Vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen door Europees Parlement

Op 20 mei heeft het Europees Parlement de Vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen. De richtlijn zal geen drastische, maar toch wel enkele aanpassingen, van de wetgever vergen. De oorsprong van deze is (mede) gelegen in aanbevelingen van de Financial Action Task Force uit 2012. Deze aanbevelingen zijn eerder al in de Wwft verwerkt, waardoor onze regelgeving al grotendeels in overeenstemming met de vierde anti-witwasrichtlijn. Daarnaast streeft de richtlijn minimumharmonisatie na, waardoor op voorhand niet volledig duidelijk is te zeggen hoe de Wwft er na de implementatie uit zal zien.

Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

Enkele wijzigingen op basis van de Vierde anti-witwasrichtlijn:

  • Toepassingsbereik: De richtlijn zal het toepassingsbereik van de Wwft uitbreiden tot (online) kansspelaanbieders, handelaren in goederen van grote waarde bij contante betalingen van EUR 10.000 en meer en aanbieders van verhuurdiensten.
  • Risicogebaseerde benadering: De vierde anti-witwasrichtlijn kent een risicogebaseerde benadering. Dat is op zich niets nieuws voor NL: ook de derde richtlijn en de Wwft kennen een dergelijke benadering. Echter, in de vierde anti-witwasrichtlijn wordt deze benadering verder doorgevoerd, waardoor dit ook voor NL gevolgen heeft.
  • UBO: Een wijziging ten opzichte van de derde anti-witwasrichtlijn is dat in de richtlijn indicaties worden gegeven van wanneer sprake is van ‘direct ownership’ of ‘indirect ownership’ en op basis van de richtlijn komt er een register waaruit voor rechtspersonen, personenvennootschappen en andere entiteiten blijkt wie de UBO’s zijn.
  • Beleid, procedures en opleiding: Instellingen zijn op basis van de richtlijn verplicht om beleid, controlemechanismen en procedures te hebben om risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinancieringte matigen en te beheersen. Deze verplichting is al opgenomen in de Wwft.
  • Bescherming werknemers: In de richtlijn is bepaald dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat personen, waaronder werknemers en vertegenwoordigers van de instellingen, die vermoedens van witwassen of terrorismefinanciering intern of extern (bij de FIU) melden, worden beschermd tegen bedreiging of daden van agressie. Dit is verwerkt in het thans aanhangige wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders.

Voor meer informatie:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF