Autofinanciering op valse gronden: voorwaardelijke taakstraf voor poging tot oplichting met vervalste documenten
/Rechtbank Limburg 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:6210
Een man uit Heerlen wordt veroordeeld voor het gebruiken van vervalste salarisspecificaties en een bankafschrift bij een kredietaanvraag van 38.900 euro. Hij probeert daarmee Interbank N.V. op te lichten. De rechtbank acht bewezen dat hij opzettelijk vervalste documenten heeft ingediend. Voor witwassen wordt hij vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Er is sprake van eendaadse samenloop van poging tot oplichting en valsheid in geschrifte. De verdachte krijgt een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van één jaar.
Context van de zaak
De rechtbank Limburg doet op 28 augustus 2024 uitspraak in een strafzaak tegen een 26-jarige man uit Heerlen, geboren in 1998. De verdachte is een natuurlijk persoon en wordt vervolgd voor zijn betrokkenheid bij het indienen van een kredietaanvraag bij Interbank N.V. waarbij gebruik wordt gemaakt van vervalste documenten. De aanvraag is ingediend via kredietbemiddelaar Anderslenen B.V. en betreft een persoonlijke lening van 38.900 euro. De verdachte heeft verklaard dat hij de aanvraag heeft laten invullen door bekenden, die hij niet bij naam wil noemen uit vrees voor zijn eigen veiligheid. De strafzaak wordt gelijktijdig, doch niet gevoegd behandeld met zaken tegen twee medeverdachten.
De tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij:
gebruik heeft gemaakt van een valse salarisspecificatie en een vals bankafschrift bij een kredietaanvraag bij Interbank N.V. (feit 1);
heeft geprobeerd om Interbank N.V. op te lichten met behulp van deze vervalste documenten (feit 2);
een bedrag van 20.025 euro heeft witgewassen (feit 3).
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Volgens het OM heeft de verdachte willens en wetens de vervalste documenten gebruikt en daarmee het risico aanvaard dat hij zich schuldig maakt aan strafbare feiten. Ten aanzien van feit 3 wordt vrijspraak gevorderd, nu de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld aannemelijk wordt geacht. Voor de bewezen feiten wordt een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur geëist, met een proeftijd van drie jaar.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging pleit voor vrijspraak van alle feiten. De raadsman voert aan dat de verdachte in goed vertrouwen de documenten via derden heeft laten verwerken. De verdachte stelt dat hij ervan uitging dat de documenten correct waren ingevuld en heeft deze niet meer gecontroleerd alvorens ze in te dienen. Nu de verdachte geen opzet heeft gehad op het gebruik van vervalste stukken, ontbreekt volgens de verdediging de strafrechtelijke verwijtbaarheid. Voor feit 3 voert de raadsman aan dat de verdachte een plausibele verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geld, zodat ook voor dit feit vrijspraak moet volgen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 3. Er is onvoldoende bewijs dat het genoemde bedrag van 20.025 euro uit enig misdrijf afkomstig is.
Ten aanzien van feit 1 en feit 2 stelt de rechtbank vast dat de verdachte daadwerkelijk een vervalste salarisspecificatie en een bankafschrift heeft overgelegd. De loonbetaling op 30 april 2020 blijkt niet te zijn verricht door de genoemde werkgever, waardoor het bankafschrift als vervalst wordt aangemerkt. Uit onderzoek van de bankmutaties blijkt bovendien dat er slechts één salarisbetaling aan de verdachte heeft plaatsgevonden, namelijk op 31 maart 2020. De salarisspecificatie van maart 2020 vermeldt een niet-uitbetaald bedrag, hetgeen bevestigt dat sprake is van een vervalsing.
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat geen sprake zou zijn van opzet. Volgens de rechtbank is sprake van vol opzet, nu de verdachte de aanvraag heeft uitbesteed aan voor hem bekende maar niet nader genoemde personen, zonder enige controle op de ingediende documenten. Gelet op het eenvoudige karakter van de aanvraag en de cruciale betekenis van de bijlagen, moet de verdachte zich bewust zijn geweest van de mogelijkheid dat deze documenten vervalst waren.
Voor feit 2 stelt de rechtbank vast dat door het gebruik van vervalste documenten een poging tot oplichting is gepleegd. Interbank N.V. is door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot het verstrekken van een persoonlijke lening. Alleen door tussenkomst van de veiligheidsafdeling van de bank is de fraude tijdig ontdekt en is feitelijke schade voorkomen gebleven.
De rechtbank beschouwt de combinatie van feit 1 en feit 2 als eendaadse samenloop. Het gebruik van de vervalste stukken en het beoogde misleidende doel vormen één gedragscomplex dat in onderlinge samenhang moet worden bezien.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalste salarisspecificatie en een vervalst bankafschrift bij het aanvragen van een krediet bij Interbank N.V.;
heeft geprobeerd Interbank N.V. te misleiden tot het verstrekken van een lening van 38.900 euro door middel van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels.
De strafoplegging
Bij de bepaling van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten. Door het gebruik van vervalste documenten is het vertrouwen van financiële instellingen als Interbank N.V. ernstig geschaad. Dergelijke gedragingen ondermijnen het integriteitsbeginsel van het financieel verkeer. Hoewel uiteindelijk geen schade is ontstaan, doet dit niet af aan de strafwaardigheid van de poging.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van vervolging met 16 maanden. Deze overschrijding wordt bij de strafmaat in aanmerking genomen, maar leidt niet tot strafvermindering, nu een voorwaardelijke straf wordt opgelegd.
Ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte wegen mee. De verdachte is ten tijde van het delict 22 jaar oud en niet eerder in aanraking gekomen met justitie. Hij heeft ter terechtzitting spijt betuigd en verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Gezien de leeftijd, het blanco strafblad en de verklaring ter zitting acht de rechtbank een gevangenisstraf niet opportuun.
De rechtbank legt daarom een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur op, subsidiair 60 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar. Hiermee wil de rechtbank de ernst van de feiten onderstrepen en de verdachte waarschuwen voor herhaling.
Lees hier de volledige uitspraak.
