Artikel: Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

In februari 2017 is door de heer Hernandez en de nongouvernementele organisatie SMX Collective aangifte gedaan tegen de Coöperatieve Rabobank U.A., de Rabobank International Holding B.V. en de Utrecht-America Holding Inc., tezamen aangeduid als de Rabobank Groep, en tegen diverse leidinggevenden van deze groep. De beschuldigingen aan het adres van – kortweg – de Rabobank komen erop neer dat de bank grote sommen geld zou hebben witgewassen voor diverse Mexicaanse drugskartels (art. 420bis e.v. Sr). Het zou daarbij gaan om aanzienlijke uit drugshandel in de Verenigde Staten afkomstige contante bedragen die door een lokale vestiging in Calexico nabij de Amerikaans-Mexicaanse grens zouden zijn geaccepteerd en die vervolgens op geraffineerde wijze zouden zijn doorgesluisd naar meerdere rekeningen waardoor hun oorspronkelijke criminele herkomst niet meer kan worden achterhaald. Door aldus te opereren zou de Rabobank deze drugswinsten niet alleen hebben witgewassen, maar ook hebben bijgedragen aan de herinvestering van deze bedragen in de criminele bedrijfsvoering van de kartels en daarmee aan het bestendigen en verder uitbouwen van de reeds bestaande machtspositie van deze kartels en hun criminele activiteiten.1 Als financiële dienstverlener vormde de Rabobank een onmisbare schakel in dat proces.

Medewerking van legitieme economische actoren is immers cruciaal voor het succes van georganiseerde criminele netwerken. Volgens de aangifte heeft de Rabobank door de kartels op deze manier behulpzaam te zijn in belangrijke mate bijgedragen aan het leed dat door deze kartels wordt veroorzaakt. Zelfs op een dusdanige wijze dat de bijdrage van de Rabobank zou moeten worden aangemerkt als het deelnemen aan de criminele organisaties die door deze kartels worden gevormd (art. 140 Sr ).

Lees verder:

 

 

 

 

Print Friendly and PDF