Wetsvoorstel meldplicht datalekken en uitbreiding bestuurlijke boetebevoegdheid Cbp aangenomen door Eerste Kamer

Op 26 mei is door de Eerste Kamer het Wetsvoorstel meldplicht datalekken (voluit: Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking van maatregelen voor de beveiliging van persoonsgegevens alsmede uitbreiding van de bevoegdheid van het College bescherming persoonsgegevens om bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Wet bescherming persoonsgegevens een bestuurlijke boete op te leggenzonder stemming aangenomen. Dit wetsvoorstel voegt aan de Wet bescherming persoonsgegevens een meldplicht voor inbreuken op beveiligingsmaatregelen voor persoonsgegevens toe. Met de meldplicht datalekken wil de regering de gevolgen van een datalek voor de betrokkenen zoveel mogelijk beperken en hiermee een bijdrage leveren aan het behoud en herstel van vertrouwen in de omgang met persoonsgegevens.

Met dit voorstel moet de verantwoordelijke bij een datalek, waarbij kans is op verlies of onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, niet alleen een melding doen bij de toezichthouder, het College bescherming persoonsgegevens (Cbp), maar ook de betrokkene informeren. Deze meldplicht geldt voor alle verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, zowel in de private als publieke sector. Als er geen melding wordt gemaakt van een datalek kan dit bestraft worden met een bestuurlijk boete van het Cbp.

 

 

Print Friendly and PDF ^

Seveso III is op 1 juni 2015 van kracht, maar implementatie ervan loopt mogelijk vertraging op

Vanaf 1 juni 2015 is de Seveso III-richtlijn (volledig: Richtlijn 2012/18/EU van het Europees parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad) van kracht. Op 1 juni 2015 vervalt de Seveso II-richtlijn. Lidstaten zijn gehouden de richtlijn uiterlijk 31 mei 2015 te hebben geïmplementeerd. Nederland implementeert de richtlijn via een algemene maatregel van bestuur (het Besluit risico’s zware ongevallen 2015). Een ontwerp van dit besluit ligt thans voor advies bij de Raad van State. Het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 wordt nader uitgewerkt in een ministeriële regeling (de Regeling risico’s zware ongevallen 2015). Mogelijk zal de consultatie van het betrokken bedrijfsleven en de uitvoeringsinstanties over het concept van deze regeling leiden tot enige vertraging.

Bron: Tweede Kamer

 

Print Friendly and PDF ^

Vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen door Europees Parlement

Op 20 mei heeft het Europees Parlement de Vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen. De richtlijn zal geen drastische, maar toch wel enkele aanpassingen, van de wetgever vergen. De oorsprong van deze is (mede) gelegen in aanbevelingen van de Financial Action Task Force uit 2012. Deze aanbevelingen zijn eerder al in de Wwft verwerkt, waardoor onze regelgeving al grotendeels in overeenstemming met de vierde anti-witwasrichtlijn. Daarnaast streeft de richtlijn minimumharmonisatie na, waardoor op voorhand niet volledig duidelijk is te zeggen hoe de Wwft er na de implementatie uit zal zien.

Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

Enkele wijzigingen op basis van de Vierde anti-witwasrichtlijn:

  • Toepassingsbereik: De richtlijn zal het toepassingsbereik van de Wwft uitbreiden tot (online) kansspelaanbieders, handelaren in goederen van grote waarde bij contante betalingen van EUR 10.000 en meer en aanbieders van verhuurdiensten.
  • Risicogebaseerde benadering: De vierde anti-witwasrichtlijn kent een risicogebaseerde benadering. Dat is op zich niets nieuws voor NL: ook de derde richtlijn en de Wwft kennen een dergelijke benadering. Echter, in de vierde anti-witwasrichtlijn wordt deze benadering verder doorgevoerd, waardoor dit ook voor NL gevolgen heeft.
  • UBO: Een wijziging ten opzichte van de derde anti-witwasrichtlijn is dat in de richtlijn indicaties worden gegeven van wanneer sprake is van ‘direct ownership’ of ‘indirect ownership’ en op basis van de richtlijn komt er een register waaruit voor rechtspersonen, personenvennootschappen en andere entiteiten blijkt wie de UBO’s zijn.
  • Beleid, procedures en opleiding: Instellingen zijn op basis van de richtlijn verplicht om beleid, controlemechanismen en procedures te hebben om risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinancieringte matigen en te beheersen. Deze verplichting is al opgenomen in de Wwft.
  • Bescherming werknemers: In de richtlijn is bepaald dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat personen, waaronder werknemers en vertegenwoordigers van de instellingen, die vermoedens van witwassen of terrorismefinanciering intern of extern (bij de FIU) melden, worden beschermd tegen bedreiging of daden van agressie. Dit is verwerkt in het thans aanhangige wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders.

Voor meer informatie:

 

 

Print Friendly and PDF ^

Internetconsultatie: zware chemie moet zelf toezicht op arbeidsomstandigheden betalen

Op 28 april 2015 is het Wetsvoorstel doorberekenen toezichtkosten ter consultatie aangeboden. Dit wetsvoorstel tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet maakt het mogelijk om de kosten van het toezicht door te berekenen aan bedrijven waarop het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (BRZO 2015) van toepassing is. 

Bij bedrijven die onder het BRZO 2015 vallen en met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken zijn de gevolgen bij ongevallen vaak ernstig. In de afgelopen jaren zijn een aantal ernstige ongelukken gebeurd bij deze bedrijven met grote gevolgen.

Vanwege de grote gevaren voor de samenleving en het maatschappelijk belang om ongelukken met ernstige gevolgen voor werknemers en omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen is overheidsinterventie door intensief en frequent inspectie vereist bij deze bedrijven. Deze inspectie vergt bovendien specialistische kennis van het domein. De toezichtkosten zijn daarmee voor een relatief kleine groep bedrijven relatief hoog. De samenleving betaalt op deze wijze de kosten die veroorzaakt worden door de gevaren in de productie in de zware chemie. Het wordt redelijk en billijk geacht om de hogere kosten die gemoeid zijn met het extra toezicht op de productie van deze bedrijven niet geheel te laten betalen door de samenleving, maar deze kosten door te berekenen aan de veroorzaker.

Het doel van dit wetsvoorstel is de onevenredig hoge kosten van het toezicht te leggen waar deze horen en daarmee de uitgaven uit de algemene middelen te verlagen.

De wetswijziging is als instrument noodzakelijk om de toezichtkosten te kunnen doorbelasten.

 

Print Friendly and PDF ^

'Na Chemie-Pack minder fragmentatie in milieutoezicht'

  De hevige brand bij Chemie-Pack in Moerdijk vier jaar geleden maakte opnieuw duidelijk dat het stelsel van milieuvergunningen beter moet. Dit voorjaar buigt de Tweede Kamer zich over een wetsvoorstel daartoe. Dat legt in grote lijnen vast hoe de nieuwe regionale uitvoeringsdiensten moeten werken.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^