Artikel: De strijd tussen het huisrecht en het eigendomsrecht in de ontwikkeling van de strafrechtelijke antikraakwetgeving in Nederland

De antikraakwetgeving in Nederland laat een weerbarstige ontwikkeling zien, waarbij de belangen van pand­eigenaren en die van krakers lijnrecht tegenover elkaar staan. Pandeigenaren verwachten dat de Staat handhavend optreedt en hun gekraakte pand strafrechtelijk ontruimt. Krakers hebben er belang bij om van het pand gebruik te kunnen blijven maken. In de strijd tegen krakers komt aan pandeigenaren het eigendomsrecht toe. Dit recht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben, zo begint Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Krakers staan in deze strijd niet machteloos. Onder omstandigheden komt aan hen een beroep toe op het huisrecht. In de rechtspraak is bevestigd dat het huisrecht zich uitstrekt tot bescherming tegen een gedwongen strafrechtelijke ontruiming. Evenals het eigendomsrecht is het huisrecht in de wetgeving verankerd. Zo wordt dit recht niet alleen als grondrecht beschermd door artikel 12 van de Nederlandse Grondwet, maar ook door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat vermeldt dat eenieder het recht heeft op eerbiediging van zijn of haar woning. Het huisrecht ontstaat door het ‘feitelijk bewonen’ van een pand, waarbij het niet van belang is of de bewoning rechtmatig is.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^