoende blijkt dat degene die als gemachtigde de vordering heeft ingediend, hiertoe daadwerkelijk gemachtigd was. Volgens de raadsman dient de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij benadeelde partij 2 is ingediend door gemachtigde 2. Uit de stukken in het dossier blijkt dat gemachtigde 2 op 18 februari 2015 namens benadeelde partij 2 aangifte heeft gedaan. Uit deze aangifte blijkt dat gemachtigde 2 als operationeel directeur werkzaam is bij benadeelde partij 2 en voorts namens benadeelde partij 2 gerechtigd is tot het doen van aangifte. Gelet hierop is het hof van oordeel dat ondanks het feit dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit een overgelegd uittreksel van het register van de Kamer van Koophandel dan wel een schriftelijke volmacht, wel duidelijk is dat gemachtigde 2 de operationeel directeur van benadeelde partij 2 is. Nu de raadsman van de verdachte bovengenoemd verweer niet met enig concreet bezwaar tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de operationeel directeur heeft onderbouwd, is het hof van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij op dit punt namens de verdachte onvoldoende gemotiveerd is betwist.

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 12.429,72 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer benadeelde partij 2.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF