Afvalverwerkingsbedrijf veroordeeld voor overtreden milieuwet

Rechtbank Noord-Nederland 23 oktober 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4008

De meervoudige economische kamer van de rechtbank Noord-Nederland heeft op 23 oktober 2017 een afvalverwerkingsbedrijf veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,00 voor twee overtredingen van de milieuwetgeving. In zowel 2015 als 2016 ging het bedrijf de fout in.

Nalatigheid na storing

Medewerkers van het bedrijf kregen op 1 oktober 2015 te maken met een storing aan de ventilator. Door deze storing is bijna de gehele afvalverbrandingsinrichting uitgevallen. Bij het handmatig opstarten van de verschillende onderdelen op 2 oktober 2015 vergaten medewerkers een essentieel onderdeel van het rookgasreinigingssysteem weer in gang te zetten. De rechtbank acht het aannemelijk dat daardoor gedurende ruim twaalf uur de uitstoot van zware metalen en dioxinen hoger is geweest dan wanneer dat onderdeel wel was ingeschakeld.

Geen voorzorgsmaatregelen of controle

De rechtbank is van oordeel dat verdachte heeft nagelaten voorzorgsmaatregelen te treffen en controle uit te (laten) oefenen. Daardoor heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat in de inrichting afvalstoffen werden verbrand zonder dat de essentiële reinigingsprocessen in werking waren. Daarom acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk haar inrichting in werking heeft gehad in afwijking van de aan haar verleende milieuvergunning. Daarom heeft zij ook zonder omgevingsvergunning een project uitgevoerd, dat geheel of gedeeltelijk bestond uit het veranderen van de werking van haar inrichting. Daarmee heeft verdachte opzettelijk gehandeld in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Niet naleven meldingsplicht

Op 10 september 2016 viel de ventilator opnieuw uit met als gevolg dat bijna het gehele proces opnieuw stilviel en de uitstoot gedurende meerdere uren te hoog is geweest. Bij een dergelijke storing geldt een meldingsplicht om het bevoegd gezag de mogelijkheid te geven tijdig en effectief in te grijpen. In dit geval is de storing pas 1 uur en 22 minuten later gemeld. 
De rechtbank heeft uit de bewijsmiddelen afgeleid dat het mogelijk was om de storing eerder te melden, maar dat verdachte er bewust voor heeft gekozen dit pas te doen nadat men eerst had geprobeerd de storing te herstellen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door het maken van deze keuze ten minste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het ongewone voorval niet zo spoedig mogelijk zou worden gemeld bij het bevoegd gezag. Daarmee heeft de verdachte opzettelijk gehandeld in strijd met de Wet milieubeheer. 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly and PDF