Alleen de verschoningsgerechtigde zelf kan in een beklagprocedure, waarin het verschoningsrecht in het geding is, worden aangemerkt als belanghebbende i.d.z.v. art. 552a Sv

Hoge Raad 12 februari 2013, LJN BX4284 Feiten

Klager in deze en zijn ex-echtgenote worden ervan verdacht het kind te hebben mishandeld. Het medisch dossier van het kind, waarvan de inhoud is onderworpen aan het verschoningsrecht van de behandelend arts (B), namens wie in verband met de inbeslagneming van het dossier (mede) is opgetreden als gemachtigde, is op grond van een op art. 105 Sv gebaseerd bevel tot uitlevering van de Rechter-Commissaris door (B) in een verzegelde enveloppe overgedragen aan de Officier van Justitie.

(B) heeft zich niet met een klaagschrift tegen de inbeslagneming van het medisch dossier verzet.

Het klaagschrift strekt ertoe dat de inbeslagneming onrechtmatig zal worden verklaard, en de Officier van Justitie zal worden verboden van het medisch dossier kennis te nemen, dat dossier te gebruiken of te verspreiden, met last tot vernietiging van het dossier of teruggave daarvan aan (B).

Oordeel Hoge Raad

In de bestreden beschikking heeft de Rechtbank de vraag of de klager belanghebbende is in de zin van art. 552a Sv bevestigend beantwoord nu klager verdachte is in een strafzaak waarin de inbeslaggenomen stukken een (cruciale) rol kunnen gaan spelen.

Het is in beginsel aan de verschoningsgerechtigde om te bepalen of een inbeslaggenomen voorwerp gegevens bevat die onder zijn verschoningsrecht vallen. Diens standpunt daaromtrent dient door de bij het voorbereidend onderzoek betrokken functionarissen te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is (HR 29 juni 2004, LJN AO5070, NJ 2005/273). Hieruit volgt dat alleen de verschoningsgerechtigde zelf in een beklagprocedure als de onderhavige waarin het verschoningsrecht in het geding is, kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv.

De Rechtbank had behoren te oordelen dat de klager niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kon worden aangemerkt en had hem deswege niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF