"Aan de andere kant van het dossier": Richard de Mos op het Anti-Corruptie Congres 2026 over vijf jaar procederen in de openbaarheid

Op het Anti-Corruptie Congres 2026, dat op 19 november 2026 in het centrum van Den Haag plaatsvindt, gaat wethouder Richard de Mos in gesprek over de corruptiezaak waarin hij bijna vijf jaar verdachte was. De Mos legde in 2019 zijn functie neer nadat het onderzoek naar corruptie op gang was gekomen; de rechtbank Rotterdam sprak hem en zijn medeverdachten op 21 april 2023 vrij van alle tenlastegelegde feiten (ECLI:NL:RBROT:2023:3199) en het gerechtshof Den Haag bevestigde de vrijspraak van omkoping op 21 juni 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:1014). In hoger beroep oordeelde het hof wel dat De Mos zijn geheimhoudingsplicht had geschonden, waarvoor het een voorwaardelijke geldboete van € 2.000 oplegde. Onder de programmatitel "Aan de andere kant van het dossier" spreekt dagvoorzitter Joyce Boonstra met De Mos over wat het is om verdachte te zijn in een zaak die zich in de volle openbaarheid afspeelt, over de bijstand die hij kreeg en over wat hij daarin miste. Zijn bijdrage is een van de programmaonderdelen van een congres dat de schikkingspraktijk van het Openbaar Ministerie, de EU-anticorruptierichtlijn, de herijkte Amerikaanse handhaving en de integriteit van de strafrechtketen behandelt.

De zaak-De Mos: vrijspraak van omkoping, veroordeling voor schending van de geheimhoudingsplicht

De juridische procedure tegen De Mos begon in 2019 met een politie-inval. De Mos, voorman van de lokale partij Hart voor Den Haag, werd verdacht van ambtelijke omkoping, schending van de geheimhoudingsplicht, meineed en deelname aan een criminele organisatie. Het Openbaar Ministerie stelde dat De Mos zich met giften en beloften had laten omkopen door bevriende ondernemers in ruil voor een voorkeursbehandeling en eiste in eerste aanleg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van bijna twee jaar. De rechtbank Rotterdam sprak De Mos, medeverdachte Rachid Guernaoui en vijf ondernemers op 21 april 2023 vrij van alle aantijgingen; de enige veroordeling in het cluster betrof vuurwapenbezit van een van de medeverdachten.

Het Openbaar Ministerie ging gedeeltelijk in hoger beroep en eiste tegen De Mos een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een ambtsverbod van vier jaar. Het gerechtshof Den Haag sprak De Mos, Guernaoui en de vijf ondernemers op 21 juni 2024 opnieuw vrij van omkoping. Volgens het hof kon bij beide bestuurders niet worden bewezen dat zij wisten of redelijkerwijs konden vermoeden dat er een verband bestond tussen de giften en een door de gevers beoogde tegenprestatie. Het hof oordeelde daarbij dat ook donaties aan een politieke partij giften kunnen zijn in de zin van de omkopingsbepalingen. Wel achtte het hof bewezen dat De Mos en Guernaoui hun geheimhoudingsplicht hadden geschonden door vertrouwelijke informatie te delen met derden. De Mos kreeg daarvoor een voorwaardelijke geldboete van € 2.000 en geen ambtsverbod. De Mos en het Openbaar Ministerie stelden geen cassatie in, waarmee de zaak tegen De Mos onherroepelijk werd. De bijdrage op het congres belicht deze zaak vanuit de positie van de verdachte: welke bijstand De Mos kreeg, juridisch en daarbuiten, wat hem daarin hielp en wat hij miste.

Van de individuele zaak naar de betrouwbaarheid van de keten

Het congres plaatst die ervaring in een breder kader over de integriteit van de strafrechtketen zelf. Onder de titel "Veroordeeld onder andermans naam" gaan de onderzoeksjournalisten Rianne van der Linden en Arjan van der Linden in gesprek over persoonsverwisseling. Voor de podcast Het Verkeerde Oordeel onderzochten zij zaken waarin de verkeerde naam op een vonnis staat. Volgens het congresprogramma telt een lijst van de Rekenkamer 867 van zulke zaken en ligt het werkelijke aantal vermoedelijk hoger. De bijdrage gaat over de vraag waar het in de keten misgaat, van aanhouding en voorgeleiding tot vonnis en tenuitvoerlegging, over de signalen die daarover binnen Justitie werden afgegeven en over de gevolgen voor de onterecht vervolgde burger en voor het vertrouwen in de rechtspleging.

De schikkingspraktijk van het Openbaar Ministerie

Een deel van het programma richt zich op de wijze waarop het Openbaar Ministerie fraude- en corruptiezaken buiten de klassieke strafzitting afdoet. Casper van der Meulen, advocaat bij Forest Flint, bespreekt de inzichten en trends van de afgelopen jaren en de opkomst van de hoge strafbeschikking. Volgens de congresomschrijving kunnen hoge transacties, strafbeschikkingen en procesafspraken zaken versnellen, maar roepen zij ook vragen op over wanneer een buitengerechtelijke afdoening passend is en welke transparantie en rechterlijke controle daarbij nodig zijn.

De EU-anticorruptierichtlijn en het internationale handhavingslandschap

Het internationale kader komt op twee manieren aan bod. Danielle Goudriaan, advocaat-partner bij Ivy Advocaten, behandelt de EU-anticorruptierichtlijn en de betekenis daarvan voor misbruik van functie, in Nederland vaak ambtsmisbruik genoemd. Het gaat om Richtlijn (EU) 2026/1021 inzake corruptiebestrijding, die op 29 april 2026 werd aangenomen, op 11 mei 2026 in het Publicatieblad werd gepubliceerd en op 31 mei 2026 in werking trad. De richtlijn verplicht de lidstaten de corruptiedelicten, waaronder de onrechtmatige uitoefening van openbare functies, in het nationale strafrecht op te nemen; de omzettingstermijn voor het merendeel van de bepalingen verstrijkt op 1 juni 2028, met een extra jaar tot 1 juni 2029 voor de nationale anticorruptiestrategie en de sectorale risicobeoordeling. Goudriaan bespreekt wat die omzetting van de wetgever vraagt, welke keuzes en knelpunten daarbij spelen en waar de grens van strafbaarheid komt te liggen. Kyomi Bottse, advocaat bij Allen Overy Shearman Sterling, gaat in op de geopolitiek van anti-corruptie. Zij bespreekt de tijdelijke pauze en herijking van de Amerikaanse handhaving van de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) in 2025 en de daaropvolgende handhavingsrichtlijnen, waarin nationale belangen expliciet worden meegewogen, en de vraag wat de Europese en Amerikaanse ontwikkelingen betekenen voor internationaal opererende ondernemingen.

Corruptie als systeemvraag en het meldklimaat

Twee bijdragen richten zich op de omstandigheden waaronder corruptie kan ontstaan. Alain Hoekstra, zelfstandig Integrity & Ethics Expert, bespreekt corruptie als systeemfalen en legt het nationale stelsel en de kleine organisatie langs dezelfde meetlat. Hij verwijst daarbij naar de eerste National Risk Assessment Corruptie, die volgens het programma in maart 2026 dertien dreigingen en bijbehorende weerbaarheidsscores vastlegde, met tekorten die vooral in de preventie zitten. Marijntje Zweegers, coördinator Kennis & Preventie en plaatsvervangend directeur van het Huis voor Klokkenluiders, gaat in op de samenhang tussen sociale veiligheid, een veilig meldklimaat en de weerbaarheid tegen corruptie.

Praktische informatie

Het Anti-Corruptie Congres 2026 vindt plaats op donderdag 19 november 2026 van 10.00 tot 17.00 uur in het centrum van Den Haag, nabij Centraal Station, met inloop vanaf 9.30 uur en een borrel na afloop. Deelname is uitsluitend fysiek mogelijk en het congres wordt in het Nederlands gehouden. Het overheidstarief bedraagt € 425 en het reguliere tarief € 625, beide exclusief 21 procent btw. Met deelname zijn zes PO/PE-punten te behalen. De doelgroep bestaat uit advocaten, bedrijfsjuristen, compliance officers, toezichthouders, accountants, onderzoekers en professionals in opsporing en handhaving.

Print Friendly and PDF ^